Neurale regulatie (Biologie havo), les 2: Examentraining

ZELFREGULATIE · ZENUWSTELSEL

Examentraining

Neurale regulatie: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vier vraagtypen: de weg van een impuls volgen, rekenen met gegevens, uitval en functioneren, en verklaren met de synaps. Acht vragen en een poll.

Onderdelen in deze les

ZELFREGULATIE · ZENUWSTELSEL

Examentraining

Neurale regulatie: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: NIAID, Ryan Kissinger / Wikimedia Commons, publiek domein

ZELFREGULATIE · ZENUWSTELSEL

Wat ga je kunnen?

Ik kan in een situatie de weg van een signaal volgen en de bouw en werking van het zenuwstelsel gebruiken om een antwoord te onderbouwen.

Deze slide heeft geen instructies

ZELFREGULATIE · ZENUWSTELSEL

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat is de prikkel en wat moet je beschrijven, verklaren of berekenen?

  • 2. Volg: de weg van de impuls: receptor, gevoelszenuwcel, CZS, bewegingszenuwcel, spier of klier.

  • 3. Koppel: elk onderdeel aan zijn bouw en taak, met de juiste vaktaal.

  • 4. Schrijf: een kort antwoord met een reden: omdat ...

Deze slide heeft geen instructies

ZELFREGULATIE · ZENUWSTELSEL

Vraagtype 1: de weg van een impuls

  • Zoek eerst de receptor en de prikkel.

  • Volg de impuls door gevoelszenuwcel, schakelzenuwcel en bewegingszenuwcel.

  • Bij een reflex ligt de schakelzenuwcel vaak in het ruggenmerg.

  • Noem altijd het soort zenuwcel, niet alleen zenuwcel.

Deze slide heeft geen instructies

Je trekt je hand weg van een hete pan. Welke cel prikkelt de armspier?

A

Gevoelszenuwcel

B

Schakelzenuwcel

C

Cel van Schwann

D

Bewegingszenuwcel

De spier krijgt de impuls van een bewegingszenuwcel. Verwachte fout: gevoelszenuwcel kiezen omdat je de hitte voelt.

Pijnreflex: waar ligt de schakelzenuwcel?

Goed antwoord: in het ruggenmerg (CZS). Verwachte fout: in de hersenen of in het been.

ZELFREGULATIE · ZENUWSTELSEL

Vraagtype 2: rekenen met gegevens

  • Lees de tabel: let op eenheden zoals m/s en µm.

  • Vergelijk twee rijen die in één ding verschillen.

  • Tijd = afstand : snelheid.

  • Geef de eenheid bij je antwoord.

Deze slide heeft geen instructies

Vergelijk P en Q. Wat is het effect van de myelineschede?

A

De impuls gaat 2 keer zo snel

B

De impuls gaat 30 keer zo snel

C

De impuls gaat 60 keer zo snel

D

De impuls gaat 120 keer zo snel

60 m/s : 2 m/s = 30. De dikte is gelijk, dus het verschil komt door de myelineschede. Verwachte fout: 60 kiezen, de snelheid van P zelf. De getallen in de tabel zijn verzonnen. Image credit: Eigen afbeelding

Tijd voor 1,2 m bij 2 m/s? Geef in seconden.

1,2 m : 2 m/s = 0,6 s. Verwachte fout: vermenigvuldigen en 2,4 s antwoorden.

ZELFREGULATIE · ZENUWSTELSEL

Vraagtype 3: uitval en functioneren

  • Bij uitval van een deel kijk je welke taak wegvalt.

  • Kleine hersenen: bewegingen en evenwicht.

  • Myeline: de impuls gaat trager of komt niet aan.

  • Receptor: de prikkel wordt niet meer opgemerkt.

Deze slide heeft geen instructies

Na een val kan Sam geen evenwicht meer houden. Wat is beschadigd?

A

De kleine hersenen

B

De hersenstam

C

De hersenschors

D

Het ruggenmerg

Evenwicht en coördinatie zijn taken van de kleine hersenen. Verwachte fout: de hersenstam kiezen, die regelt ademhaling en hartslag.

Bij MS raakt de myeline beschadigd. Wat is een gevolg?

A

Er wordt meer neurotransmitter afgegeven

B

De zenuwcellen delen sneller

C

Impulsen gaan trager of komen niet aan

D

De receptoren geven geen prikkel meer door

Zonder goede myeline is er geen snelle sprongsgewijze geleiding. Verwachte fout: denken dat de receptoren zelf uitvallen.

Een synaps tussen twee cellen (schema)

ZELFREGULATIE · ZENUWSTELSEL

Vraagtype 4: verklaren met de synaps

  • Beschrijf de stappen: impuls, blaasjes, neurotransmitter, receptoreiwit.

  • Zoek wat er in de situatie verandert.

  • Kijk welke stap dan niet meer lukt.

  • Koppel de bouw aan de werking.

Image credit: Eigen afbeelding

Een gif blokkeert de receptoreiwitten van spiercellen. Wat gebeurt er?

A

De bewegingszenuwcel maakt geen impuls meer

B

De spier ontvangt geen signaal en blijft slap

C

De neurotransmitter wordt niet meer aangemaakt

D

De spier trekt voortdurend samen

De neurotransmitter komt vrij maar kan niet binden. Verwachte fout: denken dat de zenuwcel zelf geen impuls meer maakt.

Waarom werkt een synaps maar één kant op?

Goed antwoord: alleen het uiteinde van de eerste cel heeft blaasjes met neurotransmitter en alleen de volgende cel heeft receptoreiwitten. Verwachte fout: zeggen dat de impuls niet terug kan zonder te noemen waarom.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

De weg van een impuls volgen

2

Rekenen met gegevens

3

Uitval van een hersendeel

4

Verklaren met de synaps

Deze slide heeft geen instructies

ZELFREGULATIE · ZENUWSTELSEL

Tips voor op het examen

  • Noem bij een zenuwcel altijd het soort: gevoels-, schakel- of bewegingszenuwcel.

  • Gebruik de richting van de impuls: van receptor naar CZS naar spier of klier.

  • Bij rekenen: schrijf de eenheid erbij.

  • Onderbouw met omdat: koppel bouw aan werking.

Deze slide heeft geen instructies