Les 2 project 1.7 Angst- dwangstoornissen, PTSS, OCD

Les 2   project 1.7                                       

Angst- dwangstoornissen, PTSS, OCD, cluster C persoonlijkheidsstoornissen
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Les 2   project 1.7                                       

Angst- dwangstoornissen, PTSS, OCD, cluster C persoonlijkheidsstoornissen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leeruitkomsten
Aan het einde van de les 
  • kun je 3 kenmerken van een angststoornis noemen
  • kun je uitleggen wat een obsessieve-compulsieve stoornis is 
  • kun je vertellen wat kenmerken zijn van P.T.S.S.
  • weet je welke persoonlijkheidsstoornissen vallen binnen cluster c. 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer ben jij wel eens bang?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Angststoornissen
Overmatige angst en bezorgdheid
Moeilijk te controleren
Beperkingen

Angststoornissen staan in de top 10 van ziekten met de grootste ziektelast.

Een angststoornis komt vaak samen met een depressieve stoornis voor.

 Een verslaving kan zowel oorzaak als gevolg van een angststoornis zijn.

Slide 4 - Tekstslide

Erfelijkheid
Angstcircuit in hersenen werkt niet goed (de amygdala, hippocampus en prefrontale cortex)
Ingrijpende gebeurtenissen

Kenmerken van angst:
  • Lichamelijke klachten zoals stekende hoofdpijn, slaapproblemen, gebrek aan eetlust/geen hap door de keel kunnen krijgen, benauwd voelen/beklemmend gevoel op de borst, niet kunnen concentreren
  • Voorhoofd fronsen
  • Wijd opengesperde ogen/vergrote pupillen
  • Hevig transpireren (angstzweet)
  • Hartkloppingen
  • Ademnood
  • Trillen/beven
  • Misselijkheid en diarree
  • Tintelingen in handen en voeten
  • Knikkende knieën
  • Gevoel van onwerkelijkheid (alsof je naar een film kijkt)

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Angststoornissen

  • Specifieke fobieën: Bang voor specifieke dingen, dieren of omstandigheden en vermijd je deze dingen of situaties.  
  • Sociale angststoornis: sociale situaties uit de weg gaan. Bang om dingen te doen in het bijzijn van anderen. Bang voor het oordeel van anderen.
  • Paniekstoornis: regelmatig een paniekaanval, heftige angst. Bang om controle verliezen, bang om dood te gaan. Angstig om nieuwe paniekaanvallen te krijgen.
  • Agorafobie: bang om vertrouwde omgeving te verlaten. Vermijden van situaties. Bang om paniekaanval te krijgen waar je geen hulp denkt te kunnen krijgen.
  • Gegeneraliseerde angststoornis (GAS): buitensporig druk maken om gewone dingen. Bijna de hele tijd bang en bezorgd, zonder dat je precies weet waarom (piekerstoornis).

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Aan angst gerelateerde stoornissen
OCDObsessieve-compulsieve disorder (stoornis): (ernstig) last van herhalende dwanggedachten (=obsessies) en dwanghandelingen (=compulsies)

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een obsessieve-compulsieve stoornis?
A
Last van claustrofobie
B
Langere tijd overdreven angstig en bezorgd
C
Extreem bang zijn bij lichamelijke klachten
D
Last van dwanggedachten en dwanghandelingen

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekend PTSS
A
Post dramatische stoornis
B
Posttraumatische stress stoornis
C
Postnatale stoornis
D
Prenatale stoornis

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Posttraumatische-stressstoornis is een verzameling van klachten die kunnen ontstaan na een traumatische of schokkende gebeurtenis.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PTSS
Het kan zijn dat jezelf lichamelijk of geestelijk gewond bent geraakt tijdens die gebeurtenis of getuige bent geweest van zo’n gebeurtenis. Je kan zeggen dat het geestelijk trauma niet goed geneest, het lukt je niet om het trauma goed te verwerken.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Wat houdt een posttraumatische stoornis precies in?
A
Gebeurtenissen die in gedachtes en dromen terugkomen
B
De hele dag stress hebben
C
Bang zijn voor bepaalde gebeurtenissen
D
Traumatische gebeurtenis meegemaakt hebben

