H4: Nederland is een rechtsstaat. Deel 2

Vandaag: 
1. Check-in: hoe zit je erbij? Welke            successen?  1 min
2. De lesdoelen van deze les 1 min
3. Klassikale instructie: H4.2: De Rechtsstaat 20  min
4. Samenwerken 2min

5. Check-out: hoe zit je erbij?  1 min

1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijkundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Vandaag: 
1. Check-in: hoe zit je erbij? Welke            successen?  1 min
2. De lesdoelen van deze les 1 min
3. Klassikale instructie: H4.2: De Rechtsstaat 20  min
4. Samenwerken 2min

5. Check-out: hoe zit je erbij?  1 min

Slide 1 - Tekstslide

Samenvatten: Cornell-methode
Samen-vatting: 

Cornell-methode

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoel
- De 3 kenmerken van de Trias Politica benoemen en uitleggen.

- Uitleggen wat democratie, regering en parlement betekenen.

- Uitleggen waarom het belangrijk is voor een rechtsstaat dat de overheid zich ook aan de wet houdt

- Uitleggen hoe de wet van de overheid wordt beperkt


Slide 3 - Tekstslide

Criminaliteit
Hoofdstuk 4

Nederland is een rechtsstaat

Samen lezen: 4.2 blz. 40/41

Slide 4 - Tekstslide

Nederland is een Rechtsstaat
Een land waar de rechten en plichten van burgers en de overheid zijn vastgelegd in de wet.

Rechten: Alles wat je mag doen of hebben (bijvoorbeeld vrijheid van meningsuiting).

Plichten: Alle dingen die je moet doen. (bijvoorbeeld leerplicht)


Slide 5 - Tekstslide

Grondwet/Grondrechten
Staan belangrijkste rechten/plichten van burgers en overheid in
  • Vrijheid van meningsuiting / persvrijheid
  • Vrijheid van godsdienst
  • Vrijheid van betoging (demonstreren)
  • Vrijheid van vereniging
  • Vrijheid van privacy
  • Artikel 1: Recht op gelijke behandeling

Slide 6 - Tekstslide

Herhaling begrippen
Rechtsstaat
Een land waar de rechten en plichten van burgers en van de overheid in de wet zijn vastgelegd.
Rechtshandhaving
Het oppakken van criminelen (door OM en politie)
Rechtsbescherming
De overheid moet de rechten van burgers beschermen.

Rechtszekerheid
Elke burger weet wat hem te wachten staat als hij een delict pleegt.
Rechtsgelijkheid
Elke burger wordt gelijk behandeld of gestraft als een andere burger.

Slide 7 - Tekstslide

Wat is geen kenmerk van een rechtsstaat?
A
Alle rechten en plicht van de burgers zijn vastgelegd.
B
Alle wetten staan in de grondwet.
C
De regering mag een uitzondering maken uit de grondwet.
D
Trias Politica.

Slide 8 - Quizvraag

Rechtsbescherming of rechtshandhaving?
De politie mag je niet zomaar oppakken
A
rechtsbescherming
B
rechtshandhaving

Slide 9 - Quizvraag

Je krijgt een boete voor fietsen met je telefoon in de hand
A
Rechtsbescherming
B
Grondrechten
C
Rechtshandhaving

Slide 10 - Quizvraag

De politie controleert of iedereen zich aan de 1,5 meter richtlijn houdt.
Dit heeft te maken met
A
rechtsbescherming
B
rechtshandhaving

Slide 11 - Quizvraag

Dat je weet wat je te wachten staat als je een delict pleegt noem je
A
rechtszekerheid
B
rechtsgelijkheid
C
rechtshandhaving

Slide 12 - Quizvraag

Dat je weet dat je buurman ook 99,- euro boete krijgt als hij zich niet aan de 1,5 meter afspraak houdt heeft te maken met
A
rechtszekerheid
B
rechtsgelijkheid
C
rechtshandhaving

Slide 13 - Quizvraag

Slide 14 - Video

Trias Politica
"Scheiding der drie machten":

1. Wetgevende macht
2. Uitvoerende macht
3. Rechterlijke macht
Niemand kan een rechter dwingen een verdachte schuldig te verklaren.
Hij is onafhankelijk en onpartijdig.
De regering (ministers + koning) en het gekozen parlement (eerste en tweede kamer).
ministers, OM, burgemeesters,

Slide 15 - Tekstslide

De wetgevende macht
De wetgevende macht stelt de wetten vast waaraan de burgers en de overheid zich moeten houden. De regering (ministers) en het parlement (Eerste en Tweede Kamer) hebben de wetgevende macht.
Op lokaal niveau heeft de gemeenteraad de wetgevende macht.

