Wat is LessonUp
Lesbibliotheek
Kanalen
aiToolsTab
Inloggen
Start gratis
‹
Terug naar zoeken
M3 Verwijswoorden
GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS
1 / 25
volgende
Slide 1:
Tekstslide
Nederlands
Middelbare school
vmbo g, t, mavo
Leerjaar 1,3
In deze les zitten
25 slides
, met
interactieve quizzen
,
tekstslides
en
3 videos
.
Lesduur is:
15 min
Start les
Bewaar
Deel
Printen
Dit is niet oké
Introductie
In deze les herhalen de leerlingen zaken die zij geleerd hebben op de basisschool. Dit om de voorkennis te activeren. - alinea in een tekst
Onderdelen in deze les
GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS
Slide 1 - Tekstslide
DOEL
- Je kunt verwijzen naar mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden.
- Je kunt verwijswoorden op de goede manier gebruiken
taalverzorging
formuleren
Slide 2 - Tekstslide
Met welke verwijswoorden wijs je naar
de-woorden?
A
die - dat
B
die - deze
C
dit - deze
D
dat - dit
Slide 3 - Quizvraag
Met welke verwijswoorden wijs je naar
het-woorden?
A
die - dat
B
die - deze
C
dit - deze
D
dat - dit
Slide 4 - Quizvraag
Weet jij het nog?
Bekijk de volgende twee filmpjes om de stof
weer op te halen
Slide 5 - Tekstslide
Slide 6 - Video
Slide 7 - Video
VERWIJSWOORDEN
Verwijswoorden verwijzen meestal
naar een woord dat al eerder genoemd is of
wijzen vooruit naar een woord dat nog genoemd gaat worden.
Slide 8 - Tekstslide
Bekijk het volgende filmpje
om nieuwe dingen over verwijswoorden te leren
Slide 9 - Tekstslide
Slide 10 - Video
Is het verwijswoord een
persoonlijk of bezittelijk voornaamwoord?
Mijn
neef heeft thuis een slang.
A
persoonlijk voornaamwoord
B
bezittelijk voornaamwoord
Slide 11 - Quizvraag
Is het verwijswoord een
persoonlijk of bezittelijk voornaamwoord?
Zijn dat
jouw
buren?
A
persoonlijk voornaamwoord
B
bezittelijk voornaamwoord
Slide 12 - Quizvraag
Is het verwijswoord een
persoonlijk of bezittelijk voornaamwoord?
Zij
graven een zwembad in de tuin.
A
persoonlijk voornaamwoord
B
bezittelijk voornaamwoord
Slide 13 - Quizvraag
Is het verwijswoord een
persoonlijk of bezittelijk voornaamwoord?
Hun
tuin is daar groot genoeg voor.
A
persoonlijk voornaamwoord
B
bezittelijk voornaamwoord
Slide 14 - Quizvraag
Kies de juiste verwijswoorden.
Neemt
u/uw
de bus naar Berlijn of
u/uw
privévliegtuig?
A
u - u
B
uw - uw
C
u - uw
D
uw - u
Slide 15 - Quizvraag
Kies de juiste verwijswoorden.
Janes wil naar school met
ze/z'n
solex, die oom Theo
hem/zijn
heeft gegeven.
A
ze - hem
B
ze - zijn
C
z'n - hem
D
z'n - zijn
Slide 16 - Quizvraag
Kies de juiste verwijswoorden.
Elza en Lisa denken dat
hun/ze
een leukere feestoutfit hebben dan
ons/wij.
A
hun - ons
B
hun - wij
C
ze - ons
D
ze - wij
Slide 17 - Quizvraag
Kies de juiste verwijswoorden.
Als ik
jouw/jou
versla met boksen, heb ik net zo vaak gewonnen als
jou/jij
.
A
jouw - jou
B
jouw - jij
C
jou - jou
D
jou - jij
Slide 18 - Quizvraag
Kies de juiste verwijswoorden.
Deze / Dit
familie woont op een schip
dat / die
helemaal is opgeknapt.
A
Deze - dat
B
Deze - die
C
Dit - dat
D
Dit - die
Slide 19 - Quizvraag
Kies de juiste verwijswoorden.
De gevaarlijkste stunt
dat / die
Almin doet, is van
dat / die
brug af duiken.
A
dat - dat
B
dat - die
C
die - dat
D
die - die
Slide 20 - Quizvraag
Kies de juiste verwijswoorden.
De trein
met wie / waarmee
Joy reist,
stopt ook bij
deze / dit
station.
A
met wie - deze
B
met wie - dit
C
waarmee - deze
D
waarmee - dit
Slide 21 - Quizvraag
Kies de juiste verwijswoorden.
De Chinees
met wie / waarmee
ik een kroket at, kende
deze / dit
snack niet.
A
met wie - deze
B
met wie - dit
C
waarmee - deze
D
waarmee - dit
Slide 22 - Quizvraag
Kies de juiste verwijswoorden.
Deze / Dit
mantelzorger zorgt voor mijn 80-jarige buurvrouw,
dat / die
blind is.
A
Deze - dat
B
Deze - die
C
Dit - dat
D
Dit - die
Slide 23 - Quizvraag
GELEERD
- Je kunt verwijzen naar mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden.
- Je kunt verwijswoorden op de goede manier gebruiken
taalverzorging
formuleren
Slide 24 - Tekstslide
GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS
Slide 25 - Tekstslide
Meer lessen zoals deze
Wereldoriëntatie 5/6 - Begrijp ik de tekst?
November 2023
-
10 slides
Begrijpend lezen
Basisschool
Groep 5,6
Kidsweek in de Klas
Groep 7-8 | taal | persoonlijke voornaamwoorden
Februari 2026
-
24 slides
Nederlands
Taal
+2
Basisschool
Groep 7,8
TisTaal by Dutchily E.E.
lidwoorden/ geslacht zelfstandige naamwoorden
Juli 2025
-
31 slides
Duits
Middelbare school
vmbo k
Leerjaar 1
Proefles Duits GHC
Juli 2025
-
28 slides
Duits
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 1
Oudnederlandse Woorden Quiz
September 2025
-
41 slides
newEditor
Nederlands
Taal
+3
Middelbare school
MBO
Basisschool
Quiz!
De grote kennisquiz
Augustus 2024
-
44 slides
Duits
Middelbare school
mavo
Leerjaar 4
Quiz!
Groep 5-6 | taal | persoonlijke voornaamwoorden
Maart 2026
-
17 slides
Nederlands
Taal
+2
Basisschool
Groep 5,6
TisTaal by Dutchily E.E.
Groep 5-6 | taal | persoonlijke voornaamwoorden
Juli 2025
-
17 slides
Nederlands
Taal
+2
Basisschool
Groep 5,6
TisTaal by Dutchily E.E.