H16 Kracht en Beweging

Kracht en Beweging
Hoofdstuk 16
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 42 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Kracht en Beweging
Hoofdstuk 16

Slide 1 - Tekstslide

Voorstuwen en tegenwerken
§1

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen 4 Mavo

Slide 3 - Tekstslide

Voorstuwende en tegenwerkende krachten
  • Voortstuwende krachten werken mee.
  • Dit wordt ook de aandrijfkracht genoemt.
  • Tegenwerkende krachten werken tegen.
  • Wrijvingkrachten
  • Luchtwrijving
  • Rolwrijving

Slide 4 - Tekstslide

Tegenwerkende krachten verminderen
  • Een gestroomlijnde vorm.
  • Goede wegen.
  • Banden hard oppompen.

Slide 5 - Tekstslide

Nettokracht
  • Alle krachten samen zijn de nettokracht of resultante. (Fres)

Slide 6 - Tekstslide

Dylano duwt tegen een auto aan. De zwaartekracht is 30N. De normaalkracht is 30N. De spierkracht van Dylano is 50N. De wrijvingskracht is 20N. In welke richting beweegt de auto en met welke resulterende kracht?
Gegevens
  •  
  •  
  •  
Gevraagd
  •  
Oplossing
Conclusie:

Slide 7 - Tekstslide

Veranderen van snelheid
  • De krachten hebben invloed op de snelheid
  • Voorstuwende kracht > tegenwerkende kracht = versnelde beweging
  • Voorstuwende kracht = tegenwerkende kracht = eenparige beweging
  • Voorstuwende kracht < tegenwerkende kracht = vertraagde beweging

Slide 8 - Tekstslide

Veranderen van richting
  • Kracht kan een voorwerp ook van richting laten veranderen.
  • Als een kracht loodrecht op de beweginsrichting staat veranderd alleen de richting van de beweging.
  • Met een andere hoek veranderd de snelheid en de richting.

Slide 9 - Tekstslide

Leerdoelen check 4K

Slide 10 - Tekstslide

Lezen en maken met potlood
H16 paragraaf 1:
Blz: 206 t/m 15
Opdracht 1 t/m 9

HUISWERK!!!!

Slide 11 - Tekstslide

Optrekken en afremmen
§2

Slide 12 - Tekstslide

Vorige les
  • Tegenwerkende en voorwaatse krachten
  • Nettokrachten
  • Effecten van krachten

Slide 13 - Tekstslide

Leerdoelen 4 Mavo

Slide 14 - Tekstslide

Traagheid
  • Een zwaarbeladen boot komt langzamer op gang en remt ook langzamer.
  • De massa speelt een rol bij verandering in beweging.
  • Een voorwerp met een grotere massa heeft een grotere traagheid.
  • Een grotere traagheid maakt het moeilijker de beweging te beinvloeden.

Slide 15 - Tekstslide

kracht, massa en versnelling


  • F = de grootte van de nettokracht in newton (N).
  • m = de massa van het voorwerp in kilogram (kg)
  • a = de versnelling in meter per seconde kwadraat (m/s2)
F=m⋅a

Slide 16 - Tekstslide

Roan geeft Sacha een duw in de rug. Sacha weegt 70kg en wordt versneld met 3 m/s2. Hoeveel kracht heeft Roan op Sacha uitgeoefend?
Gegevens
  •  
  •  
  •  
Gevraagd
  •  
Oplossing
Conclusie:

Slide 17 - Tekstslide

Versnelling en vertraging
  • Je kunt met F = m x a ook de versnelling en vertraging berekenen.
  • Bij beide gevallen is de a gevraagd.
  • Omrekenen:

Slide 18 - Tekstslide

Bij een stoplicht staan een auto en een motor. De auto heeft een massa van 1200kg en de motor 300kg. Op beide voertuigen is een nettokracht van 1,8 kN. Hoe groot is het verschil in versnelling tussen deze voertuigen.
Gegevens
  •  
  •  
  •  
Gevraagd
  •  
Oplossing
Conclusie:

Slide 19 - Tekstslide

Leerdoelen check 4K

Slide 20 - Tekstslide

Lezen en maken met potlood
H16 paragraaf 2:
Blz: 216 t/m 225
Opdracht 1 t/m 9

HUISWERK!!!!

