Voorbereiding PTA H1 + H2

Voorbereiding PTA H1 + H2
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
Economie & OndernemenMiddelbare schoolvmbo b, k, gLeerjaar 3

In deze les zitten 28 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Voorbereiding PTA H1 + H2

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BHV'er = bedrijfshulpverlener
  • Aan de balie krijg je soms te maken met een onverwachte situatie. Het is dan belangrijk om rustig en professioneel te blijven. 
  • Je krijgt te maken met diverse onvoorziene gevallen, bijvoorbeeld een technische storing (stroomuitval), boze klant (blijf rustig) of een noodgeval (iemand wordt onwel, schakel de BHV'er in).

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gesprekstechnieken
LSD =luisteren, samenvatten en doorvragen
ANNA = altijd navragen, nooit aannemen.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Offerte & factuur

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Offerte beoordelen
Voordat je een beslissing gaat maken neem je de offerte nauwkeurig door. Je let hierbij op: 
  • Gegevens leverancier
  • Totaal te betalen bedrag
  • Artikelomschrijving, prijzen en aantallen
  • Gegevens van de klant
  • Geldigheidsduur

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Orderbevestiging
Een orderbevestiging is een brief van de leverancier aan de klant om te laten weten dat het bedrijf de order ontvangen heeft. Een leverancier stuurt een orderbevestiging om misverstanden te voorkomen.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inkoop stap 2 Inkooporder

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een bezoeker komt bij jou aan de balie...
  1. Begroeten van de bezoeker
  2.  vragen of je de bezoeker kunt helpen
  3. inschrijven van de bezoeker
  4. aankondigen van de bezoeker bij je collega
  5. koffie of thee aanbieden

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Als iemand bij de balie komt noteer je de naam op een bezoekerslijst.
De volgende gegevens noteer je:
  • Tijd van binnenkomst
  • Reden van bezoek
  • Datum

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Factuur

 Belangrijk voor de boekhouding zijn:

  •  totaalbedrag exclusief btw
  • btw-bedrag
  • totaalbedrag inclusief btw

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Grafieken lezen 
Dit noemen ze een cirkeldiagram. Een cirkeldiagram is verdeeld in delen. Een cirkeldiagram is altijd 100%

Hoe reken je?
Hoeveel scholieren doen karweitjes?

Formule: totaal : 100 x %

150.000 : 100 x 13 = 

150.000

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is een goede administratie belangrijk?
Met een goede administratie hou je bij wat er binnenkomt en wat er uitgaat. Hierbij zorg je dat je alle belangrijke documenten goed bewaart. Maak een mappenstructuur aan op de computer met daarin een hoofdmap en submappen. Computers kunnen een deel van de administratie overnemen van mensen, dit heet automatisering.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Flip-over

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Telefoneren met vrienden is 
Privé / informeel
Telefoneren met klanten is 
Zakelijk / formeel

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Notulen

1. Vergadering [dd-mm-jj]
2. Plaats: [nummer lokaal]
3. Voorzitter: [naam]
4. Aanwezig en afwezige:  [ alle namen uitgeschreven]

5. Opening
6. Vaststelling notulen vorige vergadering
7. Mededelingen en ingekomen stukken
8. Inhoudelijke agendapunten
9. Rondvraag
10. Volgende vergadering
11. Sluiting 
Je focust je op de afspraken en besluiten die gemaakt worden

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kosten declareren
= betekent dat je geld terugvraagt van je baas of school als je iets voor werk of school hebt gekocht. Bijvoorbeeld als je iets nodig had om je werk te doen, maar zelf hebt betaald.

Voorbeeld
Stel, je koopt een pak papier voor op kantoor en betaalt het zelf. Later geef je het bonnetje aan je baas, en hij betaalt het geld aan jou terug. Dat heet declareren.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Indexcijfers
Als je de (omzet) cijfers van verschillende jaren wil gaan vergelijken, kun je werken met indexcijfers. Je vergelijkt dan de cijfers van verschillende jaren met het basisjaar.

Het indexcijfer van het basisjaar = 100 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Indexcijfer formule
Indexcijfer = nieuw getal : getal basisjaar x 100

Voorbeeld:
Loon basisjaar: 2000 euro
Loon nieuwjaar: 2500 euro
Indexcijfer = 2500/2000 x 100 = 125
--> 25% gestegen t.o.v. basisjaar

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Indexcijfers
  • 1 getal is de basis => 100
  • 2019 is de basis
  • De andere getallen delen door 73.812,54
2019
2020
2021
2022
73.812,54
148.972,21
125.951,30
51.263,95
100
202
171
69

Slide 20 - Tekstslide

12:30-12:40
Communicatie 
Verbale communicatie:                 Communiceren waarbij je woorden gebruikt.
Non-verbale communicatie:       Communiceren zonder woorden, maar door                                                                       lichaamstaal. 

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gesprek voeren en doorverbinden
  1. Netjes klant aanhoren zodat je weet met wie je hem het beste kan doorverbinden
  2. Aangeven dat je door zal verbinden 
  3.  Klant in de wacht zetten
  4. Collega  doorgeven wie je door gaat verbinden en wat de klant precies wilt. 
  5. Klant doorverbinden. 

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Archiveren 
Het opslaan van documenten op een georganiseerde manier.

Dit kan zowel in :
archiefkasten 
computer 

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Regels zakelijke e-mail
  • Kom snel tot de boodschap van je bericht: wat wil je vertellen?
  • Gebruik geen opmaak of bijzondere lettertypen: verdeel het bericht alleen in alinea’s met een witregel ertussen.
  • Zorg wel dat de mail duidelijk en logisch is opgebouwd.
  • Fouten in een zakelijke e-mail maken een erg slordige indruk.
  • Gebruik beslist geen emoticons of andere symbolen.

Controleer voordat je de mail verstuurt:

  • of gegevens van de geadresseerde juist zijn
  • of de mail duidelijk is
  • of er geen fouten in staan

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1 Aan: hier typ je het e-mailadres van degene aan wie je een e-mail stuurt.

2 CC: hier typ je het e-maildres van degene die ook op de hoogte moet zijn van het bericht, maar die niet hoeft te reageren.

3 BCC: hier typ je het e-maildres van degene die ook op de hoogte moet zijn van het bericht. De e-mailadressen in BCC zijn niet zichtbaar voor de geadresseerden bij Aan en CC.

4 Onderwerp: hier geef je een korte beschrijving van waar het onderwerp over gaat.

5 Bijgevoegd: hier kun je bijlagen toevoegen. Dat zijn extra documenten die je met de e-mail meestuurt.

6 Tekstveld: hier typ je het bericht.

7 Handtekening: aan het eind van het bericht kun je een e-mailhandtekening toevoegen.
De onderdelen

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BTW terugvragen
De BTW die je van je klanten krijgt als ze iets bij je kopen of een dienst afnemen, moet je afdragen aan de Belastingdienst.

Als je ondernemer bent, betaal je BTW over de spullen die je voor je bedrijf koopt. Deze BTW kun je terugvragen van de Belastingdienst.

BTW over omzet = afdragen
BTW over inkopen = terugvragen

Slide 26 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
BTW berekenen
Prijs exclusief btw + btw = prijs inclusief btw
100%          +         21%        =      121%    
of
100%          +          9%       =     109%         

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld Begroting
Begroting = een overzicht van alle inkomsten en uitgaven op een rijtje.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies