Alle krachten samen zijn de nettokracht of resultante. (Fres)
Slide 6 - Tekstslide
Dylano duwt tegen een auto aan. De zwaartekracht is 30N. De normaalkracht is 30N. De spierkracht van Dylano is 50N. De wrijvingskracht is 20N. In welke richting beweegt de auto en met welke resulterende kracht?
Kracht kan een voorwerp ook van richting laten veranderen.
Als een kracht loodrecht op de beweginsrichting staat veranderd alleen de richting van de beweging.
Met een andere hoek veranderd de snelheid en de richting.
Slide 9 - Tekstslide
Leerdoelen check 4K
Slide 10 - Tekstslide
Lezen en maken met potlood
H16 paragraaf 1:
Blz: 206 t/m 15
Opdracht 1 t/m 9
HUISWERK!!!!
Slide 11 - Tekstslide
Optrekken en afremmen
§2
Slide 12 - Tekstslide
Vorige les
Tegenwerkende en voorwaatse krachten
Nettokrachten
Effecten van krachten
Slide 13 - Tekstslide
Leerdoelen 4 Mavo
Slide 14 - Tekstslide
Traagheid
Een zwaarbeladen boot komt langzamer op gang en remt ook langzamer.
Demassa speelt een rol bij verandering in beweging.
Een voorwerp met een grotere massa heeft een grotere traagheid.
Een grotere traagheid maakt het moeilijker de beweging te beinvloeden.
Slide 15 - Tekstslide
kracht, massa en versnelling
F = de grootte van de nettokracht in newton (N).
m = de massa van het voorwerp in kilogram (kg)
a = de versnelling in meter per seconde kwadraat (m/s2)
F=m⋅a
Slide 16 - Tekstslide
Roan geeft Sacha een duw in de rug. Sacha weegt 70kg en wordt versneld met 3 m/s2. Hoeveel kracht heeft Roan op Sacha uitgeoefend?
Gegevens
Gevraagd
Oplossing
Conclusie:
Slide 17 - Tekstslide
Versnelling en vertraging
Je kunt met F = m x a ook de versnelling en vertraging berekenen.
Bij beide gevallen is de a gevraagd.
Omrekenen:
Slide 18 - Tekstslide
Bij een stoplicht staan een auto en een motor. De auto heeft een massa van 1200kg en de motor 300kg. Op beide voertuigen is een nettokracht van 1,8 kN. Hoe groot is het verschil in versnelling tussen deze voertuigen.
Gegevens
Gevraagd
Oplossing
Conclusie:
Slide 19 - Tekstslide
Leerdoelen check 4K
Slide 20 - Tekstslide
Lezen en maken met potlood
H16 paragraaf 2:
Blz: 216 t/m 225
Opdracht 1 t/m 9
HUISWERK!!!!
Slide 21 - Tekstslide
Veiligheid in het verkeer
§3
Slide 22 - Tekstslide
Leerdoelen 4 Mavo
Slide 23 - Tekstslide
Veilig op de weg
Des te sneller je rijdt des te langer je remweg
Je kiest je snelheid op basis van:
Het soort weg
Het overig verkeer
Het weer
Slide 24 - Tekstslide
Bijzondere omstandigheden
Er kunnen omstandigheden zijn waardoor de stopafstand langer wordt:
Zwaarbeladen voertuig
Slechte banden
Een wegdek van klinkers
Vermoeidheid
Onder invloed
Slide 25 - Tekstslide
Voldoende afstand
Een goede snelheid is niet voldoende.
Je moet ook genoeg afstand houden
Tweesecondenregel
Slide 26 - Tekstslide
Auto onderhouden
Sommige onderdelen slijten. Deze moet je op tijd vervangen.
Banden, remblokken, verlichting, ruitenwissers, etc.
APK
Bandenprofiel minder dan 1,6 mm → afgekeurd.
Remvertraging minder dan 5,8 m/s2 → afgekeurd.
Slide 27 - Tekstslide
Kooiconstructie en kreukelzone
Een botsing zorgt voor een grote kracht op de inzittenden.
Autofabrikanten proberen de kracht zo veel mogelijk af te laten nemen.
Het middenste van de auto wordt zo stevig mogelijk gemaakt kooiconstructie.
De voor en achterkant worden gemakkelijk in elkaar gedrukt kreukelzone.
Slide 28 - Tekstslide
Veiligheidsgordels en airbags
De kracht moet ook gelijkmatig over het lichaam verdeeld worden.
Veiligheidsgordels.
Airbags..
Slide 29 - Tekstslide
Veiligheidshelm
Scooter of motor moet met veiligheidshelm.
De harde buitenkant verdeeld de kracht over het hele hoofd.
De zachte binnenkant zorgt ervoor dat je minder snel afgeremd wordt.
Slide 30 - Tekstslide
Leerdoelen check 4 Mavo
Slide 31 - Tekstslide
Lezen en maken met potlood
H16 paragraaf 3:
Blz: 226 t/m 237
Opdracht 1 t/m 9
HUISWERK!!!!
Slide 32 - Tekstslide
Kracht en arbeid
§4
Slide 33 - Tekstslide
Leerdoelen 4 Mavo
Slide 34 - Tekstslide
Arbeid
Bij beweging is energie nodig.
Die energie komt van een kracht.
De hoeveelheid energie (arbeid) hangt af van de grootte van de kracht.
En van de afgelegde afstand
W is de verrichte arbeid in newtwonmeter (Nm)
F is de trekkracht of duwkracht in newtwon (N)
s is de afgelegde afstand in meter (m)
W=F⋅s
Slide 35 - Tekstslide
Newtonmeter en Joule
Newtonmeter = Joule
Slide 36 - Tekstslide
De mast van een winduturbine wordt op zijn plek gezet door een hijskraan. De winturbine heeft een massa van 60 ton. De hijskraan tilt de mast 72m hoog op. Bereken de arbeid die de hijskraan verricht.
Gegevens
Gevraagd
Oplossing
Conclusie:
Slide 37 - Tekstslide
Zwaarte-energie en Bewegingsenergie
Als je bovenaan een helling staat met je fiets heb je alleen zwaarte-energie.
Als je de heuvel afgaat krijg je steeds meer bewegingsenergie.
Door weerstand is de bewegingsenergie kleiner dan de zwaarte-energie.
Ez=m⋅g⋅h
Ek=0,5⋅m⋅v2
Slide 38 - Tekstslide
Zwaarte-energie en Bewegingsenergie
Als je de luchtwrijving mag verwaarlozen geldt:
Zwaarte-energie op het hoogste punt = Bewegingsenergie op het laagste punt
Slide 39 - Tekstslide
De wagentjes van een achtbann worden 48m boven de grond getakeld. De wagentjes bewegen daarna onder invloed van de zwaartekracht naar beneden. Bereken met welke snelheid een wagentje van 250kg de begande grond bereikt. Je mag energieverliezen door wrijving verwaarlozen.