Zenuwstelsel, reflexen en gedrag (Biologie vmbo), les 2: Examentraining

REAGEREN · ZENUWSTELSEL

Examentraining

Zenuwstelsel, reflexen en gedrag: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vier vraagtypen: delen van de hersenen aanwijzen, een reflexschema lezen, reflexen herkennen en gedrag en prikkels onderscheiden. Acht vragen in examenstijl. Voor KB/GT zijn alle vier de vraagtypen van belang; voor BB vooral de eerste.

Onderdelen in deze les

REAGEREN · ZENUWSTELSEL

Examentraining

Zenuwstelsel, reflexen en gedrag: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Rapidreflex / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

REAGEREN · ZENUWSTELSEL

Wat ga je kunnen?

Ik kan delen van de hersenen aanwijzen, een reflexschema lezen en reflexen en prikkels herkennen in een examenvraag.

Deze slide heeft geen instructies

REAGEREN · ZENUWSTELSEL

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat wordt er gevraagd en over welk deel of welke reflex gaat het?

  • 2. Kijk: bekijk de afbeelding. Waar wijzen de letters en de pijlen naartoe?

  • 3. Denk: welk begrip uit de les past hierbij?

  • 4. Controleer: past je antwoord bij alle gegevens in de vraag?

Deze slide heeft geen instructies

REAGEREN · ZENUWSTELSEL

Vraagtype 1: delen van de hersenen aanwijzen

  • Je krijgt een tekening van de hersenen met letters.

  • Grote hersenen: de grote, geplooide bovenkant.

  • Kleine hersenen: achteronder, met veel dunne lijnen.

  • Hersenstam: de steel die naar beneden loopt.

Examenvraag met afbeelding: een deel van het zenuwstelsel aanwijzen. Laat leerlingen eerst de vorm benoemen en dan pas de naam kiezen.

Welk deel is met de letter A aangegeven?

A

Kleine hersenen

B

Grote hersenen

C

Hersenstam

D

Ruggenmerg

A wijst naar de grote, geplooide bovenkant. Verwachte fout: kleine hersenen kiezen omdat die ook geplooid lijken. Image credit: Eigen labels op een tekening van NIAID, Ryan Kissinger / Wikimedia Commons, publiek domein

Welk deel is met de letter C aangegeven?

A

Grote hersenen

B

Kleine hersenen

C

Hersenstam

D

Ruggenmerg

C wijst naar de steel onder de hersenen: de hersenstam. Het ruggenmerg staat niet op de tekening. Verwachte fout: ruggenmerg kiezen omdat de steel er naartoe loopt. Image credit: Eigen labels op een tekening van NIAID, Ryan Kissinger / Wikimedia Commons, publiek domein

REAGEREN · ZENUWSTELSEL

Vraagtype 2: een schema van een reflex lezen

  • Je krijgt een schema van een reflex.

  • Kijk waar de pijlen heen wijzen.

  • Een gevoelszenuwcel voert naar het ruggenmerg toe, een bewegingszenuwcel ervan af.

  • Een schakelcel ligt in het ruggenmerg tussen die twee.

Examenvraag met schema: een zenuwcel aanwijzen of benoemen. Alleen KB/GT hoeft de soorten zenuwcellen te kennen.

Welk deel is met de letter C aangegeven?

A

Schakelcel

B

Gevoelszenuwcel

C

Bewegingszenuwcel

D

Ruggenmerg

C ligt in het ruggenmerg tussen de gevoelszenuwcel en de bewegingszenuwcel: de schakelcel. Verwachte fout: bewegingszenuwcel kiezen omdat die ook in het ruggenmerg begint. Image credit: Eigen afbeelding

Welke letter is de bewegingszenuwcel?

A

A

B

D

C

C

D

E

D voert het signaal van het ruggenmerg naar de spier. A is de gevoelszenuwcel, C de schakelcel en E de spier. Verwachte fout: E kiezen, de spier is geen zenuwcel. Image credit: Eigen afbeelding

REAGEREN · ZENUWSTELSEL

Vraagtype 3: reflexen herkennen

  • Een reflex is vast en onbewust.

  • Let op wat er gebeurt: terugtrekken, strekken, tikken op de pees of de pupil.

  • Weet je het soort reflex, dan weet je wat er in je lichaam gebeurt.

  • Lees de situatie goed: wat is de prikkel en wat is de reactie?

Examenvraag in een situatie: het soort reflex herkennen en de reactie verklaren. Alleen KB/GT hoeft de soorten reflexen te kennen.

Je raakt een hete pan aan en trekt je hand direct weg. Welke reflex is dit?

A

Kniepeesreflex

B

Pupilreflex

C

Strekreflex

D

Terugtrekreflex

Je hand gaat weg van de prikkel: terugtrekreflex. Verwachte fout: strekreflex, maar daarbij strekt het andere been zich.

Je stapt op een punaise en trekt dat been op. Wat doet je andere been door de strekreflex?

A

Het strekt zich, zodat je blijft staan

B

Het buigt mee, zodat je sneller wegkomt

C

Het ontspant, zodat je gaat zitten

D

Het draait weg van de punaise

Het andere been strekt zich zodat je niet omvalt. Verwachte fout: denken dat beide benen terugtrekken. Dan val je om.

REAGEREN · ZENUWSTELSEL

Vraagtype 4: gedrag en prikkels

  • Zoek de prikkel die het gedrag in gang zet.

  • Inwendig: uit je eigen lichaam, zoals honger of dorst.

  • Uitwendig: uit de omgeving, zoals een geluid, een geur of licht.

  • Let op: het gedrag zelf is geen prikkel.

Examenvraag in een situatie: inwendige en uitwendige prikkels onderscheiden. Alleen KB/GT.

Tijdens het hardlopen krijg je dorst en je pakt een bidon. Welke prikkel is inwendig?

A

De zon die op je schijnt

B

Het geluid van andere lopers

C

De dorst die je voelt

D

De bidon die je ziet

Dorst komt uit je eigen lichaam. De andere opties komen uit de omgeving. Verwachte fout: de bidon kiezen, maar dat is een uitwendige prikkel.

Een vogel vliegt weg als een tractor langsrijdt. Welke prikkel is uitwendig?

A

De honger van de vogel

B

De vermoeidheid van de vogel

C

Het lawaai van de tractor

D

De drang om te nestelen

Het lawaai komt uit de omgeving. De andere opties zijn inwendig. Verwachte fout: het wegvliegen kiezen, dat is het gedrag zelf en geen prikkel.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Delen van de hersenen aanwijzen

2

Een reflexschema lezen

3

Reflexen herkennen

4

Gedrag en prikkels

Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen kort na met een voorbeeld.

REAGEREN · ZENUWSTELSEL

Tips voor op het examen

  • Kijk bij een tekening eerst naar de vorm van het deel voordat je de naam kiest.

  • Een gevoelszenuwcel gaat naar het CZS toe, een bewegingszenuwcel gaat naar de spier.

  • Bij de kniepeesreflex zit geen schakelcel, bij de terugtrekreflex wel.

  • Het gedrag zelf is geen prikkel: zoek wat het gedrag in gang zet.

Deze slide heeft geen instructies