H3 Oligopolie & monopolistische concurrentie

Hoofdstuk 3

Oligopolie & 
monopolistische concurrentie
1 / 49
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 49 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 3

Oligopolie & 
monopolistische concurrentie

Slide 1 - Tekstslide

Deze les
  • Je kent de kenmerken van een oligopolie 
  • Je kunt het gedrag van een oligopolist beschrijven
  • Je kunt bepalen welke doelstelling een oligopolist nastreeft aan de hand van een grafiek
  • Je kunt een gevangenendilemma en beslisboom oplossen

Slide 2 - Tekstslide

Wat zijn de kenmerken van de marktvorm oligopolie?

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Oligopolie


  • Enkele aanbieders    (twee aanbieders = duopolie)
  • Veel vragers
  • Homogeen of heterogeen product
  • Markt in theorie vrij, in de praktijk lastiger

Voorbeeld: supermarkten, benzine, vliegtuigmaatschappij

Oligopolisten zijn constant aan het innoveren om hun concurrent voor te blijven (product- en procesinnovatie).

Slide 5 - Tekstslide

Oligopolie
Bijzondere situatie oligopolie:
Aantal spelers is klein, dus kunnen op elkaars acties reageren

- Als oligopolist de prijs verlaagt, zullen de concurrenten volgen. Zij zijn bang anders afzet te verliezen
- Als oligopolist de prijs verhoogt, zullen de concurrenten niet volgen. Zij hopen extra marktaandeel te krijgen

Slide 6 - Tekstslide

Oligopolie
Prijsverhoging en prijsverlaging hebben dus allebei geen heel goed effect.

Gevolg prijsstarheid (aanbieders veranderen niet snel hun prijzen)
totdat...
Als een van de bedrijven begint de prijs te verlagen, reageren de anderen en kan zomaar een prijzenoorlog ontstaan

Slide 7 - Tekstslide

Oligopolie

Prijsstarheid > zowel prijsverlaging als prijsverhoging heeft geen zin.
Aanbieders zijn gevangen in huidige prijzen.

Prijsverhoging heeft afzetdaling tot gevolg > consumenten lopen over naar de concurrent.
Bij een prijsverlaging zullen andere aanbieders ook reageren door de prijs te verlagen gevolg daling van de winst.
De oligopolist is daarom zeer terughoudend met het veranderen van de prijzen. 

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

0

Slide 10 - Video

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Beslisboom
Wanneer de spelers na elkaar een beslissing nemen, spreken we van een sequentieel spel.
In zo’n situatie kan de eerste speler voordeel hebben, omdat hij rekening kan houden met de reactie van de andere speler.
Bij een sequentieel spel gebruiken we een beslisboom om alle mogelijke (combinaties van) acties in kaart te brengen en te analyseren.

Slide 14 - Tekstslide

In deze beslisboom staan de mogelijke opbrengsten, waarbij Mioto overweegt toe te treden tot een markt. 
Napia, het bestaande bedrijf, kan op die toetreding reageren door de huidige prijs te veranderen.

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide





Mioto zal eerst kijken wat de reactie van Napia gaat zijn.
Wat zal Napia in beide gevallen gaan doen?


Slide 17 - Tekstslide



Mioto zal eerst kijken wat de reactie van Napia gaat zijn:
Als Mioto kiest voor “toetreden”, dan zal Napia kiezen voor een “hoge prijs” (want 16 > 7)
Als Mioto kiest voor “niet toetreden”, dan zal Napia kiezen voor een “hoge prijs” (want 20 > 10)
Dat wil zeggen dat Napia een dominante strategie heeft om te kiezen voor een hoge prijs.

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Zet de kenmerken bij de juiste marktvorm. 
Oligopolie
Monopolistische concurrentie
Weinig aanbieders
Veel aanbieders
Heterogene goederen
Risico op kartels
Vaak ontstaat een marktleider
Meestal vrije toetreding

Slide 21 - Sleepvraag

Hoofdstuk 3

Oligopolie & 
monopolistische concurrentie

Slide 22 - Tekstslide

Deze les
  • Je kent de kenmerken van een monopolistische concurrentie
  • Je kunt bepalen welke doelstelling een monopolistische concurrent nastreeft aan de hand van een grafiek
  • Je kunt de prijselasticiteit berekenen

Slide 23 - Tekstslide

Herhaling vorige les, los deze beslisboom op

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide






Bedrijf 2 zal bij toetreden van Bedrijf 1 een hoge prijs kiezen (150>120)
Bedrijf 2 zal bij niet toetreden van Bedrijf 1 een hoge prijs kiezen (200>180)
Bedrijf 1 zal in die wetenschap meer verdienen door toe te treden (80>0)

Slide 26 - Tekstslide

Wat zijn de kenmerken van de marktvorm monopolistische concurrentie?

Slide 27 - Tekstslide

Monopolische concurrentie
Is het gemakkelijk of moeilijk om het marktaandeel te vergroten op een markt van monopolistische concurrentie?
  • moeilijk!
  • veel aanbieders -> veel concurrenten
  • heterogeen product maar niet heel verschillend (denk aan bakkers/slagers)

Waarom heeft de aanbieder op een markt van monopolistische concurrentie weinig invloed op de prijs?
  • veel concurrenten, klanten zullen veelal wel overstappen bij prijsverhoging, en bij prijsverlaging kans op te weinig winst

Slide 28 - Tekstslide

Monopolische concurrentie
Heterogene producten betekent dat er wel veel concurrentie is, maar dat een bedrijf met productdifferentiatie toch binnen zekere grenzen de prijs te beïnvloeden.