Slide 21 - Tekstslide

Veiligheid in het verkeer
§3

Slide 22 - Tekstslide

Leerdoelen 4 Mavo

Slide 23 - Tekstslide

Veilig op de weg
  • Des te sneller je rijdt des  te langer je remweg
  • Je kiest je snelheid op basis van:
  1. Het soort weg
  2. Het overig verkeer
  3. Het weer

Slide 24 - Tekstslide

Bijzondere omstandigheden
  • Er kunnen omstandigheden zijn waardoor de stopafstand langer wordt:
  1. Zwaarbeladen voertuig
  2. Slechte banden
  3. Een wegdek van klinkers
  4. Vermoeidheid
  5. Onder invloed

Slide 25 - Tekstslide

Voldoende afstand
  • Een goede snelheid is niet voldoende.
  • Je moet ook genoeg afstand houden
  • Tweesecondenregel

Slide 26 - Tekstslide

Auto onderhouden
  • Sommige onderdelen slijten. Deze moet je op tijd vervangen.
  • Banden, remblokken, verlichting, ruitenwissers, etc.
  • APK
  • Bandenprofiel minder dan 1,6 mm → afgekeurd.
  • Remvertraging minder dan 5,8 m/s2 → afgekeurd.

Slide 27 - Tekstslide

Kooiconstructie en kreukelzone
  • Een botsing zorgt voor een grote kracht op de inzittenden.
  • Autofabrikanten proberen de kracht zo veel mogelijk af te laten nemen.
  • Het middenste van de auto wordt zo stevig mogelijk gemaakt kooiconstructie.
  • De voor en achterkant worden gemakkelijk in elkaar gedrukt kreukelzone.

Slide 28 - Tekstslide

Veiligheidsgordels en airbags
  • De kracht moet ook gelijkmatig over het lichaam verdeeld worden.
  • Veiligheidsgordels.
  • Airbags..

Slide 29 - Tekstslide

Veiligheidshelm
  • Scooter of motor moet met veiligheidshelm.
  • De harde buitenkant verdeeld de kracht over het hele hoofd.
  • De zachte binnenkant zorgt ervoor dat je minder snel afgeremd wordt.

Slide 30 - Tekstslide

Leerdoelen check 4 Mavo

Slide 31 - Tekstslide

Lezen en maken met potlood
H16 paragraaf 3:
Blz: 226 t/m 237
Opdracht 1 t/m 9

HUISWERK!!!!

Slide 32 - Tekstslide

Kracht en arbeid
§4

Slide 33 - Tekstslide

Leerdoelen 4 Mavo

Slide 34 - Tekstslide

Arbeid
  • Bij beweging is energie nodig.
  • Die energie komt van een kracht.
  • De hoeveelheid energie (arbeid) hangt af van de grootte van de kracht.
  • En van de afgelegde afstand


  • W is de verrichte arbeid in newtwonmeter (Nm)
  • F is de trekkracht of duwkracht in newtwon (N)
  • s is de afgelegde afstand in meter (m)
W=F⋅s

Slide 35 - Tekstslide

Newtonmeter en Joule
  • Newtonmeter = Joule

Slide 36 - Tekstslide

De mast van een winduturbine wordt op zijn plek gezet door een hijskraan. De winturbine heeft een massa van 60 ton. De hijskraan tilt de mast 72m hoog op. Bereken de arbeid die de hijskraan verricht.
Gegevens
  •  
  •  
  •  
Gevraagd
  •  
Oplossing
Conclusie:

Slide 37 - Tekstslide

Zwaarte-energie en Bewegingsenergie
  • Als je bovenaan een helling staat met je fiets heb je alleen zwaarte-energie.


  • Als je de heuvel afgaat krijg je steeds meer bewegingsenergie.


  • Door weerstand is de bewegingsenergie kleiner dan de zwaarte-energie.
E​z​​=m⋅g⋅h
E​k​​=0,5⋅m⋅v​2​​

Slide 38 - Tekstslide

Zwaarte-energie en Bewegingsenergie
  • Als je de luchtwrijving mag verwaarlozen geldt:

  • Zwaarte-energie op het hoogste punt = Bewegingsenergie op het laagste punt

Slide 39 - Tekstslide

De wagentjes van een achtbann worden 48m boven de grond getakeld. De wagentjes bewegen daarna onder invloed van de zwaartekracht naar beneden. Bereken met welke snelheid een wagentje van 250kg de begande grond bereikt. Je mag energieverliezen door wrijving verwaarlozen.
Gegevens
  •  
  •  
  •  
Gevraagd
  •  
Oplossing
Conclusie:

Slide 40 - Tekstslide

Leerdoelen check 4 Mavo

Slide 41 - Tekstslide

Lezen en maken met potlood
H16 paragraaf 4:
Blz: 238 t/m 250
Opdracht 1 t/m 9

HUISWERK!!!!

Slide 42 - Tekstslide