les 15 H1.4 overmaat en massabehoud

H1 Chemisch rekenen
NOVA vwo4
les 15 H1.4 overmaat en massabehoud
Leg klaar:
- schrift + pen
- Binas
- rekenmachine

1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

H1 Chemisch rekenen
NOVA vwo4
les 15 H1.4 overmaat en massabehoud
Leg klaar:
- schrift + pen
- Binas
- rekenmachine

Slide 1 - Tekstslide

Deze les
- terugblik vorige les: kun je al rekenen met 7-stappenplan?
- uitleg
- voorbeeld
- zelf oefenen / vragen stellen over huiswerk

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt berekenen welke stof in ondermaat / overmaat is
  • je kunt uitleggen waarom er bij een chemische reactie altijd sprake is van massabehoud

Slide 3 - Tekstslide

   Hoeveel gram koper ontstaat er bij de
    omzetting van 2,0 gram koper(II)oxide
                                4 CuO (s) + CH4 (g) -> 4 Cu (s) + CO2 (g) + 2H2O (l)
kun je het al?
1. Reactievergelijking

2. noteer de molverhouding onder de reactievergelijking

3. gegeven / gevraagd

4. gegeven -> mol

5. molverhouding toepassen

6. mol gevraagd omrekenen naar gevraagde eenheid

7. Controleer ALLES




timer
5:00

Slide 4 - Tekstslide

waarom is er altijd massabehoud bij een chemische reactie?
4 CuO (s) + CH4 (g) -> 4 Cu (s) + CO2 (g) + 2H2O (l)

Slide 5 - Tekstslide

waarom is er altijd massabehoud bij een chemische reactie?
4 CuO (s) + CH4 (g) -> 4 Cu (s) + CO2 (g) + 2H2O (l)

bij een chemische reactie is altijd atoombehoud
er gaat dus geen massa verloren

Slide 6 - Tekstslide

Wat gebeurt er als je stoffen in de verkeerde verhouding samenvoegt?

Slide 7 - Tekstslide






overmaat
waar teveel van is





ondermaat =
waar te weinig van is

Slide 8 - Tekstslide

hoeveel cakes kun je bakken?
recept:
200 g suiker
200 g boter
200 g bloem
4 eieren
wat is in overmaat?
waarom kun je er niet méér bakken?
Dit heb ik op voorraad

Slide 9 - Tekstslide

overmaat = 
waar teveel van is

Deze beginstof is na afloop van de reactie nog over
ondermaat =
waar te weinig van is

Deze beginstof gaat op en bepaalt hoeveel product er maximaal gevormd kan worden.

ONTHOUD

Slide 10 - Tekstslide

Je laat 100 gram Na en 200 gram Cl2 met elkaar reageren. Bereken welke stof in overmaat aanwezig is.
                          2 Na            +              Cl2 ->                    2 NaCl
1. Reactievergelijking

2. noteer de molverhouding onder de reactievergelijking

3. gegeven / gevraagd

4. gegeven -> mol

5. molverhouding toepassen

6. mol gevraagd omrekenen naar gevraagde eenheid

7. Controleer ALLES




Slide 11 - Tekstslide

Is zuurstof bij onvolledige verbranding in overmaat of ondermaat?
A
Overmaat
B
Ondermaat

Slide 12 - Quizvraag

Als in een reactiemengsel een stof in overmaat is dan
A
is er van die stof het meeste aanwezig
B
is er van die stof het minste aanwezig
C
is het reactievat te groot
D
is er van die stof meer aanwezig dan nodig

Slide 13 - Quizvraag

Bereken nu zelf hoeveel gram koolstofdioxide maximaal ontstaat bij de volledige
verbranding van 10,0 g methaan
met 12,5 g zuurstof.
timer
5:00
A
8,6 gram
B
27,4 gram
C
15,6 gram
D
24,4 gram

Slide 14 - Quizvraag

Eigen werk
Bestudeer de voorbeeldopdrachten van H1.4
Maak opdracht 2 + 5 + 6 van H1.4
Kijk je werk na

Je kunt nu ook vragen stellen over het huiswerk

Slide 15 - Tekstslide