vragen lesbrieven

โ“ Vraag

Wat kun jij vertellen over biologische landbouw en biologische producten?

๐Ÿ’ก Denk eraan:
๐Ÿค” Eerst zelf nadenken (10 sec)
โœ๏ธ Antwoord opschrijven in hele zinnen
๐Ÿ‘ฅ Kort overleggen met je klasgenoot
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
Dienstverlening en ProductenMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 47 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

โ“ Vraag

Wat kun jij vertellen over biologische landbouw en biologische producten?

๐Ÿ’ก Denk eraan:
๐Ÿค” Eerst zelf nadenken (10 sec)
โœ๏ธ Antwoord opschrijven in hele zinnen
๐Ÿ‘ฅ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 1 - Tekstslide

Biologische landbouw

๐ŸŒฑ Geen chemische bestrijdingsmiddelen
๐ŸŒพ Klaver โ†’ haalt stikstof uit de lucht
๐Ÿ’ฉ Mest = dierlijke mest/compost
๐Ÿฅ• Telen = zaaien, verzorgen, oogsten

Slide 2 - Tekstslide

Biologische producten
๐Ÿ›’ Net zo gezond, maar met zorg voor mens, dier, milieu
๐Ÿšซ Geen chemische geur-, kleur- of smaakstoffen
โœ… Herkenbaar aan: Europees logo ๐ŸŒฟโญ & EKO-keurmerk

Slide 3 - Tekstslide

โ“ Vraag

Wat zijn de stappen van het productieproces?

๐Ÿ’ก Denk eraan:
๐Ÿค” Eerst zelf nadenken (10 sec)
โœ๏ธ Antwoord opschrijven in hele zinnen
๐Ÿ‘ฅ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 4 - Tekstslide

โšก Energieverbruik in de productieketen
๐Ÿ‘‰ De stappen in de keten:
๐ŸŒพ Productie โ†’ ๐Ÿญ Verwerking โ†’ โ„๏ธ Opslag โ†’ ๐Ÿš› Transport โ†’ ๐Ÿ›’                       Verkoop โ†’ ๐Ÿ‘ฉโ€๐Ÿ‘ฉโ€๐Ÿ‘ฆ Consument

Slide 5 - Tekstslide

Productieproces & energie
๐Ÿ“ฆ Laat zien hoe een product van begin tot eind wordt gemaakt
๐Ÿฅ” Aardappel โ†’ oogst โ†’ bord
๐Ÿฅš Kip โ†’ ei โ†’ ontbijt
๐Ÿž Graan โ†’ meel โ†’ bakkerij โ†’ brood โ†’ winkel

Belangrijk:
๐Ÿ”‹ Elke stap kost energie (productie, vervoer, koelen, koken)
โŒ Voedsel weggooien = ook energie verspillen!

Slide 6 - Tekstslide

โ“ Vraag

Wat kun jij vertellen over energie/energiebalans?

๐Ÿ’ก Denk eraan:
๐Ÿค” Eerst zelf nadenken (10 sec)
โœ๏ธ Antwoord opschrijven in hele zinnen
๐Ÿ‘ฅ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 7 - Tekstslide

โšก Energie
๐Ÿฅค Bijna alles wat je eet en drinkt levert energie (behalve water).
๐Ÿ”ข Energie wordt uitgedrukt in kilocalorieรซn (kcal) of kilojoules (kJ). ๐Ÿ‘‰ 1 kcal = 4,2 kJ
๐Ÿ” Hoeveel energie iets levert hangt af van de hoeveelheid eiwit, vet en koolhydraten. 
  • Veel vet in voedingsmiddelen ->  veel energie. 
  • Alcohol levert ook energie
โš–๏ธ Energiebalans = energie-inname โ†” energieverbruik.
  • Meer inname dan verbruik = opslag als vet โ†’ gewicht stijgt.
  • Minder inname dan verbruik = je valt af.
๐Ÿ‘ฉ Gemiddeld: vrouwen ยฑ 2000 kcal/dag. ๐Ÿ‘จ Gemiddeld: mannen ยฑ 2500 kcal/dag.

Slide 8 - Tekstslide

โ“ Vraag

Welke vitamines zijn er? En waarvoor zijn deze belangrijk?

