Recap Grammar 4 - Explanation Grammar 5

1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Today's Programme

- Recap Prepositions of Direction

- Explanation So, Neither, Nor, Either

Slide 2 - Tekstslide

He climbed _____ the ladder
A
up
B
through
C
across
D
into

Slide 3 - Quizvraag

The satellite goes _____ the earth
A
across
B
towards
C
into
D
around

Slide 4 - Quizvraag

That man is cycling _____ the bridge.
A
under
B
over
C
into
D
through

Slide 5 - Quizvraag

We are going _____ England by car
A
down
B
along
C
to
D
onto

Slide 6 - Quizvraag

He fell _____ the stairs
A
up
B
into
C
along
D
down

Slide 7 - Quizvraag

We walked _____ the beach
A
along
B
into
C
through
D
over

Slide 8 - Quizvraag

Slide 9 - Tekstslide

I was late
A
So do I
B
So was I
C
So did I

Slide 10 - Quizvraag

She didn't like that film
A
Nor didn't I
B
So did I
C
Neither did I

Slide 11 - Quizvraag

I don't like mushrooms
A
Neither do I
B
Neither don't I
C
So doI

Slide 12 - Quizvraag

They love going to the cinema
A
So love I
B
So am I
C
So do I

Slide 13 - Quizvraag

She hasn't got a dog
A
Neither haven't I
B
Nor have I
C
Nor haven't got I

Slide 14 - Quizvraag

She enjoyed the concert
A
So does he
B
So did he
C
Neither did he

Slide 15 - Quizvraag

So...

- So gebruik je om te zeggen dat iets ook voor jou geldt.

Je geeft een reactie op de ander.
Je begint de zin met So - werkwoord - onderwerp
Staat vorm van 'to be' of 'to have' in de zin?

JA? Herhaal dit werkwoord

NEE? Gebruik 'to do'

Slide 16 - Tekstslide

Not..either, neither, nor

Deze drie vormen gebruik je als iets niet voor jou geldt.

Je vormt een nieuwe zin om deze reactie te geven.


-not bij het werkwoord en either achteraan.

-Neither/Nor staan vooraan in de zin en dan volgt het werkwoord en het onderwerp.

Slide 17 - Tekstslide

Examples

He was late for school. < So was Peter.

I don't think he did it on purpose.
I don't think so either. / Neither do I. / Nor do I.


Neither en Nor staan vooraan en either staat achteraan. Vergeet niet not toe te voegen aan het werkwoord in de zin!

Slide 18 - Tekstslide

DO
- Ex. 14 + 15 (Grammar)
Done? 
- Ex. 8 to 10
STUDY: Vocab C + Stones 4

Slide 19 - Tekstslide