5.4 gezegdezin

Herken de bijzin.
Iedere zin heeft een bijzin. Wat is de juiste functie van de bijzin?
Een bijzin die je kan vervangen door: 
iets of iemand is een onderwerpszin of een lijdend voorwerpszin 
jou, mij, hem, haar, etc. is een meewerkend voorwerpszin 
iets terwijl je er uit de hoofdzin weghaalt, is een voorzetselvoorwerpzin 
dan, toen of daarom is een bijwoordelijk bijzin 
een bijvoeglijk naamwoord dat voor het zelfstandig naamwoord staat, is een bijvoeglijke bijzin 
een bijvoeglijk naamwoord dat achter de persoonsvorm staat, is een gezegdezin
hint
De bijzinnen zijn dikgedrukt.
Het gouden ei is een boek dat veel mensen ooit gelezen hebben.
Hoewel het een dun boek is, verwerkt Tim Krabbé veel knappe literaire technieken in het verhaal.
Het gouden ei gaat in essentie over het uitproberen van het kwade.
Het verhaal laat zien dat Lemorne de perfecte moord wil plegen.
Dat de hoofdpersonen een psychologische ontwikkeling doormaken, wordt snel duidelijk.
Wie het een ingewikkeld boek vindt, raad ik aan de leeshulp goed te lezen.

onderwerpszin
lijdendvoorwerpszin
meewerkendvoorwerpszin
gezegdezin (naamwoordelijk gezegde)
bijwoordelijke bijzin
voorzetselvoorwerpszin
Het gouden ei is een boek dat veel mensen ooit gelezen hebben.
Hoewel het een dun boek is, verwerkt Tim Krabbé veel knappe literaire technieken in het verhaal.
Het gouden ei gaat in essentie over het uitproberen van het kwade.
Het verhaal laat zien dat Lemorne zorgvuldig het perfecte misdrijf wil plegen.
Dat de hoofdpersonen een psychologische ontwikkeling doormaken, wordt snel duidelijk.
Wie het een ingewikkeld boek vindt, raad ik aan de leeshulp goed te lezen.
1 / 35
volgende
Slide 1: Sleepvraag
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Herken de bijzin.
Iedere zin heeft een bijzin. Wat is de juiste functie van de bijzin?
Een bijzin die je kan vervangen door: 
iets of iemand is een onderwerpszin of een lijdend voorwerpszin 
jou, mij, hem, haar, etc. is een meewerkend voorwerpszin 
iets terwijl je er uit de hoofdzin weghaalt, is een voorzetselvoorwerpzin 
dan, toen of daarom is een bijwoordelijk bijzin 
een bijvoeglijk naamwoord dat voor het zelfstandig naamwoord staat, is een bijvoeglijke bijzin 
een bijvoeglijk naamwoord dat achter de persoonsvorm staat, is een gezegdezin
hint
De bijzinnen zijn dikgedrukt.
Het gouden ei is een boek dat veel mensen ooit gelezen hebben.
Hoewel het een dun boek is, verwerkt Tim Krabbé veel knappe literaire technieken in het verhaal.
Het gouden ei gaat in essentie over het uitproberen van het kwade.
Het verhaal laat zien dat Lemorne de perfecte moord wil plegen.
Dat de hoofdpersonen een psychologische ontwikkeling doormaken, wordt snel duidelijk.
Wie het een ingewikkeld boek vindt, raad ik aan de leeshulp goed te lezen.

onderwerpszin
lijdendvoorwerpszin
meewerkendvoorwerpszin
gezegdezin (naamwoordelijk gezegde)
bijwoordelijke bijzin
voorzetselvoorwerpszin
Het gouden ei is een boek dat veel mensen ooit gelezen hebben.
Hoewel het een dun boek is, verwerkt Tim Krabbé veel knappe literaire technieken in het verhaal.
Het gouden ei gaat in essentie over het uitproberen van het kwade.
Het verhaal laat zien dat Lemorne zorgvuldig het perfecte misdrijf wil plegen.
Dat de hoofdpersonen een psychologische ontwikkeling doormaken, wordt snel duidelijk.
Wie het een ingewikkeld boek vindt, raad ik aan de leeshulp goed te lezen.

Slide 1 - Sleepvraag

doel
  • aan het eind van de les kun je een gezegde zin en een beknopte bijzin herkennen.

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Samengestelde zinnen
enkelvoudige zin: zin met één persoonsvorm
samengestelde zin: zin met meerdere persoonsvormen

Een samengestelde zin bestaat uit: 
- een hoofdzin en een bijzin of 
- een bijzin en een hoofdzin of
- een hoofdzin en een hoofdzin

Slide 4 - Tekstslide

gezegde zin
  • een bijzin die in een samengestelde zin het naamwoordelijke gezegde is


  • begint met wie of wat (mia)
  • De jongen is directeur geworden, wat hij altijd al wilde.

