3.2 Water in balans

§3.2 Wereld: Water in balans 
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

§3.2 Wereld: Water in balans 

Slide 1 - Tekstslide

Planning
1. Herhaling 3.1
2. Uitleg 3.2
3. Lezen 3.2 + maken opdrachten 3.2

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Link

De waterkringloop begint altijd met
A
wolken
B
regen
C
rivierwater
D
de zon

Slide 4 - Quizvraag

Welke twee onderdelen van de waterkringloop behoren tot de KORTE waterkringloop?
A
Afstroming en condensatie
B
Afstroming en infiltratie
C
Condensatie en verdamping
D
Verdamping en infiltratie

Slide 5 - Quizvraag

Maak de juiste combinaties
Condensatie
Verdamping
Waterdamp --> water
Water --> waterdamp
Als het warmer wordt
Als het kouder wordt

Slide 6 - Sleepvraag

Verdamping
Condensatie
Neerslag
Afstroming
Warmte

Slide 7 - Sleepvraag

Van al het water op aarde, wat is de verdeling van zout water / zoet water?
A
50% zout water 50 % zoet water
B
99% zout water 1% zoet water
C
70% zout water 30% zoet water
D
30% zout water 70% zoet water

Slide 8 - Quizvraag

Leerdoelen
  • Je weet alle begrippen die samenhangen met de waterbalans en duurzaam waterbeheer
  • Je begrijpt hoe een waterbalans in elkaar steekt
  • Je kunt het belang uitleggen van duurzaam waterbeheer 

Slide 9 - Tekstslide

Over hoeveel liter water kan iedere wereldburger elk jaar beschikken?
A
4 miljoen
B
7 miljoen
C
11 miljoen
D
15 miljoen

Slide 10 - Quizvraag

Waterbalans
De hoeveelheid water die een gebied binnenkomt en uitgaat.

Slide 11 - Tekstslide

waterbalans

Slide 12 - Tekstslide

Waterbalans =
A
Hoeveel geld water kost in een gebied.
B
Hoeveel water weegt in een gebied
C
Hoeveel water een gebied inkomt en uitgaat
D
Al het water dat zich in de grond bevindt

Slide 13 - Quizvraag

Een gebied kan op 4 manieren aan water komen.

Slide 14 - Tekstslide

1. Nuttige neerslag
  • Neerslag - verdamping = nuttige neerslag.
  • De hoeveelheid neerslag kan in verschillende landen het zelfde zijn, maar de nuttige neerslag kan dan alsnog verschillen!

Slide 15 - Tekstslide

2. Aanvoer water uit andere gebieden

Bijvoorbeeld water uit rivieren.
In Nederland de Rijn en de Maas.

Slide 16 - Tekstslide

Waarom wordt er in het Midden-Oosten weinig gebruik gemaakt van oppervlakte water?

Slide 17 - Open vraag

3. aanvoer fossiel water
Fossiel water: Water uit de grond dat stamt uit eerdere tijden.

Vaak een aquifer.

Slide 18 - Tekstslide

Aquifer
Aquifer Waterhoudende laag in de ondergrond.

Slide 19 - Tekstslide

4. Virtueel water
Virtueel water = denkbeeldig water verwerkt in import producten


Er is 1000 liter water nodig om 1 kilo avocado's te produceren. 
Aantekening!

Slide 20 - Tekstslide

hoeveel virtueel water heb jij gisteren gebruikt?

Slide 21 - Tekstslide

Water wordt op 3 manieren afgevoerd.

Slide 22 - Tekstslide

Zoet water wordt schaars
vernieuwbaar water

Wanneer water wordt aangevuld in het tempo waarin de mens het gebruikt.

niet-vernieuwbaar water

Wanneer mensen meer water gebruiken dan kan worden aangevuld.

Slide 23 - Tekstslide

Niet-vernieuwbaar water: 
raakt op
Vernieuwbaar water: 
raakt niet op

Slide 24 - Tekstslide


Slide 25 - Tekstslide


A
vernieuwbaar water
B
niet-vernieuwbaar water

Slide 26 - Quizvraag


A
vernieuwbaar water
B
niet-vernieuwbaar water

Slide 27 - Quizvraag

Waterbeheer
Wanneer je als land vooral vernieuwbaar water gebruikt dan doe je aan duurzaam waterbeheer

Slide 28 - Tekstslide

Duurzaam waterbeheer is:
A
Er wordt alleen gebruik gemaakt van vernieuwbaar water.
B
Er wordt alleen gebruik gemaakt van niet-vernieuwbaar water.

Slide 29 - Quizvraag

Slide 30 - Video

Aan de slag!
Lees paragraaf 3.2
Maak de opdrachten van 3.2 in je papieren werkboek!

Slide 31 - Tekstslide