๐Ÿ’ก Denk eraan:
๐Ÿค” Eerst zelf nadenken (10 sec)
โœ๏ธ Antwoord opschrijven in hele zinnen
๐Ÿ‘ฅ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 9 - Tekstslide

๐ŸŒž Vitamines A, B & C
Vitamine A
๐Ÿ‘€ Belangrijk voor: huid, ogen, groei, weerstand
๐Ÿฅฉ Komt voor in: dierlijke producten

Vitamine B (8 soorten)
๐Ÿคฐ Belangrijk voor: o.a. vroege ontwikkeling ongeboren kind
๐ŸŒพ Komt voor in: aardappelen, graanproducten, groente, vlees

Vitamine C
๐Ÿ›ก๏ธ Belangrijk voor: weerstand
๐ŸŠ Komt voor in: fruit, groente, aardappelen

Slide 10 - Tekstslide

๐ŸŒž Vitamines D, E & K
Vitamine D
๐Ÿฆด Belangrijk voor: groei & stevige botten
โ˜€๏ธ Bijzonder: lichaam maakt het zelf onder invloed van zon
๐Ÿฅ› Helpt calcium opnemen
๐Ÿฅฉ Voorkomt in: dierlijke producten, toegevoegd aan margarine
Vitamine E
๐Ÿงฌ Belangrijk voor: bescherming van cellen
๐ŸŒป Voorkomt in: zonnebloemolie, halvarine, margarine, graanproducten
Vitamine K
๐Ÿฉธ Belangrijk voor: bloedstolling
๐Ÿฅฌ Voorkomt in: groene bladgroenten (spinazie, boerenkool)

Slide 11 - Tekstslide

๐ŸŠ Vitamines & mineralen
Kleine hoeveelheden nodig ๐Ÿงช

Zorgen dat je lichaam goed werkt ๐Ÿ’ช

Helpen ziekten voorkomen ๐Ÿ›ก๏ธ

Gezond & gevarieerd eten = genoeg binnenkrijgen ๐ŸŽ๐Ÿฅฆ

Slide 12 - Tekstslide

โ“ Vraag

Wat betekent de afkorting SMART? En wanneer gebruik je deze?

๐Ÿ’ก Denk eraan:
๐Ÿค” Eerst zelf nadenken (10 sec)
โœ๏ธ Antwoord opschrijven in hele zinnen
๐Ÿ‘ฅ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 13 - Tekstslide

๐Ÿ’ฌ Coachingsgesprek


  • Gesprek tussen coach en hulpvrager ๐Ÿค
  • Altijd een duidelijk doel ๐ŸŽฏ
  • Trajectafspraak โ†’ meerdere gesprekken in een periode ๐Ÿ“…
  • Doelen maken met SMART:
S ๐Ÿ”Ž Specifiek โ†’ duidelijk omschreven
M ๐Ÿ“ Meetbaar โ†’ resultaat kan gecontroleerd worden
A ๐Ÿ‘ Acceptabel โ†’ haalbaar en gedragen
R โš–๏ธ Realistisch โ†’ past bij de situatie en mogelijkheden
T โฐ Tijdsgebonden โ†’ duidelijke deadline

๐Ÿ“‹ Alles vastgelegd in een coachingsplan

Slide 14 - Tekstslide

SMART Doelen ๐ŸŽฏ
Voorbeeld: Fitter worden door hardlopen

Specifiek (S): Ik ga 3x per week hardlopen in mijn wijk. ๐Ÿƒโ€โ™‚๏ธ
Meetbaar (M): Elke training duurt minimaal 20 minuten. โฑ๏ธ
Acceptabel (A): Het past in mijn schema en ik vind hardlopen leuk. โœ”๏ธ
Realistisch (R): Met mijn conditie en tijd is dit haalbaar. ๐Ÿ’ช
Tijdgebonden (T): Na 8 weken kan ik 5 km hardlopen. ๐Ÿ“†

๐Ÿ”‘ Ezelsbruggetje: SMART = concreet + haalbaar + met deadline.

Slide 15 - Tekstslide

โ“ Vraag

Hoe  voorkom je ziektes en uitputting van de bodem?

