1.1 Organismen

Verwachtingen vandaag!

  • Mijn boek en schrift liggen open op: 1.1 blz 14

  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, etui en schrift

  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op 

  • Als de docent praat ben ik stil

  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

1 / 18
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 18 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Verwachtingen vandaag!

  • Mijn boek en schrift liggen open op: 1.1 blz 14

  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, etui en schrift

  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op 

  • Als de docent praat ben ik stil

  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

1.1 Organismen







Thema 1 Organen en Cellen

Voorkennis

Waar denk je aan bij het begrip organisme

Planning

  • 1.1 Organisme bespeken

  • opdrachten maken

  • nakijken

  • Lezen

Leerdoelen vandaag

  1. Uitleggen wat organismen is

  2. De levenskenmerken opnoemen

  3. Het verschil tussen levend, dood en levenloos benoemen

Organismen

Organisme = Levende wezens


  • Mensen

  • Dieren

  • Planten

  • Bacterien

  • Schimmels


Levenskenmerken

Organismen hebben levenskenmerken.
De 7 levenskenmerken zijn:

  • Groei (en ontwikkelen)                      

  • Ademhaling

  • Uitscheiding

  • Waarnemen           

  • Voortplanting

  • Bewegen    

  •  Voeden                       



  1. ademhalen

  2. voeden

  3. uitscheiden

  4. bewegen

  5. Waarnemen (reageren op prikkels)

  6. groeien en ontwikkelen

  7. voortplanten


  • Levend: levenskenmerken

  • Dood: heeft geen levenskenmerken meer

  • Levenloos: nooit levenskenmerken gehad

Levend, dood of levenloos


Stofwisseling

Bij stofwisseling horen voeding, ademhaling en uitscheiding

  • Organismen voeden zich, zonder voeding overleven ze niet.

  • Voor verbranding is zuurstof nodig. Zuurstof wordt opgenomen door ademhaling.

  • Bij stofwisseling ontstaan afvalstoffen. Deze afvalstoffen moet het lichaam uit. Dit heet uitscheiding.

Levensloop

Mensen worden geboren, groeien, worden volwassen, krijgen kinderen en sterven. Al deze fasen samen noem je de levensloop.

De levensloop bestaat uit:

  • Lichamelijke groei en ontwikkeling

  • Geestelijke groei en ontwikkeling

Geestelijke groei en ontwikkeling:

  • Je gevoel verandert

  • Je Kennis verandert

  • Je mening verandert

  • Je leert nieuwe dingen

  • Bijvoorbeeld muzieksmaak of kledingsmaak

Lichamelijke groei en ontwikkeling:

  • Je lichaam wordt groter

  • Verhoudingen veranderen

  • Zoals je hoofd is aan het begin in verhouding groot tot de rest van je lichaam

Levensfase

  • Een levensfase is een periode met bepaalde kenmerken. 

  • De levensfasen duren niet bij iedereen even lang.

Voordoen + zelf oefenen

  1. adolescent

  2. baby

  3. oudere

  4. Kleuter

  5. volwassene

  6. schoolkind

  7. puber

  8. peuter

Aan het werk!

Lees blz 14 t/m 17

Maken opdracht 1 t/m 8


Klaar?
Lezen




 


20

minute

00

second

Checken leerdoelen

  1. Uitleggen wat organismen is

  2. De levenskenmerken opnoemen

  3. Het verschil tussen levend, dood en levenloos benoemen