h7.2 Het atoommodel

H7.2 Het atoommodel 
Paragraaf 7.2
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

H7.2 Het atoommodel 
Paragraaf 7.2

Slide 1 - Tekstslide

Planning van vandaag
  • Terugblik vorige week: atomen
  • Instructie atoommodel
  • Werkblad 

Slide 2 - Tekstslide

Een element...
A
Bestaat uit 1 atoom
B
Bestaat uit 2 of meer atomen
C
Bestaat uit 1 atoomsoort
D
Bestaat uit 2 of meer atoomsoorten

Slide 3 - Quizvraag

Verbinding of element?
A
Verbinding
B
Element

Slide 4 - Quizvraag

Verbinding of element?
A
Verbinding
B
Element

Slide 5 - Quizvraag

Wat is geen element?
A
Zuurstof (O2)
B
Koolstof (C)
C
Fosfor (P)
D
Het zijn allemaal elementen

Slide 6 - Quizvraag

Moleculen bestaan uit atomen. Welk antwoord is geen voorbeeld van een atoom
A
Aluminium
B
goud
C
zuurstof
D
water

Slide 7 - Quizvraag

Stoffen zijn opgebouwd uit moleculen.
Moleculen zijn opgebouwd uit atomen.
Atomen zelf bestaan uit kleinere deeltjes
Atoommodel

Slide 8 - Tekstslide

Welke deeltjes zitten er in een atoom?

Slide 9 - Woordweb

Het atoommodel

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

bijv. arseen
74,9 atomaire massa-eenheid
(protonen + neutronen)
 
33 atoomnummer 
(protonen)

(dus ook 33 elektronen) 

Slide 12 - Tekstslide

atomen zijn heeeeeeeeel klein..

de massa van bijvoorbeeld één proton in de kern is;




0,000 000 000 000 000 000 000 000 0017 kg

daarom kiezen we voor het volgende..

1 u    =    1,7x10-27 kg
(atomaire massa-eenheid = u = unit)

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Atoomnummer = aantal protonen
Het aantal protonen in een atoomkern wordt aangegeven met het atoomnummer: elk atoomsoort (element) heeft zijn eigen vaste atoomnummer. 

Atoomnummer van ijzer  Fe= 26, dus elk Fe atoom
heeft 26 protonen in zijn atoomkern.
Weet je het atoomnummer, dan weet je ook het aantal
elektronen in de elektronenwolk. Dat aantal is immers
 gelijk aan het aantal protonen. Dus een ijzeratoom bevat ook 
 26 elektronen.
Noteer 
& leer

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Massagetal
Elk element (atoom) heeft ook een massagetal.
Dit massagetal bereken je zo:
Protonen + neutronen = massagetal.

  • Bereken van dit atoom het massagetal.

Slide 17 - Tekstslide

voorbeeld
1. wat is het atoomnummer?

2. wat is de massa van dit atoom?

3. Welk atoom is dit?

Slide 18 - Tekstslide

wat is het symbool van de atomaire massa-eenheid
A
a
B
me
C
u
D
x

Slide 19 - Quizvraag

Massagetal =
A
aantal protonen
B
aantal neutronen
C
aantal protonen - aantal elektronen
D
aantal protonen + aantal neutronen

Slide 20 - Quizvraag

Een neutron heeft massa van .... en bevindt zich in de ... van het atoom.
A
1,0u - wolk
B
0,0u - kern
C
1,0u - kern
D
0,0u - wolk

Slide 21 - Quizvraag

Een atoom heeft een massa van 9,0 u. Het atoom heeft 5 neutronen. Hoeveel protonen zijn aanwezig?
A
14 protonen
B
5 protonen
C
4 protonen
D
45 protonen

Slide 22 - Quizvraag

Geef het atoomnummer
en het massagetal van dit atoom.
A
6 6
B
6 12
C
12 12
D
12 18

Slide 23 - Quizvraag

Opdrachten maken
lezen H7.2 
Opdrachten maken pagina 22:
1 t/m 10 
Wanneer af? vrijdag 15 sept

Slide 24 - Tekstslide