Genetica 32d

1 / 63
volgende
Slide 1: Tekstslide
DierverzorgingBeroepsopleiding

In deze les zitten 63 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Klopt de uitkomst in jouw geval?
Ja
Nee
Weet ik niet

Slide 9 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar is het geslacht te herleiden in de foto?

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

C & D

Slide 23 - Tekstslide

Vraag 3: C
Vraag 4: juist, c, d en f. Onjuist: a (ook in alle andere cellen), b (DNA bestaat uit chromosomen), e (1 geslachtchromosoom en de rest autosomale chromosomen).

Slide 24 - Tekstslide

Vraag 5: C (staat nergens in het boek)
Vraag 6: A (2: alleen door meiose)

Animalis
Maak de module: Genotype, fenotype en milieu


Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zijn er nog vragen over het behandelde lesmateriaal?

Slide 26 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Genetica
Deel 2

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deze les
Checken wat de kennis is op dit moment
Deel 2 begrippen genetica

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een ander woord voor genetica is:

Slide 43 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Erfelijkheidsleer

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aa is heterozygoot, dat wordt ook wel ...... genoemd
A
Homozygoot
B
Fokzuiver
C
Fokonzuiver

Slide 45 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hetgeen dat zichtbaar tot uiting komt is het:
A
Genotype
B
Fenotype
C
Milieu
D
Chromosomenpaar

Slide 46 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Naast genotype en fenotype heeft dit ook invloed:
A
Milieu
B
Genen
C
Genoom

Slide 47 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij mitose verdubbelen de chromosomen en ontstaan er uit 1 cel met 46 chromosomen 2 nieuwe cellen met 46 chromosomen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 48 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Meiose = reductiedeling. Een cel met 46 chromosomen geeft 23 chromosomen af.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 49 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Voortplanting is een vorm van
A
Mitose
B
Meiose

Slide 50 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je kruist 2 dieren van de P-generatie. Wat is de opvolger van de P-generatie?

Slide 51 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

F1-Generatie

Slide 52 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bij de vachtkleur van de muis domineert bruin (B) over wit (b). twee heterozygote bruine muizen paren met elkaar. Hoeveel procent van de nakomelingen zullen witte muizen zijn?
0%
25%
50%
75%
100%

Slide 53 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Slide 54 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Op beide chromosomen zit een andere kleur voor haarkleur. Hoe wordt die plek genoemd?

Slide 55 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Genetische manipulatie
Bij genetische manipulatie worden stukjes van het DNA van een plant of dier, met daarin een bepaald gen, geknipt en weer geplakt in de cel van een ander organisme. 

Slide 56 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Filmpje genetische manipulatie
https://www.youtube.com/watch?v=ZsQjFPwO47k

Slide 57 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Natuurlijke en kunstmatige selectie

Slide 58 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Selectie
Natuurlijk selectie is het proces waarbij dieren die zich beter aan kunnen passen aan de omgeving een grotere kans hebben om te overleven en zich voor te planten dan dieren die zich minder goed aanpassen.

Bij kunstmatige selectie wordt er geselecteerd door mensen. Mensen kiezen de eigenschappen uit die zij het best vinden en selecteren de planten en dieren die deze eigenschappen vertonen.

Slide 59 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inteelt en inteeltdepressie

Slide 60 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inteelt
Inteelt is een wetenschappelijk begrip van het kruisen binnen een soort, ondersoort of ras van nauw aan elkaar verwante individuen. De verwantschap tussen beide ouders is hierbij groter dan de gemiddeld vastgestelde inteeltcoëfficiënt van de totale populatie.

Slide 61 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inteeltdepressie
Hoe hoger de verwantschap tussen twee dieren, hoe hoger de inteelt van hun nakomeling. Dieren die meer ingeteeld zijn, presteren gemiddeld minder. Dit noemen we inteeltdepressie.

Slide 62 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deze les
Begrippen genetica -> verder uitwerken
Animalis genetica deel 1 en 2 afronden
Kruisingsschema? 
Kahoot? 

Slide 63 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies