Mevrouw Jansen (82 jaar) woont in een woonzorgcentrum. Ze heeft hartfalen en een vochtbeperking van 1 liter per dag. De afgelopen dagen is haar gewicht langzaam toegenomen, maar dit is niet genoteerd in het dossier ondanks dat mw dagelijks wordt gewogen. In de nachtdienst viel op dat mevrouw wat kortademig was en een piepende ademhaling had, vooral bij inspanning. De nachtdienst schrijft in het rapport:
“Mevrouw is wat benauwd bij het draaien in bed. Zij vroeg om extra drinken, haar een flink glas water gegeven. Verder geen bijzonderheden.”
De ochtenddienst leest dit en interpreteert het als: “Alles stabiel, alleen lichte inspanningsbenauwdheid.” Mw krijgt ontbijt op haar kamer van de nieuwe huiskamermedewerker, ze drinkt een groot glas melk en thee. Tegen 11:00 ga je mw verzorgen en klaagt ze over ernstige benauwdheid in rust. Mw heeft duidelijk een piepende ademhaling. De verpleegkundige belt de arts, die constateert dat mevrouw vocht vasthoudt en een longoedeem ontwikkelt. Ze moet met spoed naar het ziekenhuis.
Wat is er mis gegaan?