cross

H3.4 massaverhoudingen overmaat les 7

Nask-2 ( Chemie)
H3.4 :  
Massaverhouding / overmaat
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Nask-2 ( Chemie)
H3.4 :  
Massaverhouding / overmaat

Slide 1 - Tekstslide

rekenen met massaverhouding 
  • bij een reactie reageren stoffen in een vaste massa verhouding

  • wanneer er van één van de beginstoffen meer aanwezig is dan nodig voor de massaverhouding is die stof in overmaat aanwezig

  • wanneer er van één van de beginstoffen minder aanwezig is dan nodig voor de massaverhouding is die stof in ondermaat aanwezig

Slide 2 - Tekstslide

lesdoel
  • het belang van massaverhoudingen bij reacties weten
  • weten wat met overmaat wordt bedoelt

Slide 3 - Tekstslide

IJzer en zwavel reageren met elkaar in de massaverhouding 7:4.
Als je 7 gram ijzer laat reageren, hoeveel zwavel is er dan nodig? (alleen het getal)

Slide 4 - Open vraag

IJzer en zwavel reageren met elkaar in de massaverhouding 7:4.
Als je 35 gram ijzer laat reageren, hoeveel zwavel is er dan nodig? (alleen het getal)

Slide 5 - Open vraag

IJzer en zwavel reageren met elkaar in de massaverhouding 7:4.
Als je 12 gram ZWAVEL laat reageren, hoeveel ijzer is er dan nodig? (alleen het getal)

Slide 6 - Open vraag

rekenen met massaverhouding 
waterstofchloride(g) + ammoniak(g) --> salmiak(s)

Opgave:
Je maakt salmiak met 32 g waterstofchloride en 13 g ammoniak

a. laat zien met een berekening welke stof in overmaat aanwezig is.
b. bereken hoeveel gram salmiak gemaakt kan worden
waterstofchloride  :  ammoniak  
                  2,1            :         1,0    

Slide 7 - Tekstslide


rekenen met massaverhouding 

Slide 8 - Tekstslide

rekenen met massaverhouding 
Opgave:
Je laat 14,0 g ijzer reageren met 12,0 g zwavel. Er ontstaat 22, 0 g ijzersulfide.  

a. geef het reactieschema
b. bereken welke stof in overmaat aanwezig is 

     ijzer  :  zwavel  
     7     :        4    

Slide 9 - Tekstslide

rekenen met massaverhouding 
Opgave:
Je laat 14,0 g ijzer reageren met 12,0 g zwavel. Er ontstaat 22, 0 g ijzersulfide.  

a. geef het reactieschema
ijzer + zwavel --> ijzersulfide
b. bereken welke stof in overmaat aanwezig is 

     ijzer  :  zwavel  
     7     :        4    

Slide 10 - Tekstslide

lesdoel gehaald?
  • het belang van massaverhoudingen bij reacties weten
  • weten wat met overmaat wordt bedoelt

Slide 11 - Tekstslide

Huiswerk
zie weektaak

Slide 12 - Tekstslide