๐Ÿ’ก Denk eraan:
๐Ÿค” Eerst zelf nadenken (10 sec)
โœ๏ธ Antwoord opschrijven in hele zinnen
๐Ÿ‘ฅ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 16 - Tekstslide

๐ŸŒฑ Bodem gezond houden
๐Ÿ‘‰ Zo voorkom je ziektes en uitputting van de bodem:

๐Ÿ’ช Sterke rassen telen โ†’ planten die beter tegen ziektes kunnen

๐Ÿ”„ Wisselteelt โ†’ ieder jaar andere gewassen op hetzelfde stuk land

๐ŸŒพ Vanggewassen zaaien โ†’ houden voedingsstoffen vast in de bodem

Slide 17 - Tekstslide

โ“ Vraag

๐Ÿ‘‰ Wat zijn voedselkilometers? En waarom is dat een probleem? (noem een nadeel)

๐Ÿ’ก Denk eraan:
๐Ÿค” Eerst zelf nadenken (10 sec)
โœ๏ธ Antwoord opschrijven in hele zinnen
๐Ÿ‘ฅ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 18 - Tekstslide

๐Ÿšš๐ŸŒ Voedselkilometers
๐Ÿ‘‰ Wat betekent het?
De afstand die jouw eten aflegt van boer tot bord.

๐Ÿ‘‰ Problemen
โœˆ๏ธ Vliegtuigen & ๐Ÿš› vrachtwagens โ†’ veel CO2-uitstoot
๐ŸŒก๏ธ CO2 = broeikasgas โ†’ zorgt voor opwarming van de aarde
โ„๏ธ Opslaan in koelcellen kost ook veel energie

Slide 19 - Tekstslide

โ“ Vraag

Welke conserveringsmethoden ken je?

๐Ÿ’ก Denk eraan:
๐Ÿค” Eerst zelf nadenken (10 sec)
โœ๏ธ Antwoord opschrijven in hele zinnen
๐Ÿ‘ฅ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 20 - Tekstslide

โ„๏ธ๐Ÿ“ Conserveringsmethoden
๐Ÿ‘‰ Zo houd je eten langer goed:
โ„๏ธ Diepvriezen โ†’ bacteriรซn stoppen met groeien
๐ŸŒž Drogen โ†’ water eruit halen (bv. bonen, krenten)
๐Ÿฏ Inmaken โ†’ zuur, suiker of zout toevoegen (bv. jam)
๐Ÿฅ› Pasteuriseren โ†’ kort verhitten tot 72 ยฐC en koelen (bv. melk uit de                        koeling)
๐Ÿ”ฅ Steriliseren โ†’ verhitten boven 100 ยฐC, alles dood (bv. lang houdbare                 melk)

Slide 21 - Tekstslide

โ“ Vraag

Wat betekent het woord 'kostprijs'?

๐Ÿ’ก Denk eraan:
๐Ÿค” Eerst zelf nadenken (10 sec)
โœ๏ธ Antwoord opschrijven in hele zinnen
๐Ÿ‘ฅ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 22 - Tekstslide

๐Ÿ“Š Kostprijs
= Alles wat het kost om 1 product te maken.

Bestaat uit:
  • Directe kosten (rechtstreeks voor dat product)
  • Indirecte kosten (kosten van het bedrijf in het algemeen).

Slide 23 - Tekstslide

โ“ Vraag

๐Ÿ‘‰ Welke soorten kosten heeft een bedrijf? Noem voorbeelden.

๐Ÿ’ก Denk eraan:
๐Ÿค” Eerst zelf nadenken (10 sec)
โœ๏ธ Antwoord opschrijven in hele zinnen
๐Ÿ‘ฅ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 24 - Tekstslide

๐Ÿ› ๏ธ Directe kosten
  • Arbeidskosten (loon van personeel)
  • Grondstoffen & materialen
  • Productiekosten

๐Ÿ‘‰ Voorbeeld: het meel, gist en het uurloon van de bakker voor een brood.

Slide 25 - Tekstslide

๐Ÿข Indirecte kosten
  • Huur van het pand
  • Telefoon & administratie
  • Gas, water, licht (energie)

๐Ÿ‘‰ Voorbeeld: de huur van de bakkerij of de energierekening.

Slide 26 - Tekstslide

Vaste / Variabele kosten
๐Ÿ“Œ Vaste kosten
= Blijven altijd hetzelfde, ook als je meer of minder produceert.
๐Ÿ‘‰ Voorbeeld: huur, abonnement, vast personeel.

๐Ÿ“Œ Variabele kosten
= Veranderen mee met de productie.
๐Ÿ‘‰ Voorbeeld: grondstoffen, energie bij productie, oproepkrachten.

