Retaillogistiek 3/4 H2 Goederenopslag

Retaillogistiek 3/4 H2 Goederenopslag
2.1 Goederen bewerken
2.2 Interne transportmiddelen
2.3 Magazijninrichting
2.4 Artikelen opslaan
2.5 Afvalverwerking en -opslag
1 / 49
volgende
Slide 1: Tekstslide
RetailMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 49 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Retaillogistiek 3/4 H2 Goederenopslag
2.1 Goederen bewerken
2.2 Interne transportmiddelen
2.3 Magazijninrichting
2.4 Artikelen opslaan
2.5 Afvalverwerking en -opslag

Slide 1 - Tekstslide

Goederenopslag

Slide 2 - Woordweb

Goederenopslag
Om ervoor te zorgen dat de klant niet misgrijpt, is het belangrijk dat artikelen op de juiste plek in het magazijn en in de winkel opgeslagen worden. Medewerkers moeten weten welk artikel waar moet staan. Soms moeten ze producten eerst nog ompakken of bewerken. Bewust omgaan met afval in de winkel is belangrijk met het oog op duurzaamheid.

Slide 3 - Tekstslide

Wat je leert in dit hoofdstuk
  • Je controleert of goederen juist omgepakt en gesorteerd worden.
  • Je ziet erop toe dat goederen op de juiste manier worden behandeld bij transport naar het magazijn of de winkelvloer.
  • Je controleert de opslag van goederen in het magazijn.
  • Je legt uit wat artikelcodering is en waar deze voor dient.
  • Je controleert of het afval (o.a. verpakkingen) in de winkel op de juiste manier wordt verwerkt en opgeslagen.

Slide 4 - Tekstslide

Uit de praktijk
In de ontvangstruimte van het magazijn staan de net geleverde goederen. Rogier geeft Sjoerd opdracht om de goederen om te pakken en op te slaan. Onlangs volgden alle medewerkers een cursus ‘Veilig werken’. Daardoor zijn de medewerkers alerter dan voorheen en zich meer bewust van risico’s bij het opslaan van goederen. Toch wil Rogier even meekijken om te controleren of Sjoerd weet met wat voor goederen en risico’s hij te maken heeft.


Er staan 3 pallets met schoonmaakmiddelen, deze pallets zijn geseald. Iedere sealing bevat een etiket met daarop dit symbool.

Even verderop staan drie dozen op een pallet van elk 25 kg.

Slide 5 - Tekstslide

Een deel van de schoonmaakmiddelen wordt gebruikt als werkvoorraad om de vloer van het magazijn schoon te maken. Op iedere pallet staan veertig flessen reiniger van ieder twee liter. Sjoerd haalt de plastic sealing van de pallet af en plaatst de pallet met schoonmaakmiddelen op de grond onder een van de stellingen in het magazijn. Wat gaat hier mis?

Slide 6 - Open vraag

De totale voorraad moet in het magazijn worden opgeslagen.

Welke instructie moet Rogier Sjoerd geven over het opslaan van deze voorraad schoonmaakmiddelen?

Slide 7 - Open vraag

Als Sjoerd de schoonmaakmiddelen op de juiste wijze heeft opgeslagen, gaat hij verder met de drie dozen op de pallet. Hij houdt de doos met de bovenkant rechtop, zakt goed door de knieën en tilt de doos vervolgens op. De doos weegt behoorlijk zwaar, maar Sjoerd slaagt erin om de doos in de stelling te zetten. Welke aanwijzing moet Rogier nu geven?

Slide 8 - Open vraag

Slide 9 - Video

2.1 Goederen bewerken

Goederen die binnenkomen, gaan direct naar de winkel of worden opgeslagen in het magazijn.
Je sorteert de artikelen:
  • Op artikelgroep; artikelen die bij elkaar horen zet je bij elkaar
  • Op prioriteit; goederen die als eerst vervoerd moeten worden zet je bij elkaar, zoals bederfelijke artikelen die in een vriescel moeten 
  • Die direct naar de winkel moeten
  • Die naar dezelfde plek in het magazijn moeten 

Slide 10 - Tekstslide

Transportverpakking
Consumentenverpakking
Omverpakking

Slide 11 - Sleepvraag

Artikelen ompakken en bewerken


  • Transportverpakking: bescherming van artikelen bij laden, lossen en transport
  • Omverpakking): verpakking om aantal artikelen
  • Consumentenverpakking: verpakking waarin klant artikel koopt
Ompakken: verwijderen van de omverpakking

