Snelle quiz werkloosheid / arbeidsmarkt

Werk en werkloosheid
Test je kunnen!
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Werk en werkloosheid
Test je kunnen!

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Wat is de opbrengst bij A voor Peter / alle andere?
A
-15 / 0
B
0 / 0
C
25 / 10
D
10 / 10

Slide 3 - Quizvraag

Wat is de opbrengst bij C voor Peter / alle andere?
A
-15 / 0
B
0 / 0
C
25 / 10
D
10 / 10

Slide 4 - Quizvraag

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Doordat een groot plaatselijk bedrijf niet meer kon opboksen tegen de buitenlandse concurrenten, moest dat bedrijf de poorten sluiten en werden alle werknemers werkloos.

Welke grafiek geeft deze ontwikkeling het beste weer?
A
Grafiek A
B
Grafiek B
C
Grafiek C
D
Grafiek D

Slide 7 - Quizvraag

Hoe hoog is voor deze jongeren het evenwichtsloon?
A
€ 21.500,-
B
€ 22.000,-
C
€ 18.750,-
D
€ 12.375,-

Slide 8 - Quizvraag

Welk vlak in de bovenstaande figuur laat het werknemerssurplus op de arbeidsmarkt zien bij de evenwichtsprijs (= evenwichtsloon)?
A
Het rode vak (1)
B
het gele vak (4)
C
Het blauwe vak (3)
D
Het groene vak (2)

Slide 9 - Quizvraag

Slide 10 - Tekstslide

Wat is hier het evenwichtsloon?
A
1
B
9
C
17
D
40

Slide 11 - Quizvraag

Wat is de evenwichts hoeveelheid?
A
1
B
9
C
17
D
40

Slide 12 - Quizvraag

Hoeveel mensen zijn er werkloos bij een loon van €9
A
0
B
1 miljoen
C
10 miljoen
D
Kan je niet weten

Slide 13 - Quizvraag

Slide 14 - Tekstslide

Welke lijn is een minimumloon?
A
A
B
B

Slide 15 - Quizvraag

Hoeveel mensen willen er nu werken?
En voor hoeveel mensen is er werk?

Slide 16 - Tekstslide

Hoeveel mensen willen er nu werken?
A
11 miljoen
B
20 miljoen
C
30 miljoen
D
50 miljoen

Slide 17 - Quizvraag

En voor hoeveel mensen is er werk?
A
11 miljoen
B
20 miljoen
C
30 miljoen
D
50 miljoen

Slide 18 - Quizvraag

Dus hoeveel werkloosheid is er door het minimumloon?
A
11 miljoen
B
20 miljoen
C
30 miljoen
D
50 miljoen

Slide 19 - Quizvraag

Huiswerk
Maak nu: 4.5 B en C

Slide 20 - Tekstslide