Slide 27 - Tekstslide

๐Ÿ’ก Samenvatting 
  • Verkoopprijs = Kostprijs + Winst.
  • Kostprijs = Directe + Indirecte kosten.
  • Directe kosten โ†’ product zelf (meel, loon bakker).
  • Indirecte kosten โ†’ algemene zaken (huur, energie).
  • Vaste kosten โ†’ altijd gelijk.
  • Variabele kosten โ†’ veranderen met productie.

Slide 28 - Tekstslide

โ“ Vraag

Wat is het verschil tussen een vegetariรซr en een veganist?

๐Ÿ’ก Denk eraan:
๐Ÿค” Eerst zelf nadenken (10 sec)
โœ๏ธ Antwoord opschrijven in hele zinnen
๐Ÿ‘ฅ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 29 - Tekstslide

๐Ÿ‘‰ Vegetariรซr of veganist?
  • Een vegetariรซr eet geen vlees of vis, maar wel melkproducten, eieren en honing.
  • Een veganist eet helemaal geen dierlijke producten. Dus ook geen melk, eieren en honing.
  • Beide eten veel plantaardige producten.

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

โ“ Vraag

Wat doet het voedingscentrum?

๐Ÿ’ก Denk eraan:
๐Ÿค” Eerst zelf nadenken (10 sec)
โœ๏ธ Antwoord opschrijven in hele zinnen
๐Ÿ‘ฅ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 32 - Tekstslide

๐Ÿ’ก Het Voedingscentrum
Geeft advies over gezonde voeding ๐ŸŽ๐Ÿฅฆ
Helpt je een gezond gewicht te houden โš–๏ธ
Je kunt er je BMI berekenen:
BMI = verhouding tussen lengte en gewicht
Laat zien of je gewicht gezond is โœ…

Slide 33 - Tekstslide

โ“ Vraag

Wat kun jij vertellen over de schijf van 5?

๐Ÿ’ก Denk eraan:
๐Ÿค” Eerst zelf nadenken (10 sec)
โœ๏ธ Antwoord opschrijven in hele zinnen
๐Ÿ‘ฅ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 34 - Tekstslide

๐Ÿฅฆ De Schijf van Vijf
๐Ÿ“… Bedacht in 1953, vernieuwd in 2016
๐Ÿ’ก Helpt je kiezen voor gezonde voeding
๐Ÿ›ก๏ธ Kan ziekten helpen voorkomen (diabetes, kanker, hart- en              vaatziekten)
๐ŸŒฑ Advies: meer plantaardig, minder vlees

Slide 35 - Tekstslide

๐ŸŒฑ Waarom de Schijf van Vijf handig is
โœ… Je eet gevarieerd en krijgt alle belangrijke voedingsstoffen
(vitamines, mineralen, vezels, eiwitten, koolhydraten, vetten)

๐Ÿ’ช Je blijft fitter en gezonder, nu รฉn later

๐ŸŒ Je helpt het milieu, want je eet vaker plantaardig

Slide 36 - Tekstslide

โ“ Vraag

Op welke manieren kun je meten of je een gezond gewicht hebt? 

๐Ÿ’ก Denk eraan:
๐Ÿค” Eerst zelf nadenken (10 sec)
โœ๏ธ Antwoord opschrijven in hele zinnen
๐Ÿ‘ฅ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 37 - Tekstslide

โš–๏ธ Gezond gewicht meten
๐Ÿ”ข BMI (Body Mass Index)
Bereken je gewicht in verhouding tot je lengte.
Geeft een schatting van je gezondheidsrisico.
Wordt vaak gebruikt als standaardmaat.

๐Ÿ“ Buikomtrek
Meet de omtrek van je buik (ter hoogte van je navel).
Een te grote buikomtrek = meer risico op ziekten (diabetes type 2, hart- en vaatziekten).
Vooral belangrijk bij volwassenen.

๐Ÿ‘‰ Samen geven BMI + buikomtrek een beter beeld van je gezondheid.

Slide 38 - Tekstslide

โ“ Vraag

Waarom kiezen mensen voor vegetarisch/veganistisch eten?

