Skills les 2: Belgie

Skills: De wereldkeuken
Belgie!
timer
10:00
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Skills: De wereldkeuken
Belgie!
timer
10:00

Slide 1 - Tekstslide

Welkom!
  • Belgie is een land in de Europese Unie
  • Het ligt onder Nederland en naast Luxemburg en Frankrijk
  • Belgie telt ongeveer 11 miljoen inwoners en er wordt Frans en Nederlands gesproken

Slide 2 - Tekstslide

Belgie
  • Een aantal bekende steden in Belgie zijn Antwerpen, Brussel, Brugge en Gent
  •  Belgie bestaat uit drie gewesten: Vlaanderen, Wallonie en tweetalig Brussel.
  • In Wallonie en een deel van Brussel wordt Frans gesproken en in Vlaanderen spreekt men Nederlands

Slide 3 - Tekstslide

Eetgewoontes in Belgie
  • In ieder restaurant in Belgie kan je mosselen met Vlaamse friet eten
  • Daarnaast eten Belgen veel 'pattatten'. Dat zijn geen frietjes, maar aardappelen!
  • Er wordt in Belgie veel stoofvlees gegeten en de Belgen zijn trots op hun Belgische chocolade.
  • De Belgen zijn gek op bier!

Slide 4 - Tekstslide

Eeeerst even dit!

- We gaan een worstenbroodje maken
- We proberen om dit binnen 50 minuten te maken
- Het worstenbroodje is waarschijnlijk niet op tijd klaar. Je mag wel in het lokaal wachten op het worstenbroodje

Slide 5 - Tekstslide

Wat betekent dit Vlaamse woord?

Amai!

A
Oei
B
Jeetje
C
Hallo
D
Tot morgen

Slide 6 - Quizvraag

Wat betekent dit Vlaamse woord?

Lopen
A
Lopen
B
Rennen
C
Kruipen
D
Slapen

Slide 7 - Quizvraag

Wat betekent deze Vlaamse zin?

Ik zie u graag
A
Wat zie je er leuk uit vandaag
B
Doe het licht aan
C
Ik hou van je
D
Tot de volgende keer

Slide 8 - Quizvraag

Wat betekent dit Vlaamse woord?

Rondpunt
A
Cirkel
B
Rotonde
C
Snelweg
D
Boodschappentas

Slide 9 - Quizvraag

Wat betekent deze Vlaamse zin?

Een boontje voor iemand hebben
A
Een sperzieboon voor iemand hebben
B
Iemand een cadeautje geven
C
Iemand is jou iets verschuldigd
D
Een zwak voor iemand hebben

Slide 10 - Quizvraag

Wat heb je nodig en hoe maak je het broodje
- 1 plak bladerdeeg            - 1 theelepel sesamzaad
- 1 theelepel curry              - 1 knakworstje

- Leg het plakje bladerdeeg voor je op de plank en verwijder het stukje bakpapier
- Prik met de vork gaatjes in het deeg en besmeer het deeg met de curry
- Leg de knakworst op 1 helft van het bladerdeeg en vouw de andere helft over de knakworst heen
- Druk met een vork de plakjes deeg aan elkaar. Besmeer met wat ei en strooi er sesamzaadjes op. Zet met een mes de voorletter van je naam in het worstenbroodje, zo weet je welke van jou is.

Slide 11 - Tekstslide

Leg het worstenbroodje op de bakplaat. Ik doe de broodjes in de oven
Ben je niet bezig met het worstenbroodje? Dan maak je een opdracht
Diegene die als laatste aan de beurt zijn wassen en drogen af

Slide 12 - Tekstslide

Groep 1 Voorspoelen


Groep 2 Afwassen
      
Groep 5 Vegen/prullenbakken


Groep 3 Afdrogen


Groep 4 Schoonmaken


Slide 13 - Tekstslide

Wat maken wij vandaag?
  • Vandaag maken we Brugse kletskoppen
  • Brugse kletskoppen komen uit de Belgische stad Brugge
  • Ze worden gemaakt van boter, bloem en kandijsuiker
  • De naam kletskop danken ze aan het 'platkletsen' van het deeg voor de koekjes de oven in gaan

Slide 14 - Tekstslide

Hoe doen we dat?
  • Samenwerken is belangrijk
  • We lezen samen het recept
  • Opruimen is vandaag extra van belang
  • We werken weer met andere tweetallen! 

Slide 15 - Tekstslide

Hoelang heb je daar de tijd voor?
timer
50:00
  • De koekjes neem je mee naar huis
  •  Je moet in deze vijftig minuten dus ook afwassen en opruimen.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Link

Volgende week gaan we naar
Frankrijk!

Slide 18 - Tekstslide