De p=GO lijn en de MO lijn vertonen daarom dezelfde eigenschappen als bij een monopolie


Slide 29 - Tekstslide

Invloed op de prijs
Op een markt van monopolistische concurrentie heeft de aanbieder enige invloed op de prijs.

De prijs (P = GO) loopt daarom niet horizontaal (zoals bij volkomen concurrentie), maar dalend en is gelijk aan de prijsafzetlijn.
 
De aanbieder kan de prijs verlagen om meer te verkopen. De MO is daarbij niet meer gelijk aan GO, maar de helft van de helling!

Slide 30 - Tekstslide

Monopolistische concurrentie


Maximale winst arceren:

Slide 31 - Tekstslide

Een monopolistische concurrent probeert door productdifferentiatie klanten aan zich te binden en invloed te hebben op de prijs.

Slide 32 - Tekstslide

Als de prijs op gegeven moment te hoog wordt, zullen klanten gaan overlopen naar een alternatief product/bedrijf.



Voorbeeld benzine(pomp)

Slide 33 - Tekstslide

Hoe groot het aantal overlopers is, hangt af van de prijselasticiteit van de vraag.

Slide 34 - Tekstslide

Wat weet je nog over de prijselasticiteit (Ev)?

Dit is gelijk herhaling voor het boekje Vragers en Aanbieders hoofdstuk 5.

Slide 35 - Tekstslide

Procentuele verandering berekenen 

Slide 36 - Tekstslide

Prijselasticiteit


De prijselasticiteit zegt iets over hoe sterk de gevraagde hoeveelheid reageert op een daling of stijging van de prijs.

Slide 37 - Tekstslide

Prijselasticiteit van de vraag (Ev)
Hoe reageert de vraag op een verandering van de prijs?
Formule:
Ev = % verandering v.d. vraag (gevolg)
 % verandering v.d. prijs (oorzaak)

VB: Wanneer de prijs van CD’s met 25% omlaag gaat, worden er 40% méér CD’s verkocht.
Ev = 40% = - 1,6
-25%     




Slide 38 - Tekstslide

Ev (of Ep)
Ev = % verandering v.d. vraag (gevolg)
 % verandering v.d. prijs (oorzaak)

-1 < Ev < 0      Inelastisch (consument reageert relatief / in verhouding niet sterk op een prijsverandering)
Ev = 0     Volkomen inelastisch (consument reageert niet op een prijsverandering)
Ev < -1  / +1      Elastisch (consument reageert relatief sterk op een prijsverandering)




Slide 39 - Tekstslide

Prijselasticiteit

Slide 40 - Tekstslide

Interpretatie Ev
Als de prijs met 1% veranderd neemt de vraag met ….. % toe/ af
  


Je kijkt dus in hoeverre een verandering van 1% van de prijs van invloed is op de vraag.

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Tekstslide

Prijselasticiteit en omzet

Wat is het effect van een prijswijziging bij een elastische vraag en bij een inelastische vraag?

Elastische vraag - een verandering in de prijs, zorgt voor een meer dan evenredige verandering van de afzet

Een prijsverhoging zorgt hier dus voor een toename / afname van de omzet.
Een prijsverlaging zorgt hier dus voor een toename / afname van de omzet.







Slide 43 - Tekstslide

Prijselasticiteit en omzet

Wat is het effect van een prijswijziging bij een elastische vraag en bij een inelastische vraag?

Elastische vraag - een verandering in de prijs, zorgt voor een meer dan evenredige verandering van de afzet

Een prijsverhoging zorgt hier dus voor een toename / afname van de omzet.
Een prijsverlaging zorgt hier dus voor een toename / afname van de omzet.







Slide 44 - Tekstslide

Prijselasticiteit en omzet

Wat is het effect van een prijswijziging bij een elastische vraag en bij een inelastische vraag?

Inelastische vraag - een verandering in de prijs, zorgt voor een minder dan evenredige verandering van de afzet

Een prijsverhoging zorgt hier dus voor een toename / afname van de omzet.
Een prijsverlaging zorgt hier dus voor een toename / afname van de omzet.







Slide 45 - Tekstslide

Prijselasticiteit en omzet

Wat is het effect van een prijswijziging bij een elastische vraag en bij een inelastische vraag?

Inelastische vraag - een verandering in de prijs, zorgt voor een minder dan evenredige verandering van de afzet

Een prijsverhoging zorgt hier dus voor een toename / afname van de omzet.
Een prijsverlaging zorgt hier dus voor een toename / afname van de omzet.







Slide 46 - Tekstslide

Relatie omzet en elasticiteit bij soorten goederen

Slide 47 - Tekstslide

Samengevat
  • Ev > 1, elastische vraag, omzet stijgt bij prijsdaling
  • Ev = 0, volkomen inelastisch, omzet blijft gelijk bij prijsdaling
  • 0 > Ev > 1, inelastische vraag, omzet daalt bij prijsdaling

  • Primaire goederen: inelastische vraag
  • Luxe goederen: elastische vraag

Slide 48 - Tekstslide

Slide 49 - Tekstslide