1hv - préparation PW3

1mhv - préparation PW3
- Voca ABEF
incl. kloktijden, dagen vd week
- verbes: être, avoir, ww -er
- Source H: bez vnw
- bekende Fransen
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 2

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

1mhv - préparation PW3
- Voca ABEF
incl. kloktijden, dagen vd week
- verbes: être, avoir, ww -er
- Source H: bez vnw
- bekende Fransen

Slide 1 - Tekstslide

op school

Slide 2 - Woordweb

bijvoeglijke naamwoorden

Slide 3 - Woordweb

werkwoorden

Slide 4 - Woordweb

Hoe laat begint het feest?

La fête commence à quatre heures quarante.

Slide 5 - Open vraag

Hoe laat eindigt de wedstrijd?

Le match finit à onze heures trente-cinq.

Slide 6 - Open vraag

Vertaal:

Het is kwart voor negen.

Slide 7 - Open vraag

Vertaal:

Het is twaalf uur 's middags.

Slide 8 - Open vraag

Vertaal:

Om half elf.

Slide 9 - Open vraag

Mettez dans le bon ordre.
__________
__________
__________
__________
__________
__________
__________
lundi
mardi
mercredi
jeudi
vendredi
samedi
dimanche

Slide 10 - Sleepvraag

je
tu
il/elle/on
nous
vous
ils/elles
Combineer de juiste vorm van 'être' met het onderwerp
être (zijn)
Combineer de juiste vorm van être met het goede persoonlijk voornaamwoord
suis
es
est
sommes
êtes
sont

Slide 11 - Sleepvraag

être
Je suis
Tu es
Il est
Nous sommes
Vous êtes
Ils sont
jij bent
Jullie zijn
hij is
ik ben
zij zijn
wij zijn

Slide 12 - Sleepvraag

Vul de juiste vorm van être in:

Les profs ____ dans la classe.

Slide 13 - Open vraag

Vul de juiste vorm van être in:

Vous _____ à la maison.

Slide 14 - Open vraag

COMBINEZ:
timer
0:30
avoir: il,elle,on
avoir: nous
avoir: vous
avoir: ils,elles
avoir: tu
avoir: j'
avons
ont
ai
avez
as
a

Slide 15 - Sleepvraag

j'ai
tu as
il/elle/on a
nous avons
vous avez
ils/elles ont
Combineer de juiste vorm van 'avoir' met het onderwerp
Grammaire 'Avoir'  hebben
ik heb
jij hebt
hij/zij/men heeft 
wij hebben
jullie hebben/ u heeft
zij hebben

Slide 16 - Sleepvraag

Vul de juiste vorm van avoir in:

Tu _____ une maison.

Slide 17 - Open vraag

Vul de juiste vorm van avoir in:

Harrie _____ une soeur.

Slide 18 - Open vraag

Je
Ils/elles
Vous
Nous
Il/elle/on
Tu
Verbes                -er        (regarder, parler, écouter, danser, jouer)
Verbes réguliers -er
-e
-ent
-ons
-es
-ez
-e

Slide 19 - Sleepvraag

Verbes en -ER
ILS/ELLES
VOUS
NOUS
TU
JE
jouENT
jouEZ
IL
ELLE
jouONS
jouES
jouE
jouE

Slide 20 - Sleepvraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord in:

Nous _____ (aimer) le français.

Slide 21 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord in:

Elles _____ (donner) le cadeau.

Slide 22 - Open vraag

Mnl.ev.
Vrl.ev.
Mv.
Mijn
Jouw
Zijn/haar
Bezittelijk voornaamwoord
Ma
Mon
Mes
Ton
Ta
Tes
Son
Sa
Ses

Slide 23 - Sleepvraag

de Bezittelijke Voornaamwoorden meervoud
Maak de juiste combinaties.
ONS/ONZE
JULLIE / UW
HUN
    nos
  votre
   leur
   notre
      vos
    leurs

Slide 24 - Sleepvraag

Vul de juiste vorm van het bezittelijk voornaamwoord in.

Je cherche ____ (mijn) frère.

Slide 25 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het bezittelijk voornaamwoord in.

Les profs cherchent ____ (hun) contrôles.

Slide 26 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het bezittelijk voornaamwoord in.

Juliette est ____ (zijn) amie.

Slide 27 - Open vraag

Jeanne d'Arc

Slide 28 - Woordweb

Victor Hugo

Slide 29 - Woordweb

Zinedine Zidane

Slide 30 - Woordweb

Édith Piaf

Slide 31 - Woordweb

Charles de Gaulle

Slide 32 - Woordweb

Jean Moulin

Slide 33 - Woordweb

1mhv - préparation PW3
- Voca ABEF
incl. kloktijden, dagen vd week
- verbes: être, avoir, ww -er
- Source H: bez vnw
- bekende Fransen

Slide 34 - Tekstslide