3
Jij hebt
het woord
Wie praat er in jouw
klas en wie niet?
3
Jij hebt
het woord
Wie praat er in jouw
klas en wie niet?
In de meeste klassen antwoorden dezelfde
vijf leerlingen altijd.
De rest wacht. Of denkt helemaal niet mee.
Vandaag leer je hoe
je iedereen laat meedenken, ook
de stille leerlingen.
Denk aan jouw klas.
Wie zijn de drie leerlingen die altijd hun vinger opsteken? En wie nooit?
Leerlingen steken hun vinger open en ik wijs
iemand aan
Ik wijs willekeurig iemand aan
Ik gebruik een systeem (naamkaartjes,
random picker, stokje)
Ik vraag wie het antwoord wil geven
Iets anders, namelijk . . .
Welke beurtverdelingstechniek
gebruik jij nu het meest?
Dit zijn de leerlingen die we
kwijtraken als we alleen de vingers tellen. Ze zitten er. Ze zijn present. Maar ze denken misschien niet mee.
Schrijf de naam van een leerling die je zelden hoort.
Dit zijn de leerlingen die we
kwijtraken als we alleen de vingers tellen. Ze zitten er. Ze zijn present. Maar ze denken misschien niet mee.
Schrijf de naam van een leerling
die je zelden hoort.
4
Think-pair-share
Geef denktijd (30-60 sec) om leerlingen te laten overleggen met een buur. Doe dan de klassikale deling. Dit verlaagt de drempel om te spreken.
2
Whiteboards, kladblad of LessonUp
Iedereen schrijft tegelijk het antwoord op. Toon daarna het antwoord. Dit geeft geen afhankelijkheid van één persoon.
Cold calling
Jij kiest wie antwoordt,
zonder aankondiging. Iedereen moet altijd klaar zijn. Dit werkt alleen als de sfeer veilig is.
Stokje, bal of token
Een fysiek object geeft het woord. Wie het heeft, spreekt. Dit geeft structuur en maakt beurtverdeling
zichtbaar.
1
3
4
technieken die iedereen laten meedenken
Sleep de techniek naar de situatie waar die het best bij past.
Koppel de techniek aan de situatie
stokje / bal / token
whiteboard / kladblad / LessonUp
cold calling
think - pair - share
Complexe open vraag. Leerlingen hebben denktijd nodig.
Energie omhoog, beweging, klassikale
betrokkenheid.
Iedereen tegelijk antwoord geven
zichtbaar maken.
Snelle feitencheck. Iedereen moet het antwoord weten.
Kies één techniek die jij volgende week gaat inzetten. Schrijf daarna de antwoorden op deze drie vragen:
Hoe leg ik de techniek uit aan leerlingen?
(Max 2 zinnen, alsof je het hardop zegt.)
Bij welke les of opdracht gebruik ik hem?
Wat doe ik als een leerling niet meedoet of
zegt: 'Ik weet het niet'?
2
1
3
Scenario: de leerling die weigert
Situatie: Je gebruikt cold calling. Je noemt de naam van Lars. Lars kijkt naar het tafelblad en zegt: 'Weet ik niet.'
Je gaat door naar een andere leerling.
Je zegt: 'Dat kan niet. Je hebt de tekst gelezen.'
Je laat de klas Lars helpen.
Je zegt: 'Ik geef je even de tijd. Ik kom zo bij je terug.' Na 3 minuten kom je terug.
Waarom antwoord . . .
geeft Lars denktijd zonder hem voor de klas te beschamen. Het signaal is: jij ontkomt niet, maar ik geef je ruimte. C kan werken als aanvulling, maar geeft Lars een uitweg. B vergroot de kans op een confrontatie.
Het verschil tussen D en A is klein, maar groot. Bij A verdwijnt Lars. Bij D weet hij dat je terugkomt. Dat is betrokkenheid zonder dwang.
D
Wat ga jij volgende week inzetten?
Welke techniek kies ik?
In welke les en bij welke opdracht?
Waarom past deze techniek bij mijn klas?
2
1
3