Schrijf over de meivakantie
Schrijf een korte tekst over de vakantie (5-8 zinnen). Gebruik 5 woorden in het meervoud (bijvoorbeeld: dagen, vrienden, steden, foto’s, musea). Woorden over vakantie (zoals: reizen, eten, activiteiten, plaatsen).
Vragen die je kunnen helpen:
Waar ging je naartoe?
Met wie ging je?
Wat heb je gedaan?
Wat heb je gezien?