๐Ÿ’ก Denk eraan:
๐Ÿค” Eerst zelf nadenken (10 sec)
โœ๏ธ Antwoord opschrijven in hele zinnen
๐Ÿ‘ฅ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 39 - Tekstslide

๐ŸŒฑ Waarom kiezen mensen voor vegetarisch/veganistisch eten
๐Ÿ„ Dierenwelzijn โ†’ tegen slechte behandeling van dieren
๐Ÿ’ช Gezondheid โ†’ te veel vlees eten is ongezond
๐ŸŒ Milieu โ†’ vleesproductie kost veel energie en vervuilt
โš–๏ธ Eerlijke verdeling โ†’ voedsel wordt niet eerlijk verdeeld in de wereld
โœ๏ธโ˜ช๏ธโœก๏ธ Geloof โ†’ sommige religies verbieden bepaald vlees

Slide 40 - Tekstslide

โ“ Vraag

Wat kun jij vertellen over etiketten op voedingsmiddelen?

๐Ÿ’ก Denk eraan:
๐Ÿค” Eerst zelf nadenken (10 sec)
โœ๏ธ Antwoord opschrijven in hele zinnen
๐Ÿ‘ฅ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 41 - Tekstslide

๐Ÿท๏ธ Etiketten op voedingsmiddelen
Verplicht op een etiket:
๐Ÿฅซ Naam van het product
๐Ÿ“œ Ingrediรซntenlijst (eerste = meeste, incl. E-nummers/toevoegingen)
๐Ÿฅ› Allergenen (vet gedrukt, bijv. gluten, lactose)
โš–๏ธ Netto-inhoud (โ„ฎ = kleine afwijking mogelijk)
๐Ÿ“… Houdbaarheidsdatum (THT/TGT)
โ„๏ธ Bewaar- of gebruiksvoorschriften
๐Ÿญ Naam & adres fabrikant/importeur
๐Ÿ“Š Voedingswaarde (energie, vet, verzadigd vet, koolhydraten, suikers, eiwitten, zout)
๐ŸŒ Herkomst/land van oorsprong
๐Ÿท Alcoholpercentage (>1,2%)

Slide 42 - Tekstslide

๐Ÿท๏ธ Etiketten op voedingsmiddelen
โœ”๏ธ Oorsprong / land van herkomst moet vermeld worden.
โœ”๏ธ Alcoholpercentage (vanaf >1,2%) verplicht op het etiket.
โœ”๏ธ Voedingswaarde per 100 g/ml: energie, vet, verzadigd vet, koolhydraten, suikers, eiwitten en zout.

Letters moeten minimaal 1,2 mm groot zijn (beter leesbaar).
Productnamen mogen niet misleidend zijn (geen โ€œaardbeienkwarkโ€ zonder aardbeien).
Ook bij niet-verpakte voeding (restaurant, snackbar, kantine) moet info over allergenen beschikbaar zijn.

Slide 43 - Tekstslide

โ“ Vraag

Leg in eigen woorden uit wat allergenen zijn en geef voorbeelden.

๐Ÿ’ก Denk eraan:
๐Ÿค” Eerst zelf nadenken (10 sec)
โœ๏ธ Antwoord opschrijven in hele zinnen
๐Ÿ‘ฅ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 44 - Tekstslide

๐ŸŒพ Allergenen
โžก๏ธ Stoffen in voeding die bij sommige mensen een allergische reactie of overgevoeligheid veroorzaken. Voorbeelden van reacties: jeuk, benauwdheid, huiduitslag, buikpijn.

Waarom belangrijk?
๐Ÿ‘‰ Voor mensen met een allergie kan het levensgevaarlijk zijn om per ongeluk een allergeen te eten.
๐Ÿ‘‰ Daarom moeten fabrikanten dit duidelijk op het etiket vermelden.

Slide 45 - Tekstslide

๐ŸŒพ Allergenen
  • ๐Ÿฅ› Melk (lactose)
  • ๐Ÿฅš Ei
  • ๐ŸŒพ Gluten (tarwe, rogge, gerst, haver, spelt)
  • ๐Ÿฅœ Pinda
  • ๐ŸŒฐ Noten (hazelnoot, walnoot, amandel, cashew, pecan, pistache, macadamia)
  • ๐ŸŸ Vis
  • ๐Ÿฆ Schaaldieren (garnalen, krab, kreeft)
  • ๐Ÿš Weekdieren (mosselen, inktvis, oesters)
  • ๐Ÿค Soja
  • ๐ŸŒฑ Lupine
  • ๐Ÿฅ› Sesamzaad
  • ๐ŸŒฝ Selderij
  • ๐Ÿฅซ Mosterd
  • โš—๏ธ Sulfiet (vaak in wijn en gedroogd fruit)

Slide 46 - Tekstslide

vragen lesbrieven

Slide 47 - Tekstslide