Alle Britse empiristen stellen dat kennis vooral een zaak is van de ideeën die we vormen in ons hoofd. Waarom noemen we hen dan toch empiristen?
Slide 7 - Open vraag
Hoe ga jij Locke - Berkeley - Hume van elkaar onderscheiden?
Slide 8 - Open vraag
Slide 9 - Tekstslide
Lesdoel: ik kan Kant's transcendentaal filosofie verklaren en inhoudelijk uitleggen.
A
ik schud het perfecte antwoord uit mijn mouw
B
dat gaat mij lukken
C
met heel veel moeite en oefening kom ik er wel
D
dit is voor mij een onmogelijke opgave
Slide 10 - Quizvraag
Lesdoel: ik kan Kant's indeling van cognitieve (kennis) uitspraken toepassen.
A
ik schud het perfecte antwoord uit mijn mouw
B
dat gaat mij lukken
C
met heel veel moeite en oefening kom ik er wel
D
dit is voor mij een onmogelijke opgave
Slide 11 - Quizvraag
Uit welk tijdvak / historische periode is Kant een filosoof?
Slide 12 - Open vraag
Lees de tekst over Kant's leven. Vraag 1: fun fact
Slide 13 - Open vraag
Wat is een 'Ding-an-Sich'?
A
een wereld in zichzelf
B
een bewustzijn
C
objecten in een buitenwereld
D
objecten in een binnenwereld
Slide 14 - Quizvraag
Wat is de noumenale en wat is de fenomenale wereld? Leg uit.
Slide 15 - Open vraag
Hoe maakt de ene de andere wereld mogelijk? Leg uit. (daarom transcendentaal argument!)
Slide 16 - Open vraag
Leg nu in eigen woorden uit of kennis mogelijk is volgens Kant. (antwoord vraag 2)
Slide 17 - Open vraag
Waarom spreekt Kant zelf van een Copernicaanse wending als het om zijn inzicht van het kenproces gaat?
Slide 18 - Open vraag
'Het regent!' Hoe deelt Kant deze uitspraak in?
A
Analytisch a priori
B
Analytisch a posteriori
C
Synthetisch a priori
D
Synthetisch a postriori
Slide 19 - Quizvraag
'De vrijgezel is ongehuwd.' Hoe deelt Kant deze uitspraak in?
A
Analytisch a priori
B
Analytisch a posteriori
C
Synthetisch a priori
D
Synthetisch a postriori
Slide 20 - Quizvraag
'5 + 7 = 12' Hoe deelt Kant deze uitspraak in?
A
Analytisch a priori
B
Analytisch a posteriori
C
Synthetisch a priori
D
Synthetisch a postriori
Slide 21 - Quizvraag
Welk indeling is foutief?
A
Analytisch a priori
B
Analytisch a posteriori
C
Synthetisch a priori
D
Synthetisch a postriori
Slide 22 - Quizvraag
Lesdoel: ik kan Kant's transcendentaal argument verklaren en inhoudelijk uitleggen.
A
nailed it!
B
almost there
C
wat ga ik nog doen?
D
Help!
Slide 23 - Quizvraag
Doelen behaald? ik kan Kant's transcendentaal filosofie verklaren en inhoudelijk uitleggen. ik kan Kant's indeling van cognitieve (kennis) uitspraken toepassen.