In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.
Lesduur is: 20 min
Introductie
In deze les leer je wat de overheid doet, welke taken ze heeft en wie haar adviseurs zijn. Ook leer je het verschil tussen de collectieve en particuliere sector. Tot slot leer je hoe de overheid gedrag kan beïnvloeden middels accijnzen en subsidies.
Onderdelen in deze les
WAT DOET DE OVERHEID?
Slide 1 - Tekstslide
Leerdoelen
In deze les leer je wat de overheid doet, welke taken ze heeft en wie haar adviseurs zijn.
Ook leer je het verschil tussen de collectieve en particuliere sector. Tot slot leer je hoe de overheid gedrag kan beïnvloeden middels accijnzen en subsidies.
Slide 2 - Tekstslide
Overheid
Slide 3 - Woordweb
Slide 4 - Video
Taken van de overheid
zorgen voor veiligheid (politie en leger)
gezondheidszorg (ziekenhuizen)
sociale zekerheid (uitkeringen)
zorgen voor volkshuisvesting (wonen)
zorgen voor onderwijs
Slide 5 - Tekstslide
Adviseurs van de overheid
De overheid kan bij het maken van keuzes op economisch gebied informatie en/of advies krijgen van:
CBS
CPB
SER
CBS = Centraal Bureau voor de Statistiek:
Verzamelt informatie over oa economische veranderingen.
CPB = Centraal Planbureau:
Onderzoekt wat de gevolgen kunnen zijn van economische beslissingen.
SER = Sociaal Economische Raad
Adviseert over sociaal-economische onderwerpen.
Bestaat uit werkgevers, werknemers en onafhankelijke deskundigen.
Slide 6 - Tekstslide
overheidslagen
de gemeente (zorgt voor: parken, sportvelden, ophalen van afval)
de provincie (zorgt voor: rampenplannen, provinciale wegen)
het rijk (zorgt voor: leger, wet- en regelgeving)
Slide 7 - Tekstslide
het Rijk
de gemeente
Decentralisatie
Slide 8 - Tekstslide
collectieve sector & particuliere sector
Collectieve sector Alle bedrijven die voor de overheid werken. Levert goederen en diensten waar iedereen gebruik van kan maken.
Particuliere sector Bedrijven die goederen en diensten willen verkopen om winst te maken.
Slide 9 - Tekstslide
privatiseren
Activiteiten overhevelen van de collectieve sector naar de particuliere sector.
Voordelen: Minder kosten en organisatie voor de overheid. Prijzen kunnen lager worden door marktwerking.
Nadelen: Overheid verliest inspraak. Sommige activiteiten kunnen ophouden met bestaan.
Slide 10 - Tekstslide
accijns & subsidie
Accijns: Extra belasting op tabakswaren, olie en alcohol. Doel: minderen van de consumptie.
Subsidie: Extra tegemoetkoming op sommige producten en diensten. Doel: laten toenemen van de consumptie & productie.
Slide 11 - Tekstslide
Wat heb je geleerd?
Slide 12 - Tekstslide
Noem de lagen van de overheid.
Slide 13 - Open vraag
In welke sector vind je alle bedrijven terug?
A
Particuliere sector
B
Primaire sector
C
Collectieve sector
D
Secundaire sector
Slide 14 - Quizvraag
Wat zijn kenmerken van collectieve voorzieningen?
A
De particuliere sector betaalt de voorzieningen.
B
De overheid betaalt de voorzieningen.
Slide 15 - Quizvraag
Wanneer de overheid taken uitbesteedt of overdraagt aan particuliere bedrijven, noem je dit
A
particuleren
B
privatiseren
C
ex-overheid
D
bedrijfsleven
Slide 16 - Quizvraag
Waarop zit geen accijns?
A
Alcohol
B
Brandstof
C
Tabak
D
Voedsel
Slide 17 - Quizvraag
Wat is een subsidie?
Slide 18 - Open vraag
De overheid bestaat uit het rijk en de provincies, juist of onjuist?
A
Juist
B
Onjuist
Slide 19 - Quizvraag
De gemeente regelt
A
zaken voor het hele land
B
de indeling van het grondgebied
C
de infrastructuur
D
alles in je woonplaats
Slide 20 - Quizvraag
Wanneer de overheid wil weten hoe de jeugdwerkloosheid zich heeft ontwikkeld in de jaren '90, dan vragen zij advies of informatie aan