10 april : Woordvolgorde Franse zinnen

 Grammaire H: woordvolgorde
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1,2

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

 Grammaire H: woordvolgorde

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bonjour! 
Voor in de agenda

Op vrijdag 8 mei
3e lesuur
Proefwerk Chapitre 6
Leren: Bronnen 
A,B,C,D,E,F,G,H
p. 232, 233, 234, 235
F-N en N-F

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doel van de les 
  • Je weet hoe de woordvolgorde in een Franse zin gaat
  • Je kunt zelf een Franse zin maken met de juiste woordvolgorde. 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kijk naar de volgende zinnen, wat valt je op aan de werkwoorden:
Je mange une pomme - ik eet een appel
J'ai mangé une pomme - ik heb een appel gegeten.

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Woordvolgorde in het Frans
In het Frans zet je alle werkwoorden bij elkaar.

Ik ga een appel eten                               Je vais manger une pomme

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zinsvolgorde (algemene regel!)
onderwerp - alle werkwoorden - de rest van de zin

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zet in de juiste volgorde:
chante - je - une chanson

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet in de juiste volgorde:
une question - elle - a - demandé

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De bepaling van tijd staat in het Frans aan het begin of het einde van de zin.
Après, on va manger ensemble.                                             Daarna gaan we samen eten.

De bepaling van plaats staat in het Frans aan het begin of het einde van de zin.
On va manger ensemble au restaurant.                               We gaan samen eten in het restaurant.

Als je een tijd- en een plaatsbepaling in één zin hebt, houd je de volgorde aan die je in het Nederlands ook zou aanhouden: eerst de tijd en dan de plaats.

Cet après-midi, je vais jouer de la guitare dans ma chambre.

Ik ga vanmiddag gitaar spelen in mijn kamer.


Woordvolgorde: bepalingen van tijd en plaats

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zet in de juiste volgorde:
une question - elle - hier - demande

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Nederlands
onderwerp + P.V + Lijdend Vw + gezegde


Ik ga de wedstrijd winnen.
Frans
onderwerp + P.V +gezegde + Lijdend Vw  


Je vais gagner le match.


Woordvolgorde

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Heel belangrijk:

Houdt altijd alle werkwoorden bij elkaar in het Frans en zoveel mogelijk aan het begin van de zin.

Een bepaling van tijd of plaats mag vooraan of achteraan in de zin staan, maar staan ze er beide in dan komt eerst de bepaling van tijd en daarna de bepaling van plaats.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht:
Zet de volgende woorden in de goede volgorde zodat er een Franse zin ontstaat:

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

est - Marie - à Paris - allée

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

la policière - conduire - avec la voiture - va

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

un cadeau - la mère de Pierre - aujourd'hui - donne

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

manger - je - un croissant - vais

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Woordvolgorde Frans: ontkennende zin
(plaats/tijd) ondw + ne/n'+ eerste werkwoord+ pas + ander werkwoord+ lv + mv + (plaats/tijd)
1. Vanavond, heeft Eva geen cadeau aan haar broer gegeven
Ce soir, Eva n' a pas donné un cadeau à son frère.

2. Morgen ga ik geen jurk kopen.
Je ne vais pas acheter une robe demain.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin klopt?
A
Aujourd'hui, je vais ne pas à l'école en vélo.
B
Aujourd'hui, je ne vais pas à l'école en velo.

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin klopt?
A
Marie n'est pas fatiguée.
B
Marie ne pas est fatiguée.

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin klopt?
A
Demain, je vais n'aller pas à l'école.
B
Demain, je ne vais pas à l'école.

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin klopt?
A
Madame Otten veut voir un ne bon pas exercise.
B
Madame Otten ne veut pas voir un bon exercise.

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Let op !
De volgende woorden staan bijna altijd direct na de persoonsvorm: souvent (vaak), toujours (altijd), bien (goed), mal (slecht), beaucoup (veel) en déjà (al)

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Au travail !
Wat?
- maak 29, 30, 32

Met wie en hoe?
- Individueel en in stilte.
Hulp nodig?
vraag je docent
Tijd?
Tot het eind van de les


Klaar? 
- Leer de bronnen uit je hoofd!
- Maak 25 p. 224 en 27,28 p. 227



Slide 24 - Tekstslide

  1. Noem 2 voordelen van wonen in Parijs
  2. Noem 2 nadelen van wonen in Parijs
  3. Noem 2 voordelen van wonen in een buitenwijk (banlieu)
  4. Noem 1 nadeel van wonen in een buitenwijk (banlieu)
  5. Extra uitdaging? Probeer in het Frans 1 voordeel & 1 nadeel te benoemen van je woonplaats (net als in de tekst) Tip/conseil: Kijk naar de vocabulaire & phrases-clés op pagina 78/80.