Euromunten en eurobiljetten
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · SPAREN
Quiz
Terugblik: Sparen en beleggen
Euromunten en eurobiljetten
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · SPAREN
Quiz
Terugblik: Sparen en beleggen
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Avij / Wikimedia Commons, publiek domein
Wat is het koersverloop van een aandeel?
De interest die het aandeel elk jaar uitkeert
Hoe de koers van het aandeel in de loop van de tijd verandert
Het bedrag dat een bedrijf voor het aandeel inlegt
De plaats waar het aandeel verhandeld wordt
Syllabus 11.2.10, begrip koersverloop. Verwachte fout: de plaats waar verhandeld wordt, dat is de effectenbeurs.
Jelle zet € 3.000 weg tegen 2% samengesteld. Hoeveel is dat na 3 jaar?
€ 3.180,00
€ 3.060,00
€ 3.183,62
€ 183,62
Syllabus 11.2.8. Uitwerking: 1,02^3 = 1,061208; 3.000 x 1,061208 = 3.183,62. Verwachte fouten: 3.180 is enkelvoudig, 3.060 is 1 jaar, 183,62 is alleen de interest.
Anja krijgt over 2 jaar € 5.202. De bank geeft 2% samengesteld. Wat is dit bedrag nu waard?
€ 5.000,00
€ 5.306,04
€ 5.001,92
€ 4.993,92
Syllabus 11.2.8. Uitwerking: 1,02^2 = 1,0404; 5.202 : 1,0404 = 5.000. Verwachte fouten: 5.306,04 is vermenigvuldigen, 5.001,92 is delen door 1,04 (maar 1 jaar), 4.993,92 is 5.202 min 2 x 2%.
De spaarrente stijgt van 2% naar 3%. Wat klopt?
Een stijging van 1%, want 3 min 2 is 1
Een stijging van 1 procentpunt, dat is 50% meer interest
Een stijging van 50 procentpunt
Een stijging van 33 procentpunt
Syllabus A5.3, onderscheid procent en procentpunt. Het verschil is 1 procentpunt; 1 gedeeld door 2 is 50% procentuele verandering. Verwachte fout: 1% noemen.
Vul in
Een obligatie is een lening waarvoor je meestal vaste interest krijgt, een aandeel maakt je mede-eigenaar van een onderneming.
Syllabus 11.2.10. Verwachte fout: de twee omdraaien.
Welke vermogenstitel heeft meestal het hoogste risico en het hoogste verwachte rendement?
Obligaties
Een deposito
Een spaarrekening
Aandelen
Syllabus 11.2.11. Een deposito en een spaarrekening zijn geen vermogenstitels. Verwachte fout: obligaties, omdat die ook beleggen zijn.
Zet de stappen voor de eindwaarde op volgorde
Syllabus 11.2.8: 4% wordt 0,04, dan 1,04, dan 1,04^n, dan maal het beginkapitaal. Verwachte fout: eerst vermenigvuldigen met het kapitaal en dan de macht nemen.
Noem een voordeel van een beleggingsfonds.
Een goed antwoord noemt spreiding van het risico over veel titels, of dat je niet zelf titels hoeft te kiezen. Verwachte fout: zeggen dat er geen risico is.
Een bedrijf geeft obligaties uit. Wat ben jij als je er een koopt?
Schuldeiser, want je leent geld uit
Eigenaar van een deel van het bedrijf
Aandeelhouder met zeggenschap
Medebestuurder van het bedrijf
Syllabus 11.2.10. Verwachte fout: eigenaar, omdat beleggen klinkt als meedoen in het bedrijf.
Waarom biedt een bank vaak meer interest op een niet vrij opneembare spaarvorm?
Er is bij een deposito geen enkel risico
De interest is dan enkelvoudig
De bank kan het geld de afgesproken tijd gebruiken
Het geld gaat dan in aandelen
Syllabus 11.2.9. Verwachte fout: denken dat het geld in aandelen gaat. De bank beloont dat jij het geld vastzet.
Jessica zet € 1.000 3 jaar weg tegen 10% enkelvoudig, Ravi tegen 8% samengesteld. Wie heeft het meest?
Ravi, want samengesteld levert altijd meer op
Ravi, met een eindwaarde van € 1.331,00
Jessica, € 1.300,00 tegen € 1.259,71
Beiden evenveel, het verschil is 2 procentpunt
Syllabus 11.2.6-11.2.8. Uitwerking: Jessica 1.000 + 3 x 100 = 1.300. Ravi 1,08^3 = 1,259712; 1.259,71. Een hoger percentage kan samengesteld inhalen. Verwachte fout: samengesteld is altijd beter.
Wat gebeurt er op een effectenbeurs?
Aandelen en obligaties worden gekocht en verkocht
De overheid bepaalt de koers van aandelen
Spaarders storten geld op een rekening
Bedrijven vragen er een krediet aan
Syllabus 11.2.10, begrip effectenbeurs. Verwachte fout: denken dat de overheid de koers vaststelt; de koers volgt uit vraag en aanbod.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · SPAREN
Goed gedaan!
Je kunt nu rente berekenen, eind- en contante waarde uitrekenen en spaarvormen en beleggingen vergelijken. Succes met het examen!
Deze slide heeft geen instructies