Wat is LessonUp
Zoeken
Kanalen
aiToolsTab
Inloggen
Registreren
‹
Terug naar zoeken
Deviant Startrekenen Vooraf - Hoofdstuk 13 Gewicht
Hoofdstuk 13 Gewicht
1 / 34
volgende
Slide 1:
Tekstslide
Rekenen
Praktijkonderwijs
Leerjaar 2
In deze les zitten
34 slides
, met
tekstslides
.
Start les
Bewaar
Deel
Printen
Onderdelen in deze les
Hoofdstuk 13 Gewicht
Slide 1 - Tekstslide
Doel
Je leert de begrippen gewicht, zwaarder en lichter
Slide 2 - Tekstslide
Gewicht, zwaarder en lichter
Als je wilt zeggen hoe zwaar iets is, dan heb je het over
gewicht
.
Bij het vergelijken van twee gewichten, gebruik je de woorden
zwaarder
en
lichter
.
Slide 3 - Tekstslide
Gewicht, zwaarder en lichter
Als je wilt zeggen hoe zwaar iets is, dan heb je het over
gewicht
.
Bij het vergelijken van twee gewichten, gebruik je de woorden
zwaarder
en
lichter
.
Slide 4 - Tekstslide
Doel
Je leert wat gram en kilogram is
Slide 5 - Tekstslide
Gram en kilogram
Als je wilt zeggen hoe zwaar iets is, kun je de woorden
gram
en
kilogram
gebruiken.
1 gram (
g
) 1 kilogram (
kg
)
Slide 6 - Tekstslide
Wegen
Je leert dat er verschillende weegschalen zijn
Slide 7 - Tekstslide
Weegschalen voor kilo's
Er zijn verschillende weegschalen om verschillende gewichten te wegen. Deze zijn voor kilo's.
Slide 8 - Tekstslide
Weegschalen voor grammen
Er zijn ook weegschalen om grammen te wegen.
Slide 9 - Tekstslide
Doel
Je leert wat je moet doen als het gewicht niet precies op de weegschaal staat
Slide 10 - Tekstslide
Doel
Je leert wat je moet doen als het gewicht niet precies op de weegschaal staat
Slide 11 - Tekstslide
Het staat er niet op! Wat nu?
Als het gewicht niet op de wegschaal, moet je goed bedenken bij welk streepje de wijzer moet staan.
Soms komt het voor dat het gewenste
gewicht tussen twee streepjes zit. Denk dan eerst goed na waar de wijzer moet komen en weeg dan zorgvuldig af
Slide 12 - Tekstslide
Het staat er niet op! Wat nu?
Slide 13 - Tekstslide
Doel
Je leert wat je moet doen als je te veel of te weinig hebt afgemeten
Slide 14 - Tekstslide
Te veel? Te weinig?
Tijdens het maken van een recept moet je goed kijken hoeveel van een bepaald ingrediënt je moet gebruiken.
Kijk daarom tijdens het afmeten een aantal keer of het afwegen goed gaat.
Te veel? Haal er wat af! Te weinig? Doe er wat bij
Slide 15 - Tekstslide
Te veel? Te weinig?
Niek moet 200 gram afwegen.
1) Is er te veel of te weinig
afgewogen?
2) Hoe veel moet er af? Of hoe
veel moet er bij?
Slide 16 - Tekstslide
Doel
Je leert dat 1.000 gram 1 kilogram is
Slide 17 - Tekstslide
In de eerste les ........
Als je wilt zeggen hoe zwaar iets is, kun je de woorden
gram
en
kilogram
gebruiken.
1 gram (
g
) 1 kilogram (
kg
)
Slide 18 - Tekstslide
Hoeveel gram is een kilogram
In het Grieks betekent kilo 1.000. Een kilogram is dus 1.000 gram.