Slide 16 - Tekstslide

De uitvoerende macht
De uitvoerende macht zorgt ervoor dat wetten worden uitgevoerd en nageleefd. De ministers zijn hiervoor verantwoordelijk. Het Openbaar Ministerie en de politie werken samen met de minister van Veiligheid en Justitie om strafbare feiten op te sporen en te vervolgen.
vervolgen
een verdachte voor de rechter brengen.

Slide 17 - Tekstslide

De rechterlijke macht
De rechterlijke macht beoordeelt of wetten goed worden nageleefd en doet uitspraak in conflicten. Deze macht is in handen van onafhankelijke en onpartijdige rechters. Hierdoor kunnen burgers vertrouwen op een eerlijk rechtsproces. 
Ze hoeven zich niet te verantwoorden aan ministers of andere politici.

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

De begrippen: 
  1. Democratie 
  2. Dictatuur
  3. Trias Politica: Wetgevende/Uitvoerende/Rechterlijke macht
  4. Regering
  5. Gekozen Parlement
  6. Gemeenteraad
  7. Ministers
  8. Onpartijdigheid
- Ik weet hoe de macht van de overheid wordt beperkt en kan dit uitleggen. 

Heb je ze allemaal genoteerd? 

Slide 20 - Tekstslide

Samenwerken
WAT:
Lees: H4.2 nog eens door. 

Maken: Vragen 4.2 blz. 41. en 16, 17 en 18
Thuis: Vragen af! 

Hoe:
Alleen of in je groepje
Tijd: 30 min 
Klaar: Verder met begrippen en samenvatting (heb je alles af?? Dan nakijken! )
timer
30:00
stoplicht op rood dan ben je stil
stoplicht op oranje: zachtjes overleggen
stoplicht op groen stil werken 

Slide 21 - Tekstslide

4.3 Knelpunten in onze  rechtsstaat

Slide 22 - Tekstslide

Leerdoelen
Aan het eind van deze les kun je:
- Het dilemma van de rechtsstaat uitleggen.
- Uitleggen wat klassenjustitie is.
- Vijf oorzaken noemen voor klassenjustitie.
- Uitleggen hoe grondrechten soms botsen



Slide 23 - Tekstslide

Het dilemma
Rechtsbescherming en rechtshandhaving kunnen met elkaar botsen. Als de politie bijvoorbeeld op zoek is naar een verdachte, mag de naam en foto van de verdachte dan verspreid worden in de media? 
De vraag is dan: wat is belangrijker? Rechtsbescherming of rechtshandhaving? Dit noemen we het dilemma van de rechtsstaat.

Slide 24 - Tekstslide

Ongelijke behandeling - rechtsongelijkheid
Klassenjustitie: mensen uit hogere klassen worden bevoorrecht boven mensen uit lagere klassen. Klassenjustitie vindt plaats bij opsporing, vervolging en berechting.


Slide 25 - Tekstslide

Oorzaken van klassenjustitie
- Door verschillen in inkomen, opleiding, scholing en cultuur hebben niet alle verdachte gelijke mogelijkheden om hun belangen te verdedigen.
- Politie, officieren van justitie en rechters verwachten dat crimineel gedrag voorkomt bij mensen uit bepaalde milieus of bepaalde etnische groepen. (vooroordelen!)
- Er is een grote pakkans voor mensen uit lagere milieus.
- Allochtone criminele jongeren worden zwaarder gestraft voor hetzelfde delict dan autochtone criminele jongeren.
- Allochtonen hebben te maken met discriminatie bij het opsporen van criminaliteit.

Slide 26 - Tekstslide

Botsende grondrechten
Vrijheid van meningsuiting <--> Artikel 1 (verbod op discriminatie)
Welke recht is dan belangrijker?

Slide 27 - Tekstslide

Aan de slag!

Maak vraag 20 en de examenopgaven op blz. 50 en 51

Slide 28 - Tekstslide

Wat is klassenjustitie?
A
Mensen uit hogere klassen worden bevooroordeeld
B
Mensen uit lagere klassen worden bevooroordeeld
C
Jongeren worden benadeeld ten opzichte van ouderen

Slide 29 - Quizvraag

Allochtonen worden veel vaker onterecht staande gehouden door de politie. Er is sprake van:
A
Klassenjustitie
B
rechtsgelijkheid
C
rechtszekerheid

Slide 30 - Quizvraag