H1 stoffen en deeltjes: §4 en §5

Hoofdstuk 1 stoffen en deeltjes vanaf §4

4 Tl stoffen en deeltjes
wat weet je nog? 
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 27 slides, met tekstslides en 6 videos.

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 1 stoffen en deeltjes vanaf §4

4 Tl stoffen en deeltjes
wat weet je nog? 

Slide 1 - Tekstslide

leerdoelen
  • verschil tussen atomen en ionen
  • waaruit stoffen bestaan 
    * losse atomen
    * moleculen
    * zouten

Slide 2 - Tekstslide

periodiek systeem van de elementen 
bedacht door Mendelejev

Slide 3 - Tekstslide

periodiek systeem van de elementen 
bedacht door Mendelejev
elementen ingedeeld op basis van atoommassa en eigenschappen
  • horizontaal= periode (geeft aantal elektronen ringen/wolken aan)
  • vertikaal = groep (gemeenschappelijke kenmerken) b.v  groep 1 alkalimetalen = erg reactief, groep 17 =halogenen/zoutvormers en groep 18 = edelgassen
  • van de genoemde stoffen in par 2 moet je de eigenschappen kennen

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Link

atoommodel
  • elektronen [(-) lading ]
      in elektronenwolk om de kern heen
  • kern: bepaalt de massa en bestaat uit
    - protonen [(+) lading] ( = atoomnummer)
    - neutronen (geen lading) en nodig om de protonen bij elkaar te houden
  • gelijk geladen deeltjes stoten elkaar af
  • normaal atoom heeft
                                   evenveel (+) als (-) lading
  • massa van 1 proton of 1 neutron noem je de atomaire massa-eenheid, 1 u= 1,7 x 10-27kg


Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Slide 8 - Video

Slide 9 - Video

Slide 10 - Video

leer de namen van de enkelvoudige ionen uit je hoofd (tabel 5, pg 26)
Let op:  van alle negatieve enkelvoudige ionen eindigt de naam steeds op ....ide

Dus chloride, oxide, fluoride enz.

Slide 11 - Tekstslide

  • ontleedbare stoffen: ionaire verbindingen/zouten
  • een atoom kan door chemische reacties 1 of meer elektronen verliezen of opnemen (altijd uit de buitenste schil/ring), dan ontstaan er ionen.
  • een positief ion heeft in totaal een + lading en dus elektronen afgestaan.
  • een negatief ion heeft in totaal een - lading en dus elektronen opgenomen.
  • in een ionaire verbinding is de totale lading altijd nul. Dat komt omdat de negatieve ionen worden aangetrokken door de  positieve ionen en ze daardoor elektronen gaan delen. 
  • een ionaire verbinding is daardoor heel erg sterk. Deze stoffen hebben hoge smeltpunten.
  • de lading van de metaalionen geef je in de naam aan met een romeins cijfer. Bijv. IjzerIIoxide, het ijzer ion heeft lading Fe 2+, of IjzerIIIoxide dan heeft het ijzer ion  lading Fe 3+
  • zoek de tabel voor de zouten nu op in binas !
     
 
zouten: ionaire verbindingen / ontleedbare stoffen

  • een atoom kan door chemische reacties 1 of meer elektronen verliezen of opnemen (alleen in de buitenste schil/ring) dan ontstaan er ionen.
  • positief ion heeft in totaal een + lading en dus elektronen afgestaan. 
  • negatief ion heeft in totaal een - lading en dus elektronen opgenomen.
  • in een ionaire verbinding is totale lading altijd nul.
  • een ionaire verbinding is daardoor heel erg sterk.
     Deze stoffen hebben hoge smeltpunten.
  • de lading van de metaalionen geef je in de naam aan met een romeins cijfer. Bijv.  IJzer(II)oxide, het ijzer ion heeft lading Fe 2+, of
              IJzer(III)oxide, dan heeft het ijzer ion lading Fe 3+
  • zoek de tabel voor de zouten nu op in je Binas !
    Tabel 35
 

Slide 12 - Tekstslide

een plaatje van natriumoxide Na2

Slide 13 - Tekstslide

samengestelde ionen 
  • Samengesteld ion bestaat uit meerdere atoomsoorten aan elkaar vast. En is dus ontstaan vanuit een verbinding. 
  • De lading geeft in dit geval aan hoeveel elektonen het samengestelde ion in totaal te veel of te weinig heeft.
  • Het amoniumion NH4+ is het enige positief geladen samengesteld ion.
  • De formule van een zout noem je niet een molecuulformule maar een verhoudingsformule 

Slide 14 - Tekstslide

0

Slide 15 - Video

leerdoelen
  • check begrip: verschil tussen atomen en ionen
  • check: waaruit stoffen bestaan 
    * losse atomen
    * moleculen
    * zouten
  • verhoudingsformules van zouten opstellen
  • namen van zouten opstellen

Slide 16 - Tekstslide

bespreken / nakijken

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Verhoudingsformule
verhouding verschillende ionen in een zout

  1. naam
  2. symbolen tussen haakjes - eerst de positieve
  3. zorg met indexgetallen dat de positieve en negatieve lading gelijk zijn
  4. Enk. ion vereenvoudig en laat haakjes weg
    Samengest. ion laat haakjes staan


(altijd positief metaal-ion + negatief niet-metaal-ion, behalve bij ammoniumzouten)

Slide 21 - Tekstslide

 opstellen verhoudingsformule van een zout
  1. noteer de naam vh zout                                                         bv natriumoxide
  2. symbolen ionen tussen haakjes en positief ion
    voorop                                                                                              dus    (Na+)(O2-)
  3. totale lading gelijk maken met behulp van indexen               (Na+)2(O2-)  
  4. als je haakjes weg kunt werken doe dat:                                       Na2
  5. p.s.  bij samengestelde ionen kun je niet altijd alle haakjes wegwerken !

Slide 22 - Tekstslide

Enkelvoudig ion
Samengesteld ion
Het ammonium-ion komt drie keer voor: wel de lading weghalen, niet de haakjes. 

Het fosfaat-ion komt maar één keer voor: de haakjes laat je weg.
Blz. 29 t/m 31

Slide 23 - Tekstslide

huiswerk
  • check begrip: verschil tussen atomen en ionen
  • check: waaruit stoffen bestaan 
    * losse atomen
    * moleculen
    * zouten
  • digitaal je opgaven maken

Slide 24 - Tekstslide

leerdoelen
  • verhoudingsformules opstellen
  • namen van zouten geven

Slide 25 - Tekstslide

herhaling lesstof
 met volgende video

Slide 26 - Tekstslide

0

Slide 27 - Video