Les 6 - Uitleg log + herhaling vorige lessen

Welkom ATL4D!
  • We zorgen voor een veilige leeromgeving
  • We laten elkaar uitpraten
  • We laten elkaar en elkaars spullen met rust
  • We letten op ons taalgebruik
  • Spullen compleet
Voordat de timer afgaat...
timer
2:00
- Jas uit en tas van tafel
- Telefoon in de tas
- Leesboek en schrift op tafel
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Welkom ATL4D!
  • We zorgen voor een veilige leeromgeving
  • We laten elkaar uitpraten
  • We laten elkaar en elkaars spullen met rust
  • We letten op ons taalgebruik
  • Spullen compleet
Voordat de timer afgaat...
timer
2:00
- Jas uit en tas van tafel
- Telefoon in de tas
- Leesboek en schrift op tafel

Slide 1 - Tekstslide

Lesplanning
- Lesdoel 
- Vlog bespreken
- Herhaling voorgaande stof
- Zelfstandig werken
- Afsluiting 

Slide 2 - Tekstslide

Aan het einde van de les...
... kun je uitleggen hoe je vlog eruit hoort te zien

... heb je alle stof herhaald en gekoppeld aan je leesboek(en)

Slide 3 - Tekstslide

Vlog
Lees mee!

Slide 4 - Tekstslide

Genre

Slide 5 - Woordweb

Genres
= een groep boeken die bij elkaar horen doordat ze overeenkomsten vertonen 
- Detective 
- Familieroman
- Griezelverhaal
- Historische roman
- Oorlog
- Science-fiction 

Slide 6 - Tekstslide

Verschil waargebeurd en realistisch verhaal

Slide 7 - Woordweb

Fictie en non-fictie
Waargebeurd verhaal = verhaal dat daadwerkelijk is gebeurd (bijvoorbeeld het boek van Nouri)

Realistisch verhaal = verhaal dat lijkt op iets wat ook in het echt is gebeurd maar met eigen toevoegingen 

Slide 8 - Tekstslide

Personages

Slide 9 - Woordweb

Personages: hoofdpersoon
  • je weet wat hij denkt en voelt;
  • je weet wat zijn karaktereigenschappen zijn;
  • hij maakt een karakterontwikkeling door.
- round characters!

Slide 10 - Tekstslide

Personages: bijfiguur
  • Bijfiguren zijn minder belangrijk dan de hoofdpersoon.
  • Over bijfiguren kom je minder te weten.
  • Bijfiguren leer je minder goed kennen dan een hoofdpersoon.

Slide 11 - Tekstslide

Vertelperspectief

Slide 12 - Woordweb

Vertelperspectief
  • Ik-vertelperspectief 
Je beleeft de gebeurtenissen vanuit de hoofpersoon. Je leest letterlijk: 'ik'. 
  • Hij/zij vertelperspectief 
Je beleeft de gebeurtenissen vanuit de hoofdpersoon, maar er wordt in de 'hij' of 'zij' vorm gesproken.
  • Alwetende verteller 
Weet alles van alle personages. Geeft soms ook commentaar op het verhaal. 
  • Wisselend perspectief 
Verschillende personages wisselen elkaar af. Vertelperspectief kan dan ook wisselen. 

Slide 13 - Tekstslide

Setting in boek

Slide 14 - Woordweb

Setting
'Vibe' van het boek

1. Tijd 
- Noemen van jaartal
- Voorkomen van historische figuren/gebeurtenissen 
- Tijdloos: voor alle mensen van alle tijd

Slide 15 - Tekstslide

Setting
2. Ruimte
- Alles wat te maken heeft met plaatsen 
- Binnen, buiten, kamer, kast, bestaat of niet bestaand
- Weer, geuren, seizoen 

Slide 16 - Tekstslide

Tijd en ruimte bepalen sfeer
Voorbeeld 1: 
- Verhaal speelt zich af in 3478 in de ruimte. In het boek komen plekken zoals ruimteschip, universum, Mars en Pluto. 

Voorbeeld 2: 
- Verhaal speelt zich af in 2023. Het boek draait om een jonge man die in Nederland woont en een bijbaantje heeft in de Jumbo.

Slide 17 - Tekstslide

Welke tijden hebben we behandeld?

Slide 18 - Woordweb

Tijden
1. Chronologische volgorde 

Het verhaal wordt verteld in de volgorde waarin ze gebeurd zijn. 
- Terugverwijzing

Een personage verwijst (kort) naar iets wat eerder gebeurde. 

- Vooruitwijzing

Een mededeling over iets wat later gaat gebeuren (gedachte van een persoon)
2. Niet-chronologische volgorde

Het verhaal wordt verteld in een andere volgorde dan waarin ze gebeurd zijn
Flashbacks

Verhaal wordt onderbroken en gaat terug naar het 'verleden'. Dit is een langer stuk dan slechts een terugverwijzing!

Slide 19 - Tekstslide

Verteltijd, vertelde tijd en verteltempo

Slide 20 - Woordweb

Vertelde tijd en verteltijd
Vertelde tijd = de tijd die in een verhaal voorbij gaat. 
- Dag benoemen, aantal jaar benoemen, tijd benoemen. 
- Verschilt per boek (soms jaren, soms dagen)

Verteltijd = de tijd die nodig is om het verhaal te lezen
- Uitdrukken in bladzijdes of aantal woorden

Slide 21 - Tekstslide

Verteltempo

Slide 22 - Tekstslide

Hoe ontstaat spanning

Slide 23 - Woordweb

Spanning
= zorgt ervoor dat je een verhaal wilt lezen/afmaken. 

Techniek 1: gebeurtenissen in een verhaal 
- De hoofdpersoon bevindt zich in een bedreigende situatie en gevaarlijke omgeving
- Het verhaal krijgt een onverwachte wending
- Er is een cliffhanger: een onderbreking van het verhaal op een spannend moment

Slide 24 - Tekstslide

Spanning
 Techniek 2: opbouw van het verhaal

- Het bevat open plekken. Je krijgt veel vraagtekens bij het verhaal en wilt daarom verder lezen om het antwoord te achterhalen. 
- De schrijver wekt bepaalde vermoedens op. Je moet verder lezen om te beslissen of deze vermoedens kloppen. 
- Uitstel: De ontknoping van het verhaal laat op zich wachten
- Informatiesprong: de lezer weet iets wat de hoofdpersoon nog niet weet

Slide 25 - Tekstslide

Zelfstandig werken
Wat
1. Boek lezen
2. Begrippen koppelen aan leesboeken 
3. Examen verder maken
Hoe
Leesboek en schrift
Hulp
Zelfstandig
Tijd
20 minuten
Klaar?
Volgende opdracht kiezen

Slide 26 - Tekstslide