Binnenkomen
& starten
Hoe zorg je dat de les
begint voordat jij
begint te praten?
1
Binnenkomen
& starten
Hoe zorg je dat de les
begint voordat jij
begint te praten?
1
In veel klassen begint
de les met onrust. Leerlingen komen binnen, zoeken hun spullen of wachten af tot jij vertelt wat ze moeten doen.
In dit hoofdstuk leer je hoe je met een vaste startroutine zorgt dat leerlingen direct weten wat er van hen verwacht wordt en de les rustig en doelgericht begint.
Denk even terug aan een les die stroef begon . . .
Wat was het allereerste teken dat het mis zou gaan?
Minder dan 1 minuut
1 tot 3 minuten
3 tot 5 minuten
Meer dan 5 minuten
Hoeveel tijd verlies jij bij de start van een les?
Sleep bij elke routine het bijbehorende symbool in het gele vak.
Wat hoort bij een goede drempelroutine?
De docent wacht
tot iedereen stil is
Leerlingen worden
bij de deur begroet
Benodigdheden liggen
klaar op tafel
De docent bespreekt
huiswerk na bij
binnenkomst
Er staat een start
-opdracht op het bord
Leerlingen mogen
eerst uitgebreid hun weekend bespreken
Leerlingen weten waar
ze moeten zitten
De les begint pas als
alle leerlingen er zijn
Klik op de hotspots naast de stelling
voor toelichting op het antwoord.
Benodigdheden liggen
klaar op tafel
De docent wacht
tot iedereen stil is
Leerlingen worden
bij de deur begroet
Er staat een start
-opdracht op het bord
Leerlingen weten waar
ze moeten zitten
De les begint pas als
alle leerlingen er zijn
De docent bespreekt
huiswerk na bij
binnenkomst
Leerlingen mogen
eerst uitgebreid hun weekend bespreken
bouwstenen
van een startmachine
Positie
Jij staat bij de deur als leerlingen binnenkomen. Je begroet ze kort bij naam. Je ziet wie er is en hoe ze erbij staan.
3
Startopdracht
Op het bord staat direct een opdracht. Leerlingen weten: ik kom binnen, ik pak mijn spullen, ik begin. Zonder dat jij iets hoeft te zeggen.
Stiltesignaal
Jij hebt één vast signaal waarmee je aangeeft dat de instructie begint. Leerlingen herkennen het en reageren automatisch.
Doe jij dit al?
Wat staat er op jouw bord als leerlingen binnenkomen?
Schrijf op wat je nu doet of wat je zou willen dat er staat.
Vaag:
Wat weet je nog van vorige les?
Concreet:
Schrijf in 3 zinnen op wat je vorige les hebt geleerd over... Gebruik de woorden op het bord.
Concreet werkt beter omdat leerlingen geen beslissing hoeven te nemen.
Ontwerp jouw drempelroutine
Hoe begroet ik leerlingen
bij de deur?
Wat zeg of doe je? Hoe lang duurt dit? (Wees zo concreet mogelijk.)
Wat staat er op het bord als startopdracht?
Schrijf een concrete opdracht die je bij een komende les kunt gebruiken.
Wat is mijn stiltesignaal?
Beschrijf het precies:
wat doe je, wat zeg je, of wat gebruik je?
1
2
3
Scenario: de leerling die te laat komt
Situatie: Je drempelroutine loopt. Leerlingen werken aan hun startopdracht. Dan komt Jayden
4 minuten te laat binnen. Hij laat zijn tas
vallen en trekt de aandacht van
de halve klas.
Je onderbreekt de les en spreekt Jayden direct aan voor de klas.
Je geeft Jayden een non-verbaal signaal (oogcontact, wijs naar zijn plek) en spreekt hem na de les aan.
Je negeert het en gaat gewoon door.
Je stuurt Jayden terug naar de gang tot hij klaar is om binnen te komen.
Waarom antwoord . . .
Een non-verbaal signaal houdt de routine intact en geeft Jayden geen podium. Hij weet dat je hem gezien hebt. Het gesprek voer je ná de les, niet voor publiek, want dat vergroot de kans op een confrontatie.
Optie D alleen werkt als je school een duidelijk protocol heeft.
B
Checklist
Is jouw routine klaar?
Is mijn startopdracht concreet genoeg om morgen direct te gebruiken?
Weet ik precies wat ik doe bij de deur?
Niet 'iets', maar wat precies?
Is mijn stiltesignaal iets wat ik elke les zonder nadenken kan inzetten?
Mijn vaste stiltesignaal wordt: ...'
De startopdracht die ik ga gebruiken is: ...
Eén ding dat ik nu anders zie aan het begin van een les: ...
Morgen doe ik dit
Maak de zinnen af:
Mijn vaste stiltesignaal wordt: ...
De startopdracht die ik ga gebruiken is: ...
Eén ding dat ik nu anders zie aan het begin van een les: ...
Je hebt nu een startmachine.
Hij hoeft niet perfect te zijn.
Hij moet alleen bestaan.