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Niet iedereen die iets traumatisch of schokkends mee maakt krijgt PTSS, in ongeveer 10% van de gevallen loopt iemand PTSS op. 
Niet iedereen met PTSS zoekt hulp en soms gaat het van zelf weer over of verdwijnt het naar de achtergrond en blijft het sluimeren. Het komt soms voor dat mensen pas last krijgen van PTSS jaren nadat de traumatische gebeurtenis is gebeurd. Dit heet PTSS met verlaat begin. Dit komt vaak naar boven door een trigger die iemand sterk doet herinneren aan het trauma.
PTSD (D=disorder) ontstaat later

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maar wat nou als je wel last blijft houden?
Een posttraumatische-stressstoornis kan je het beste beschouwen als een geestelijke wond die niet heelt, alsof je een wond hebt die maar blijft opengaan en opengaan en opengaan. Het krijgt niet de tijd of heeft niet de mogelijkheid om te herstellen.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mensen met PTSS hebben grote kans later te lijden aan......
A
Eetstoornissen
B
Cognitieve stoornis
C
Stemmingsstoornis
D
Schizofrenie

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn kenmerken van angst?

Slide 20 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Persoonlijkheidsstoornissen cluster C

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cluster C
Vermijdende-persoonlijkheidsstoornis (voorheen ontwijkende): een aanhoudend patroon van sociale geremdheid, gevoelens van tekortschieten en overgevoeligheid voor een mogelijk negatief oordeel.

Afhankelijke-persoonlijkheidsstoornis: een aanhoudend patroon van onderdanig en aanklampend gedrag dat samenhangt met een overmatige behoefte om verzorgd te worden.

Dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis (voorheen obsessieve-compulsieve): een aanhoudend patroon van gepreoccupeerd bezig zijn met ordelijkheid, perfectionisme en controle.

Slide 22 - Tekstslide

OCD en dwangmatige persoonlijkheidsstoornis

Dwangmatige PS: perfectionisme en controle staan centraal. 
Voeren niet vaak rituele handelingen uit zoals bij OCD. 
Zijn extreem rigide en ordelijk en zien dit niet als een probleem. 
OCD ziet vaak wel in dat het overdreven is. 

Slide 23 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Disney prinsessen en hun problematiek
Elsa


Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


A
Vermijdend
B
Afhankelijk
C
Dwangmatig
D
Geen van allen

Slide 26 - Quizvraag

Elsa: Vermijdend.
Ze duwt iedereen weg die te dicht bij haar komen. Ze loopt weg om alleen te zijn. Ze vlucht naar haar ijspaleis. Ze wilt alles alleen doen en stippelt haar eigen pad uit bij frozen 2.
Assepoester

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


A
Vermijdend
B
Afhankelijk
C
Dwangmatig
D
Geen van allen

Slide 28 - Quizvraag

Assepoester: Afhankelijk. Ze houdt zich afhankelijk en klein. Wachten op de prins.
Ariël

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


A
Vermijdend
B
Afhankelijk
C
Dwangmatig
D
Geen van allen

Slide 30 - Quizvraag

Ariël: Dwangmatig, een obsessie voor mensen en hun spullen wat ze in een grot verzameld.
Prinsessen
Elsa: Vermijdend. 
Ze duwt iedereen weg die te dicht bij haar komen. Ze loopt weg om alleen te zijn.  Ze vlucht naar haar ijspaleis. Ze wilt alles alleen doen en stippelt haar eigen pad uit bij frozen 2.

 
Assepoester: Afhankelijk. Ze houdt zich afhankelijk en klein. Wachten op de prins.

Ariël: Dwangmatig, een obsessie  voor mensen en hun spullen wat ze in een grot verzameld.


Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leeruitkomsten
Aan het einde van de les 
  • kun je 3 kenmerken van een angststoornissen noemen
  • kun je uitleggen wat een obsessieve-compulsieve stoornis is 
  • kun je vertellen wat kenmerken zijn van P.T.S.S.
  • weet je welke persoonlijkheidsstoornissen vallen binnen cluster c. 

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies