In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
Samenvatting H4 Stoffen en materialen & bouw van de materie
Slide 1 - Tekstslide
Slide 2 - Tekstslide
Slide 3 - Tekstslide
Slide 4 - Tekstslide
Slide 5 - Tekstslide
Samenvatting H4 Stoffen en materialen
+ quiz aan het einde
Slide 6 - Tekstslide
Corrosie
Wat is corrosie?
Aantasting van metalen door water en zuurstof
Beschermen tegen corrosie?
met een laagje tin of kunststof
Verzinken (galvaniseren)
Verf
Welke edelmetalen heb je
Zilver, Goud en Platina
Slide 7 - Tekstslide
Verspanen en verbinden
Wat is verspanen:
stukjes weghalen van het materiaal
boren, frezen, beitelen, schaven
3 voorbeelden van verbinden
met schroeven
met spijkers
Lijmen
Slide 8 - Tekstslide
Deeltjesmodel
Moleculen van een stof veranderen niet
Moleculen van een stof bewegen voortdurend.
Moleculen van een stof trekken elkaar aan.
Slide 9 - Tekstslide
Fasen en fase-overgangen
a) vast
i) vloeibaar
h) gas
b) rijpen
c) sublimeren
d) stollen
e) smelten
f) condenseren
g) verdampen
Slide 10 - Tekstslide
Graden celcius naar Kelvin
0 graden Celsius is ... Kelvin
0 Kelvin is ... graden Celsius
Slide 11 - Tekstslide
Stofeigenschappen:
Brandbaarheid
Geur
Kleur
Smaak
Fase (bij kamertemp.)
Kookpunt
Smeltpunt
Oplosbaarheid in water/olie
Dichtheid
Geen stofeigenschappen:
Temperatuur
Vorm
Massa
Volume
Slide 12 - Tekstslide
Kookpunt of kooktraject
Slide 13 - Tekstslide
Veiligheidskaarten
Slide 14 - Tekstslide
Voorkom ongelukken
Veiligheidsmaatregelen
Veiligheidsbril, lab-jas, plastic handschoenen etc.
Etiket
Lees het etiket => informatie over gevaar
Bekijk de pictogrammen => Binas 31 + 39
Lees de veiligheidskaart:
Belangrijkste eigenschappen van de stof + hoe je moet handelen
P-zinnen (Precaution) en H-zinnen (Hazard)
Slide 15 - Tekstslide
Formule dichtheid
De dichtheid is de hoeveel massa van dat materiaal in een bepaald volume.
Dichtheid = Massa : Volume
ρ = dichtheid [ g/cm3 ]
m = massa [ g ]
V = volume [ cm3 ]
Slide 16 - Tekstslide
Volume / massa bepalen
Volume bepalen:
Volume kun je bepalen met de onderdompelmethode
Volume berekenen:
volume = lengte x breedte x hoogte
= 4 x 3 x 10 = 120 ml = 120 cm3
Massa bepalen:
met een weegschaal / balans
Slide 17 - Tekstslide
Extra Rekenopgave
Duikers hebben lood nodig om onder water te komen.
Hieronder zie je een loden gewicht. Bereken het volume van dit gewicht?
Gegevens:
ρ = 11,35 g/cm3 ;
m = 2,0 kg = 2000 g
Gevraagd:
V = ? cm3
Formule:
ρ = m:V (3 = 6 : 2)
V = m : ρ (2 = 6 :3)
Uitwerking:
V = 2000 : 11,35 = 176,211 cm3
Antwoord:
Het Volume is 176 cm3
Slide 18 - Tekstslide
Stoffen kunnen bestaan uit:
Alleen maar metalen --> Metalen
Alleen maar niet-metalen --> Moleculaire stoffen
Metalen en niet-metalen --> Zouten
Materialen en stoffen:
Stoffen is de basis van materialen
Materialen zijn vaak mengsels van stoffen
Materiaal is een eindproduct
Slide 19 - Tekstslide
Eigenschappen Metalen
Glimmen als ze gepolijst zijn
Gemakkelijk te vervormen
Goede geleiders van warmte en elektriciteit
Vast bij kamertemperatuur (behalve kwik)
Makkelijk te recyclen
Zijn (meestal) grijsachtig van kleur (goud = geel ; koper = rood/oranje)
ijzer Staal Roestvaststaal koper
Slide 20 - Tekstslide
Eigenschappen Moleculaire stoffen
Kleine dichtheid
Laag smelt- en kookpunt
Geleiden warmte en elektriciteit SLECHT/NIET
Glanzen niet
vaak brandbaar
Vaak vloeibaar/gas bij kamertemperatuur
Lossen vaak NIET op in water
voorbeelden: plastic-hout-olie-vet-brandstoffen
Slide 21 - Tekstslide
Eigenschappen Zouten
Bestaat uit een Metaal en een Niet-metaal atomen
Atomen hebben een lading => worden IONEN genoemd
Slide 22 - Tekstslide
legeringen (Binas 37)
Mengsel van twee of meer metalen
Bekendste is messing (koper en zink) én brons (koper en tin)
rvs (ijzer, chroom, nikkel, koolstof)
+ =
+ =
Slide 23 - Tekstslide
Edele metalen - Onedele metalen
Edelmetalen: Reageren NIET met zuurstof en vocht
Platina, Goud, (Zilver)
Onedele metalen reageren makkelijk met zuurstof en vocht
Dit noem je vrijwel altijd CORROSIE
Behalve bij ijzer: dan mag je ook zeggen Roest (=corrosie)
Slide 24 - Tekstslide
Slide 25 - Tekstslide
Atoom-nummer/massa
Proton:
Kern, positief, 1 massa
Neutron:
Kern, neutraal, 1 massa
Elektron:
beweegt om kern, negatief, geen massa
atoomnummer = aantal protonen
atoommassa = aantal protonen + neutronen
Slide 26 - Tekstslide
Stoffen ontleden
Een molecuul kun je kapot maken. Bij het ontleden van water, worden watermoleculen kapot gemaakt.
Het ontleden van een stof is een chemische reactie.
Als je water ontleedt, krijg je waterstof en zuurstof
Extra
Bij het ontleden van een stof ontstaan er nieuw stoffen. De losse bouwstenen vormen nieuwe combinaties. Voor de pijl heb je namelijk 6 watermoleculen en na de pijl heb je 3 zuurstofmoleculen en 6 waterstofmoleculen.
Slide 27 - Tekstslide
Ontleden (weergegeven in stoffen)
Slide 28 - Tekstslide
Chemische of natuurkundige reactie? Als na het afkoelen van de stof dezelfde stofeigenschappen aanwezig zijn als voor het verwarmen van de stof, is het een natuurkundig proces.
Deeltjesmodel:
beschrijft de eigenschappen van deeltjes/moleculen
Moleculen zijn altijd in beweging
Moleculen trekken elkaar aan
Moleculen veranderen niet
Slide 29 - Tekstslide
Stabiele en instabiele kernen
Stabiele kernen veranderen niet uit zichzelf => niet radioactief.
Een radioactieve stof heeft atoomkernen dieinstabielzijn.
Deze kernen veranderen uit zichzelf en zenden daarbij een kleine hoeveelheid straling uit:
=> Ioniseren (verbinding atoom valt uit elkaar)
=> radioactief verval.
Slide 30 - Tekstslide
Soorten kernstraling
- Alfa straling
afsplitsen He-atoom
Klein doordringend vermogen
- Bètastraling
afsplitsen Elektron
Groter doordringend vermogen
- Gammastraling
geen deeltje; elektromagnetische straling
Heel groot doordringend vermogen
-Halfwaardetijd:
de helft van de helft, van de helft, van de helft..
Slide 31 - Tekstslide
Halveringstijd / Halfwaardetijd
(Halfwaardetijd Nicotine = 2 uur)
Halfwaardetijd jodium-123: 2 uur
Halfwaardetijd Uranium-235: 704 miljoen jaar
Slide 32 - Tekstslide
In het laboratorium wordt een tracer gemaakt.
De tracer wordt ingespoten bij de patient.
Een gammacamera registreert de vrijgekomen straling.
Slide 33 - Tekstslide
Nu volgen 12 meerkeuzevragen
Dit kunnen zomaar vragen op de toets zijn!!!
Slide 34 - Tekstslide
Is dit een chemische reactie of een natuurkundig proces?
Chemische reactie
Natuurkundig proces
Slide 35 - Sleepvraag
Hoe zou je stoffen en materialen beschrijven?
A
Stoffen zijn alleen vloeibaar
B
Materialen zijn altijd natuurlijk
C
Stoffen zijn de elementen waar alles uit bestaat
D
Materialen zijn levende organismen
Slide 36 - Quizvraag
Wat is een legering?
A
Een zuivere stof
B
Een oplossing van metalen
C
Een chemische verbinding
D
Een mengsel van metalen
Slide 37 - Quizvraag
Wat is het verschil tussen edele en onedele metalen?
A
Edele metalen reageren minder snel met andere stoffen
B
Onedele metalen zijn magnetisch
C
Edele metalen zijn altijd zwaarder
D
Onedele metalen zijn altijd kostbaar
Slide 38 - Quizvraag
Wat is de dichtheid van een blokje materiaal met een volume van 25 cm3 en een massa van 100 g
A
0,25 g
B
4 g/cm3
C
2500 kg
D
2500 g/cm3
Slide 39 - Quizvraag
Wat is ontleden?
A
Kapot maken van atomen
B
Scheiden van moleculen
C
Opsplitsen van moleculen
D
Verbranden van atomen
Slide 40 - Quizvraag
Is er altijd en overal straling?
A
Ja
B
Nee
Slide 41 - Quizvraag
Wat is de halfwaardetijd van deze stof?
A
32 dagen
B
16 dagen
C
8 dagen
D
1 dag
Slide 42 - Quizvraag
Het aantal protonen in de kern is het:
A
Atoomnummer
B
Massagetal
C
Kerngetal
Slide 43 - Quizvraag
Welk soort straling zal de meeste stralingsenergie hebben?
A
alpha
B
beta
C
gamma
D
allemaal hebben ze evenveel stralingsenergie
Slide 44 - Quizvraag
Een chlooratoom heeft 17 protonen en 18 neutronen. Wat is het massagetal van dit atoom?
A
17
B
18
C
34
D
35
Slide 45 - Quizvraag
IJzer-55 heeft een halfwaardetijd van drie dagen.
Hoeveel radioactiviteit is er na negen dagen nog over? (laatste vraag)
A
de helft = 50%
B
een kwart = 25%
C
een achtste = 12,5%
D
niets meer = 0%
Slide 46 - Quizvraag
na het weekend => D-toets + Schoolexamen
Hoe leer ik voor de toets:
Ken de begrippen in je leerboek
Kijk of je alle leerdoelen van H3.2 t/m H3.10 kent => online learnbeat
Leer voor de oefentoets => dan weet je wat je al weet en wat je nog niet weet => minder leren voor SE
Maak extra oefeningen in learnbeat (H3.11 t/m 3.14)
Ik weet dat jullie het kunnen, HEEL VEEL SUCCES!!!