Slide 5 - Tekstslide

Dat hij de bus mist, gebeurt dagelijks.
Wat is de functie van de bijzin?
A
onderwerpszin
B
lijdendvoorwerpszin
C
(naamwoordelijk) gezegdezin
D
bijwoordelijke bijzin

Slide 6 - Quizvraag

Benoem de bijzin:
Deze dag is geworden, zoals ik hem had voorgesteld.
A
lijdendvoorwerpzin
B
onderwerpszin
C
gezegdezin
D
bijwoordelijke bijzin

Slide 7 - Quizvraag

Benoem de bijzin:
Als Magister morgen nog steeds niet goed werkt, moet je naar je mentor gaan.
A
gezegdezin
B
bijwoordelijke bijzin
C
bijvoeglijke bijzin
D
lijdendvoorwerpzin

Slide 8 - Quizvraag


A
ow-zin
B
lw.deel-zin
C
mv-zin
D
bwb-zin

Slide 9 - Quizvraag


A
ow-zin
B
nw.deelzin
C
mv-zin
D
bwb-zin

Slide 10 - Quizvraag


Hij rekent erop dat zijn vader komt
A
bwb-zin
B
lv-zin
C
vzv-zin
D
o-zin

Slide 11 - Quizvraag

Hij zegt dat hij het niet gedaan heeft.
A
ow-zin
B
mv-zin
C
lv-zin
D
bwb-zin

Slide 12 - Quizvraag

De beknopte bijzin

Een beknopte bijzin is net als de gewone bijzin een zinsdeel, maar in een beknopte bijzin ontbreekt het onderwerp of de persoonsvorm.


Het onderwerp of de persoonsvorm is hetzelfde als in de hoofdzin en kun je er dus zo weer bij denken.




Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Het slachtoffer zei de verdachte niet te herkennen.

Van deze beknopte bijzin kun je weer een gewone bijzin maken:

Het slachtoffer zei dat hij de verdachte niet herkende.


Van deze bijzin kun je weer een zinsdeel maken:
Het slachtoffer zei dat.         lvzin






Slide 15 - Tekstslide

Andersom kan natuurlijk ook:

Je kunt van een bijzin een beknopte bijzin maken.


Terwijl hij hard lachte, vertelde hij een mop.

Hard lachend vertelde hij een mop.








Slide 16 - Tekstslide

De persoonsvorm in de beknopte bijzin wordt vervangen door:



a. Een voorzetsel + te + infinitief

       Ilse stopte haar vingers in haar oren om zich beter te  concentreren


b. Een tegenwoordig deelwoord

       Luid zingend stond hij tegen de boom te plassen.


c. Een voltooid deelwoord

      Eindelijk aangekomen op zijn bestemming voelde hij hoe  vermoeid hij was.










Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

Slide 19 - Link

Uitleg foutieve beknopte bijzin

Slide 20 - Tekstslide

stappenplan

1. Wat is de hoofd- en wat is de bijzin?

2. Wat is het onderwerp van de hoofdzin?

3. Komt het onderwerp van de hoofdzin overeen met het 'denkbeeldige' onderwerp van de bijzin? 


ja = ok                                              nee = zin verbeteren




Slide 21 - Tekstslide

Foutieve samentrekking
Je mag alleen woorden weglaten in de volgende gevallen:
- als het twee hoofdzinnen zijn
- als het hetzelfde zinsdeel is bij zinsontleding
- als het dezelfde woordsoort is bij woordsoortbenoeming
- als het dezelfde betekenis heeft

Slide 22 - Tekstslide

De jongen smeerde en boterham en hem daarna snel naar buiten.
A
foutieve samentrekking
B
foutief beknopte bijzin

Slide 23 - Quizvraag

Om betere cijfers voor tekstbegrip te halen, geeft de school bijles.

A
foutieve samentrekking
B
foutief beknopte bijzin

Slide 24 - Quizvraag

onjuist

de school = onderwerp in de hoofdzin, maar niet het verzwegen onderwerp uit de beknopte bijzin.


Goed = Om betere cijfers voor tekstbegrip te halen, kan je op school bijles krijgen.

Slide 25 - Tekstslide

Lekker in onze stoelen liggend, dronken we het koude bier.
A
juist
B
onjuist

Slide 26 - Quizvraag

juist
Het onderwerp in beide zinnen is 'we'

Slide 27 - Tekstslide

Na fraude te hebben geconstateerd, werd de boekhouder direct ontslagen.
A
juist
B
onjuist

Slide 28 - Quizvraag

onjuist

De boekhouder = onderwerp in de hoofdzin, maar niet het verzwegen onderwerp uit de beknopte bijzin.


Goed = Nadat men fraude had geconstateerd, werd de boekhouder direct ontslagen.

Slide 29 - Tekstslide

In kennelijke staat van dronkenschap verkerend, vond de agent hem in de goot.
A
juist
B
onjuist

Slide 30 - Quizvraag

onjuist

De agent = onderwerp in de hoofdzin, maar waarschijnlijk niet het verzwegen onderwerp uit de beknopte bijzin.


In kennelijke staat van dronkenschap verkerend, werd hij door de agent in de goot gevonden.

Slide 31 - Tekstslide

Zijn vriendin uitzwaaiend, verdween de bus uit het zicht.
A
juist
B
onjuist

Slide 32 - Quizvraag

onjuist

 De bus = onderwerp in de hoofdzin, maar niet het verzwegen onderwerp uit de beknopte bijzin. 


Terwijl hij zijn vriendin uitzwaaide, verdween de bus uit het zicht.

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Video

Snap je de bijzinnen? Zo niet: wat vind je nog lastig?

Slide 35 - Open vraag