6. Motivatie & werkhouding - Wat doe je met een leerling die gewoon niet wil?

6

Motivatie & werkhouding

Wat doe je met een leerling die gewoon niet wil?

1 / 12
volgende
Slide 1: Slide
newEditorPedagogiekKlassemanagementHBOWOMBOBasisschoolMiddelbare schoolPraktijkonderwijs

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Introductie

Een lage werkhouding of motivatie is niet altijd onwil. In deze module leer je de vier belangrijkste oorzaken van motivatieproblemen herkennen en ontdek je welke interventies leerlingen helpen om weer betrokken en actief aan het werk te gaan.

Instructies

De module is flexibel inzetbaar, alleen of samen met collega's.
  • Als persoonlijke opfrisser (zelfstudie): Doorloop de les in je eigen tempo, onderzoek waar motivatieproblemen ontstaan en kies één interventie die je direct bij een leerling of klas kunt toepassen.
  • Als minicursus met een collega (peer-sessie):Bespreek herkenbare situaties, onderzoek mogelijke oorzaken van lage motivatie en geef elkaar feedback op passende interventies.
  • Als actieve deelsessie (studiedag of sectieoverleg): Gebruik de les als gezamenlijke werkvorm. Bespreek praktijkvoorbeelden, analyseer gedrag vanuit verschillende oorzaken en wissel uit welke aanpak leerlingen helpt om weer actief aan het werk te gaan.

Onderdelen in deze les

6

Motivatie & werkhouding

Wat doe je met een leerling die gewoon niet wil?

Soms lijkt een leerling

niet gemotiveerd en doet

hij of zij niets. Toch is onwil lang niet altijd de echte oorzaak van dat gedrag.


In dit hoofdstuk ontdek je welke vier oorzaken achter lage motivatie kunnen schuilgaan en leer je hoe je daar als docent effectief op inspeelt.

1

Ik spreek de leerling direct aan voor de klas

2

Ik ga naast de leerling staan en stel een vraag

3

Ik wacht even en hoop dat het vanzelf gaat

4

Ik weet eerlijk gezegd niet altijd wat ik moet doen

5

Ik doe iets anders, namelijk . . .

Hoe reageer jij nu als een leerling niets doet?

Dit is precies waarom dit hoofdstuk er is. Er bestaat namelijk geen magische zin.


Maar er zijn wel technieken die werken als je weet welke oorzaak erachter zit.

Verveling

De opdracht is te makkelijk of voelt zinloos.


Signaal: leerling is snel klaar, maakt kattenkwaad, trekt aandacht van anderen.

oorzaken van lage motivatie

2

Onduidelijkheid

Een leerling weet niet wat er van hem verwacht wordt of snapt de opdracht niet.


Signaal: leerling start niet, kijkt rond, vraagt niets.

1

Faalangst

Een leerling is bang om het fout te doen of voor schaamte.


Signaal: leerling schrijft niets op, zegt 'weet ik niet', vermijdt contact.

Externe oorzaak

Een leerling heeft problemen thuis, slaap-tekort of een conflict.


Signaal: leerling is er fysiek maar niet mentaal. Ogen leeg. Geen reactie.

3

4

4

Motivatie is geen eigenschap van een leerling. Het is een toestand. En toestanden hebben oorzaken.

Sleep het gedrag naar de meest waarschijnlijke oorzaak.

Koppel het gedrag aan de oorzaak

Onduidelijkheid

Verveling

Faalangst

Externe oorzaak





Leerling zegt: 'Waarom moeten we dit doen?'

Leerling schrijft niets op en kijkt naar anderen

Leerling maakt kattenkwaad zodra hij klaar is

Leerling zit met hoofd op tafel, reageert nergens op

Verveling

  • Geef een verdiepende of uitdagendere vervolgvraag.

  • Laat de leerling een klasgenoot helpen of uitleggen.

  • Vraag: 'Wat zou jij anders doen bij deze opdracht?'

Interventies per oorzaak

2

Onduidelijkheid

  • Vraag terwijl je naast de leerling staat: 'Waar zou je beginnen als je het wél wist?'

  • Wijs op één concrete eerste stap in de opdracht.

  • Vertel de opdracht mondeling in simpelere taal.

1

Faalangst

  • Verlaag de drempel: 'Schrijf op wat je denkt. Het hoeft nog niet goed te zijn.'

  • Geef aanwijzingen in stapjes.

  • Vermijd vergelijken met anderen.


Externe oorzaak

  • Geen grote interventie in de klas.

  • Geef ruimte zonder te pushen. Laat de leerling een simpele taak doen.

  • Noteer het en bespreek het na de les of met de mentor.

3

4

Jouw leerling - jouw aanpak

Denk aan een leerling in jouw klas die regelmatig niet werkt of gemotiveerd lijkt. Schrijf op:


Naam

Of omschrijving

Signaal

Wat zie of hoor je precies?

Vermoedelijke oorzaak

Onduidelijkheid / Verveling / Faalangst / Extern

Interventie

Wat ga jij de volgende les concreet proberen?

Wat zeg je?

Schrijf de zin op die je gebruikt.

Scenario: 'Dit heeft toch geen zin'

Situatie: Leerling Devin gooit zijn pen op tafel en zegt hardop: 'Dit heeft toch geen zin, ik doe dit niet.'

A

Je negeert het en gaat verder met de rest van de klas.

B

Je zegt: 'Je doet het gewoon, want anders krijg je een onvoldoende.'

C

Je gaat naar Devin toe en zegt zacht: 'Ik zie dat je ergens mee zit. Wat is er aan de hand?'

D

Je stuurt Devin naar de gang.

Waarom antwoord . . .

C de-escaleert zonder de klas te verstoren. Je erkent het gedrag zonder het goed te keuren. De vraag 'Wat is er aan de hand?' opent een gesprek in plaats van een conflict. A laat het gedrag toe. B en D escaleren.

C

Wat je niet doet

Motiveren met straffen

'Als je dit niet maakt, mag je niet mee naar de excursie.' Werkt kortdurend. Schept wrok. Los van de opdracht.

Sussen met makkelijkere opdracht

'Doe jij maar de eerste drie vragen, de rest hoeft niet.' Signaal aan leerling: als ik weiger, krijg ik minder werk. Dat gedrag beloon je.

Vergelijken met anderen

'Kijk hoe goed Nadia werkt. Waarom doe jij dat niet?' Beschaamt de leerling publiekelijk. Creëert weerstand, geen motivatie.

Mijn aanpak voor volgende week.


Schrijf op:

De leerling waarbij ik dit ga toepassen: ...

De oorzaak die ik vermoed: ...

Mijn eerste stap: ...

De zin die ik gebruik: ...