Slide 12 - Tekstslide

2.1 Interne transportmiddelen

Slide 13 - Tekstslide


A
Winkelwagen
B
Steekwagen
C
Laadkar
D
Rolplateau/dolly

Slide 14 - Quizvraag


A
Laadkar
B
Kooiaap
C
Stapelaar
D
Heftruck

Slide 15 - Quizvraag


A
Roll-in
B
Rolplateau/dolly
C
Rollcontainer
D
Kledingrek

Slide 16 - Quizvraag


A
Heftruck
B
Kooiaap
C
Stapelaar
D
Pallettruck/pompwagen

Slide 17 - Quizvraag


A
Kooiaap
B
Stapelaar
C
Pallettruck/pompwagen
D
Heftruck

Slide 18 - Quizvraag


A
Rollcontainer
B
Rolplateau/dolly
C
Winkelwagen
D
Roll-in

Slide 19 - Quizvraag


A
Roll-in
B
Magazijnwagen
C
Kledingrek
D
Stapelaar

Slide 20 - Quizvraag


A
Magazijnwagen
B
Stapelaar
C
Rolplateau/dolly
D
Pallettruck/pompwagen

Slide 21 - Quizvraag


A
Winkelwagen
B
Roll-in
C
Kooiaap
D
Magazijnwagen

Slide 22 - Quizvraag


A
Magazijnwagen
B
Rolplateau/dolly
C
Roll-in
D
Rolcontainer

Slide 23 - Quizvraag


A
Winkelwagen
B
Magazijnwagen
C
Rollplateau/dolly
D
Steekwagen

Slide 24 - Quizvraag


A
Steekwagen
B
Magazijnwagen
C
Stapelaar
D
Heftruck

Slide 25 - Quizvraag

2.3 Magazijninrichting 
In een goede lay-out:
  • Wordt de ruimte optimaal benut
  • Wordt de doorstroom van goederen bevorderd
  • Is de inrichting flexibel; deze kan dus eenvoudig worden aangepast
  • Zijn de werkomstandigheden goed en veilig

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video

Semi-vrijelocatiesysteem
Vrijelocatiesysteem
Vastelocatiesysteem

Slide 28 - Sleepvraag

Slide 29 - Video

2.4 Artikelen opslaan
Artikelen worden op een bepaalde manier opgeslagen, bijvoorbeeld:
  • Op de vloer
  • Op een vlonder of pallet
  • In een stelling
  • In een koel- of vriescel
  • In de buitenopslag

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Video

Pallet
Vlonder
Tekst

Slide 32 - Tekstslide

Palletstelling
Vakstelling

Slide 33 - Tekstslide

Welke temperatuur heeft een koelcel?

Slide 34 - Open vraag

Welke temperatuur heeft een vriescel?

Slide 35 - Open vraag

Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA)

In de Warenwet staat aan welke eisen (het opslaan van) voedingsmiddelen en andere producten moeten voldoen. Als een bedrijf zich niet houdt aan de eisen uit de Warenwet, dan neemt de NVWA maatregelen. Dit kan een waarschuwing of een boete zijn.

De NVWA heeft verschillende taken, waaronder:
  • Controleren en bevorderen van de naleving van voorschriften
  • Onderzoeken van gezondheidsbedreigende situaties
  • Adviseren over beleid
  • Onderzoeken van klachten van consumenten.

Slide 36 - Tekstslide

Buitenopslag
Sommige artikelen zijn niet geschikt om binnen op te slaan. Bijvoorbeeld omdat ze veel plaats innemen of erg zwaar zijn. Denk aan bakstenen of sierstenen bij een bouwmarkt of tuincentrum. Deze artikelen kun je het best buiten (onder een overkapping) opslaan. Deze artikelen moeten wel tegen wisselende weersomstandigheden kunnen.

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Video

Artikelcodes
Er zijn verschillende soorten artikelcodes, de meest voorkomende zijn:
  • Cijfercode
  • Alfanumerieke code (cijfer-lettercode)
  • Barcode

Slide 40 - Tekstslide

Opslag  gevaarlijke stoffen
Aan de opslag van gevaarlijke stoffen in de winkel worden speciale eisen gesteld. Denk bijvoorbeeld aan verf en spuitbussen in een bouwmarkt, gasflessen in een kampeerwinkel en schoonmaakmiddelen in een supermarkt. Zo worden ze bijvoorbeeld vaak in een aparte ruimte opgeslagen.

Slide 41 - Tekstslide

2.5 Afvalverwerking en opslag

Slide 42 - Tekstslide


  • Winkels moeten een duurzaam imago hebben en verantwoordelijkheid nemen om milieubelasting te beperken.
  • Afval wordt in de winkel gescheiden voor het naar een retourcentrum gaat of wordt opgehaald door een vuilophaaldienst.
  • Klanten kunnen soms afval inleveren bij de winkel.
  • Bij verkoop van elektrische apparaten geldt de oud-voor-nieuw regeling.

Slide 43 - Tekstslide

Welke soorten afval kom je in de retail tegen?

Slide 44 - Woordweb

  • Glas
  • Metaal
  • Klein chemisch afval 
  • Restafval 
  • Papier en karton
  • Plastic
  • Piepschuim
  • Organisch afval 
  • Hout

Slide 45 - Tekstslide


A
Groene punt
B
Kiemplant
C
Kringloop/recycle
D
Ecofriendly

Slide 46 - Quizvraag


A
Groene punt
B
Kiemplant
C
Kringloop/recycle
D
Ecofriendly

Slide 47 - Quizvraag


A
Groene punt
B
Kiemplant
C
Kringloop/recycle
D
Ecofriendly

Slide 48 - Quizvraag

Slide 49 - Video