Les 4 Quiz na de oogst

Wat gebeurt er met groenten en fruit na de oogst?

A

Ze stoppen met leven

B

Ze blijven leven

C

Ze groeien sneller

D

Ze worden direct rijp

1 / 15
volgende
Slide 1: Quizvraag
newEditorVoedingMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen.

time-iconLesduur is: 10 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Wat gebeurt er met groenten en fruit na de oogst?

A

Ze stoppen met leven

B

Ze blijven leven

C

Ze groeien sneller

D

Ze worden direct rijp

Wat gebeurt er tijdens de ademhaling van een product

A

Het maakt meer suiker aan

B

Het gebruikt energie

C

Het neemt water op

D

Het stop met rijpen

Welke stof heeft een product nodig om te ademen?

A

Zuurstof

B

Stikstof

C

Kallk

D

Zand

Waarom wordt een product na verloop van tijd ouder

A

Zuurstof

B

Stikstof

C

Kallk

D

Zand

Waarom wordt sla na een tijdje slap?

A

Omdat sal bevriest

B

Omdat sla water verliest

C

Omdat sla meer zuurstof krijgt

D

Omdat sla rijpt

Welk product droogt meestal het snelst uit?

A

Ui

B

Appel

C

Sla

D

Aardappel

Welk product rijpt verder na de oogst?

A

Komkommer

B

Ui

C

Sla

D

Banaan

Wat kan een teken zijn dat een product oud wordt?

A

Groene bladeren

B

Meer gewicht

C

Bruine plekken

D

Snellere groei

Welke maatregelen helpt om producten langer vers te houden?

A

In de zon leggen

B

Verwarmen

C

Koelen

D

Droog bewaren

Wat is belangrijk in een koelcel?

A

Hoge temperatuur

B

Goede ventilatie

C

Veel licht

D

Droge lucht

Wat gebeurt er in een Controlled Atmosphere (CA)?

A

Meer zuurstof aanwezig

B

Minder zuurstof aanwezig

C

Meer warmte aanwezig

D

Droge lucht

Voor welke producten wordt CA-bewaring gebruikt?

A

Appels en peren

B

Tomaten en sla

C

Komkommers en paprika's

D

Aardbeien en frambozen

Wat gebeurt er als een product water verliest

A

Het wordt zwaarder

B

Het wordt harder

C

Het wordt slap

D

Het gaat sneller groeien

Waarom wordt de kwaliteit van een product na de oogst minder?

A

Het product blijft ademen

B

Het product krijgt meer voeding

C

Het product groeit sneller

D

Het product neemt water op

Welke uitspraak is juist?

A

Producten leven niet meer na de oogst

B

Producten verliezen geen water meer na de oogst

C

Producten blijven ademen na de oogst

D

Producten worden nooit ouder