1.000 x =
1 gram (
g
) 1 kilogram (
kg
)
Slide 19 - Tekstslide
Hoeveel gram is een kilogram
1.000 gram is 1 kilogram
1 kilogram is 1.000 gram
2.000 gram is 2 kilogram
2 kilogram is 2.000 gram
Enzovoorts
Slide 20 - Tekstslide
Doel
Je leert dat 100 gram 0,1 kilogram is
Slide 21 - Tekstslide
100 gram en 0,1 kilogram
100 gram en 0,1 kilogram is hetzelfde. Andersom dus ook...
0,1 kilogram is 100 gram.
200 gram is 0,2 kilogram
0,2 kilogram is 200 gram
Enzovoorts
Slide 22 - Tekstslide
100 gram
en
0,1 kilogram
Slide 23 - Tekstslide
Doelen
Je leert dat iets meer kan zijn dan een kilo
Slide 24 - Tekstslide
Wat als iets meer dan een kilo is
Soms is iets meer dan een kilo. Hoe schrijf je dat dan op?
Slide 25 - Tekstslide
Wat als iets meer dan een kilo is
Soms is iets meer dan een kilo. Hoe schrijf je dat dan op?
1) De wijzer is voorbij de 3, dus 3 kilo
2) De wijzer zit bij 500 van 500 gram
3) Je schrijft 3 kilo en 500 gram
Slide 26 - Tekstslide
Doel
Je leert kilogram en gram als een kommagetal schrijven
Slide 27 - Tekstslide
Van kilogram en gram naar kommagetal
Je kan 3 kilo en 500 gram ook anders schrijven
1) 3 kilo blijft 3 kilo
2) 500 gram is 0,5 kg
3) Je schrijft 3,5 kilo / kg
Slide 28 - Tekstslide
Van kilogram en gram naar kommagetal
Volg de stappen
2.400 gram ....
1) 2 kilo blijft 2 kilo
2) 400 gram is 0,4 kg
3) Je schrijft 2,4 kilo / kg
Slide 29 - Tekstslide
Doel
Je leert kommagetallen schrijven als kilogram en gram
Slide 30 - Tekstslide
Van kommagetal naar kilogram en gram
Je kan 3,5 kg ook opschrijven in kilo's en grammen
1) 3 kilo blijft 3 kilo
2) 0,5 kg is 500 gram
3) Je schrijft 3 kilo en 500 gram
Slide 31 - Tekstslide
Van kommagetal naar kilo en gram
Volg de stappen
2,4 kilo ....
1) 2 kilo blijft 2 kilo
2) 0,4 kilo is 400 gram
3) Je schrijft 2 kilo en 400 gram
Slide 32 - Tekstslide
Doel
Je leert rekenen met gewicht
Slide 33 - Tekstslide
Rekenen met gewicht
Soms moet je tijdens het afwegen ook rekenen.
Slide 34 - Tekstslide
Meer lessen zoals deze
Paragraaf 7.2: Dichtheid
January 2022
-
12 slides
Natuurkunde
Middelbare school
vmbo k
Leerjaar 4
Les 3: Voeding 2021
December 2021
-
25 slides
Biologie
Middelbare school
vmbo g, t, mavo
Leerjaar 2
11.1 Je lichaam en je voedsel
July 2025
-
27 slides
Biologie
Middelbare school
vwo
Leerjaar 5
10.1 Je lichaam en je voedsel
November 2022
-
26 slides
Biologie
Middelbare school
vwo
Leerjaar 5
leerjaar 3 hst 5 les 2
March 2020
-
14 slides
Economie
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 3
Verhoudingen, 2F
January 2022
-
11 slides
Rekenen
Middelbare school
vmbo, mavo, havo, vwo
Leerjaar 2-4
SCORE Rekenen vo/mbo
PASTA koken
December 2024
-
46 slides
Voortgezet speciaal onderwijs
Stap-voor-Stap instructies
Examentraining KB
April 2017
-
27 slides
Wiskunde
Middelbare school
vmbo k
Leerjaar 4
Examentraining