11.1 Optellen en aftrekken

H11 Rekenen met variabelen
blz. 170 (TL: H2)
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

H11 Rekenen met variabelen
blz. 170 (TL: H2)

Slide 1 - Tekstslide

H11 Rekenen met variabelen
Vandaag doen we: § 11.1 Optellen en aftrekken,
dus:   +   and    -
We doen enkele opgaven nu, wat je huiswerk inkort!

Slide 2 - Tekstslide

TL hoofdstuk 2 Ruimtefiguren

Slide 3 - Tekstslide

maken §2.1
m

Slide 4 - Tekstslide

Formules korter schrijven

Gelijksoortige termen kunnen worden samengenomen.

Termen met dezelfde variabelen: 5a + 6a wordt 11a

Termen met verschillende variabelen kunnen NIET worden samengenomen, bijvoorbeeld 6a + 3q kun je niet samennemen 


Slide 5 - Tekstslide

Optellen en aftrekken 
Alleen gelijksoortige termen kun je samenvoegen. In gelijksoortige termen komen precies dezelfde variabelen voor








g = 3a - 4 - 2a + 6
g = a + 2

Slide 6 - Tekstslide

Termen
Variabelen

Slide 7 - Sleepvraag

Wat is het kortste antwoord?
64b264b2
A
0b2
B
64
C
64b
D
0

Slide 8 - Quizvraag

gelijksoortige termen
optellen en aftrekken





Maak een formule voor de omtrek. Noem de omtrek P.

Slide 9 - Tekstslide

Welke termen zijn gelijksoortig?
A
4x2
B
x2
C
4x
D
4

Slide 10 - Quizvraag

Voorbeelden.
h = 4r + 2r  hier zijn 2 termen met variabele r
en optellen geeft:    h = 6r

b = 2a + 7a -10 hier zijn 3 termen maar alleen 2a and 7a zijn gelijksoortig, 
dus krijgen we:   b = 9a -10

p = 4 + 6 + 2s
p = 10 + 2s 

Slide 11 - Tekstslide

Enkele taken voor jou!

Slide 12 - Tekstslide

Verkort:
k = -4 + 6k -6
timer
0:20
A
k = 10 + 6k
B
k = 6k - 10
C
k = -10 + 6k
D
k = 16k

Slide 13 - Quizvraag

Oplossing:
k = -4 + 6k -6     De gelijksoortige termen zijn:    -4 and -6.
k = -10 + 6k    of ook:      k = 6k - 10           
 Attentie: in 'Ch8 Negatieve getallen ' leerde je dat                                                          -4 -6 = -10
                               Maarrr...     -4 x -6 = 24 (so: positive!)

Slide 14 - Tekstslide

t = -5k - 5 + 3k + 7
Verkort dit!
timer
0:25
A
t = 2k + 2
B
t = -2k + 2
C
t = -2k - 2
D
t = -4k

Slide 15 - Quizvraag

Oplossing:
t = -5k - 5 + 3k + 7              Neem de gelijksoortige termen samen:
t = -2k + 2                              
Ten slotte: -2k and 2 zijn geen gelijksoortige termen,
                                         dus kun je ze niet samen nemen.

Slide 16 - Tekstslide

Open je SCHRIFT en pak een PEN.

Slide 17 - Tekstslide

Antwoord vraag 1a in je schrift!
timer
1:00

Slide 18 - Tekstslide

Een mogelijke oplossing:




Slide 19 - Tekstslide

Maak  1b in je schrift:


Geef ook je antwoord in de volgende slide.
timer
0:45

Slide 20 - Tekstslide

timer
0:30
P = 20 + b+ b + 20 + b + b + 20 + b + b + 20 + b + b

Slide 21 - Woordweb

Oplossing:



Tijd voor een grapje!

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Huiswerk:
H/V :        2, 3, 4, 5, 6, 7

VWO:       3, 4, 5, 6, 7, U1

Slide 24 - Tekstslide