3. Jij hebt het woord - Wie praat er in jouw klas en wie niet?

3

Jij hebt
het woord

Wie praat er in jouw
klas en wie niet?

1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
newEditorPedagogiekKlassemanagementHBOWOMBOBasisschoolMiddelbare schoolPraktijkonderwijs

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Introductie

Jij hebt het woord gaat over slimme beurtverdeling in de klas. Je ontdekt vier technieken om meer leerlingen actief mee te laten doen en leert welke aanpak het beste past bij jouw les en groep.

Instructies

De module is zo opgebouwd dat je er flexibel mee aan de slag kunt, alleen of samen met collega's:
  • Als persoonlijke opfrisser (zelfstudie): Doorloop de les in je eigen tempo, ontdek vier technieken voor slimme beurtverdeling en kies één aanpak die je direct in je volgende les toepast.
  • Als minicursus met een collega (peer-sessie): Vergelijk hoe jullie leerlingen beurten geven, bespreek de technieken en geef elkaar feedback op de gekozen aanpak.
  • Als actieve deelsessie (studiedag of sectieoverleg): Gebruik de les als gezamenlijke werkvorm. Bespreek de resultaten van de openingspoll, oefen met praktijksituaties en wissel uit welke techniek het beste past bij verschillende klassen.

Onderdelen in deze les

3

Jij hebt
het woord

Wie praat er in jouw
klas en wie niet?

In de meeste klassen antwoorden dezelfde

vijf leerlingen altijd.

De rest wacht. Of denkt helemaal niet mee.


Vandaag leer je hoe

je iedereen laat meedenken, ook

de stille leerlingen.

Denk aan jouw klas.

Wie zijn de drie leerlingen die altijd hun vinger opsteken? En wie nooit?

1

Leerlingen steken hun vinger open en ik wijs

iemand aan

2

Ik wijs willekeurig iemand aan

3

Ik gebruik een systeem (naamkaartjes,

random picker, stokje)

4

Ik vraag wie het antwoord wil geven

5

Iets anders, namelijk . . .

Welke beurtverdelingstechniek

gebruik jij nu het meest?

Dit zijn de leerlingen die we

kwijtraken als we alleen de vingers tellen. Ze zitten er. Ze zijn present. Maar ze denken misschien niet mee.

Schrijf de naam van een leerling die je zelden hoort.

Dit zijn de leerlingen die we

kwijtraken als we alleen de vingers tellen. Ze zitten er. Ze zijn present. Maar ze denken misschien niet mee.

Schrijf de naam van een leerling

die je zelden hoort.

4

Think-pair-share

Geef denktijd (30-60 sec) om leerlingen te laten overleggen met een buur. Doe dan de klassikale deling. Dit verlaagt de drempel om te spreken.

2

Whiteboards, kladblad of LessonUp

Iedereen schrijft tegelijk het antwoord op. Toon daarna het antwoord. Dit geeft geen afhankelijkheid van één persoon.

Cold calling

Jij kiest wie antwoordt,

zonder aankondiging. Iedereen moet altijd klaar zijn. Dit werkt alleen als de sfeer veilig is.

Stokje, bal of token

Een fysiek object geeft het woord. Wie het heeft, spreekt. Dit geeft structuur en maakt beurtverdeling

zichtbaar.


1

3

4

technieken die iedereen laten meedenken

Sleep de techniek naar de situatie waar die het best bij past.

Koppel de techniek aan de situatie

stokje / bal / token

whiteboard / kladblad / LessonUp


cold calling

think - pair - share





Complexe open vraag. Leerlingen hebben denktijd nodig.

Energie omhoog, beweging, klassikale

betrokkenheid.

Iedereen tegelijk antwoord geven

zichtbaar maken.

Snelle feitencheck. Iedereen moet het antwoord weten.

Kies één techniek die jij volgende week gaat inzetten. Schrijf daarna de antwoorden op deze drie vragen:


Hoe leg ik de techniek uit aan leerlingen?
(Max 2 zinnen, alsof je het hardop zegt.)

Bij welke les of opdracht gebruik ik hem?

Wat doe ik als een leerling niet meedoet of
zegt: 'Ik weet het niet'?

2

1

3

Scenario: de leerling die weigert

Situatie: Je gebruikt cold calling. Je noemt de naam van Lars. Lars kijkt naar het tafelblad en zegt: 'Weet ik niet.'

A

Je gaat door naar een andere leerling.

B

Je zegt: 'Dat kan niet. Je hebt de tekst gelezen.'

C

Je laat de klas Lars helpen.

D

Je zegt: 'Ik geef je even de tijd. Ik kom zo bij je terug.' Na 3 minuten kom je terug.

Waarom antwoord . . .

geeft Lars denktijd zonder hem voor de klas te beschamen. Het signaal is: jij ontkomt niet, maar ik geef je ruimte. C kan werken als aanvulling, maar geeft Lars een uitweg. B vergroot de kans op een confrontatie.

Het verschil tussen D en A is klein, maar groot. Bij A verdwijnt Lars. Bij D weet hij dat je terugkomt. Dat is betrokkenheid zonder dwang.

D

Wat ga jij volgende week inzetten?

Welke techniek kies ik?

In welke les en bij welke opdracht?

Waarom past deze techniek bij mijn klas?

2

1

3