H1.1 + H1.2 Elektriciteit & Elektriciteit in huis

Leerdoelen H1.2 Elektrische apparaten
Aan het eind van deze paragraaf kan ik:

  • beschrijven wat geleiders en isolatoren zijn; 
  • beschrijven wat overbelasting is; 
  • beschrijven hoe randaarde werkt; 
  • rekenen met vermogen. 
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo k, gLeerjaar 4

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Leerdoelen H1.2 Elektrische apparaten
Aan het eind van deze paragraaf kan ik:

  • beschrijven wat geleiders en isolatoren zijn; 
  • beschrijven wat overbelasting is; 
  • beschrijven hoe randaarde werkt; 
  • rekenen met vermogen. 

Slide 1 - Tekstslide

H1 Elektriciteit

Slide 2 - Tekstslide

T1-3    Planning H1 Elektriciteit
wk 40   H1.1 + H1.2 Elektriciteit (H1.2 4de)
wk 40   H1.3 Elektrische apparaten (H5.2 3de)
wk 40   H1.4 Spanning en stroomsterkte (H5.3 3de)
wk 41   H1.5 Weerstanden (H5.4 3de)
wk 41   H1.6 Serie en parallel (H5.1 3de)
wk 43   H1.7+H1.8 Elektromagneten (H1.3 4de)
wk 43   H1.9 Elektronische schakelingen (H1.4 4de)
wk 44   Oefentoets + Bespreken (27 okt)
wk 45   Schoolexamen (2 nov)

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

T4       Planning H1 Elektriciteit
wk 41   H1.1 + H1.2 Elektriciteit (H1.2 4de)
wk 41   H1.3 Elektrische apparaten (H5.2 3de)
wk 43   H1.4 Spanning en stroomsterkte (H5.3 3de)
wk 43   H1.5 Weerstanden (H5.4 3de)
wk 44   H1.6 Serie en parallel (H5.1 3de)
wk 44   H1.7+H1.8 Elektromagneten (H1.3 4de)
wk 45   H1.9 Elektronische schakelingen (H1.4 4de)
wk 46   Oefentoets + Bespreken (11 nov)
wk 47   Schoolexamen (18 nov)

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

waar denk je aan bij 
elektriciteit?

Slide 9 - Woordweb

Wat zou je missen zonder elektriciteit?

Slide 10 - Woordweb

Oefening stroomkring
A
Het lampje brandt
B
Het lampje brandt niet

Slide 11 - Quizvraag

Oefening stroomkring
A
Het lampje brandt
B
Het lampje brandt niet

Slide 12 - Quizvraag

Slide 13 - Video

Formules H5 (3de jaar)
P = U x I
Kosten E = E x kWh-prijs
E = P x t
Rendement = En/Et x 100%
C = I x t
U = I x R 
Rv,serie = R1 + R2 + ..
Rv,par = (R1 x R2) : (R1 + R2) 
P = Vermogen     [W]  of [kW]
U = Spanning      [V]
I = Stroomsterkte [A]
kWh-prijs =  € 0,25
E = Energie         [J]   of [kWh]
t = Tijd                 [s]   of   [h]
rendement           [%]
C = capaciteit       [Ah] (t in uur!)
R = Weerstand    [Ω]
Rv = vervangingsweerstand [Ω]

Slide 14 - Tekstslide

Leerdoelen H1.2 Elektriciteit
Aan het eind van deze paragraaf kan ik:


  • beschrijven wat geleiders en isolatoren zijn;  (H6 warmte gehad)
  • beschrijven wat overbelasting en kortsluiting is;
  • beschrijven hoe randaarde werkt;
  • rekenen met vermogen.  (P = U x I   ;  3de jaar gehad)

Slide 15 - Tekstslide

Geleider en isolator
Wie weet het nog en wie kent voorbeelden?
  • Een geleider laat wel stroom door.
  • alle metalen en koolstof

  • Een isolator laat geen stroom door.
  • rubber, hout, plastic, lucht. 
Geleiders 

Slide 16 - Tekstslide

De meterkast

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

De meterkast deel 1
Bij de hoofdzekering/kabel komt de stroombinnen => ALLEEN installateur

De energiemeter => 
  • meet het energieverbruik. De bewoner van het huis betaalt voor de energie die verbruikt is. 
  • De eenheid in kiloWattuur (kWh).                    (in de natuurkunde in Joule ipv kWh)

Slide 19 - Tekstslide

De meterkast deel 2
Aardlekschakelaar 
  • => lekkage stroom (I > 30 mA )
  • => alles uit!!!

Voor elke groep is er een aparte zekering. 
  • Bij overbelasting / kortstuiting =>  schakelt automatisch de groep uit 
  • I > 16 Ampère (16 A)

Slide 20 - Tekstslide

Overbelasting
<a href="https://youtu.be/kBMykkyGCEM">https://youtu.be/kBMykkyGCEM</a>

Slide 21 - Tekstslide

Kortsluiting

Slide 22 - Tekstslide


Overbelasting
  • Als er teveel stroom door een draad loopt, wordt de draad heet
  • + hoge stroomsterkte => brand 

Kortsluiting
  • als elektriciteitsdraden elkaar kunnen raken => kortsluiting
  • => hoge stroomsterkte => brand
De gevaren van elektriciteit

Slide 23 - Tekstslide

Vermogen
Vermogen is het energieverbruik per seconde verbruikt 

De afkorting voor vermogen is de hoofdletter P van het Engelse woord voor vermogen, power.
 
De eenheid van vermogen is  watt (W). 

Slide 24 - Tekstslide

P = U x I
P = vermogen             in watt (W)
U = spanning              in volt (V)
I = stroomsterkte      in ampère (A)

  • De batterij heeft een spanning van 6 V                                                                       en een stroomsterkte van 2 A. Hoe groot                                                                         is het het vermogen van dit lampje?




De hoeveelheid elektrische energie die een apparaat per seconde verbruikt
Een maat voor de hoeveelheid elektrische energie die de stroom met zich mee draagt. De eenheid van spanning is volt (V)

Slide 25 - Tekstslide

Samen de oplossing vinden
Gegevens:
  • U = 6 V   ;   I = 1,2 A
Gevraagd:
  • P = ? W
Formule:
  • P = U x I
Uitwerking/antwoord:
  • P = 6 x 1,2 = 7,2 W    
  • Het vermogen van het lampje is 7,2 W
De Vraag:
De batterij heeft een spanning van 6 V en een stroomsterkte van 1,2 A. 
Hoe groot is het het vermogen van dit lampje?

Slide 26 - Tekstslide

Overbelasting uitrekenen
De stroomsterkte door een apparaat is afhankelijk van de weerstand en het vermogen => Formule:  
  • P = U x I
  • Vaak maximale 
      belasting is
      16 A

Grootheid
Eenheid
Spanning
U
Volt
V
Stroomsterkte
I
Ampere
A
Vermogen
P
Watt
W

Slide 27 - Tekstslide

In een keuken worden de volgende apparaten tegelijkertijd gebruikt op één groep: De groep is beveiligd met een zekering van 16 A. 
Is er sprake van overbelasting?

1. Gegevens:
  • Waterkoker: 230 V en 2000 W 
  • Magnetron: 230 V en 800 W   
  • Koelkast: 230 V en 300 W

2/3: Bereken de stroomsterkte ieder apparaat afzonderlijk + de totale stroom
  • P = U x I    =>    I = P : U
  •  Iw = 2000 : 230 = 8,7 A  
  • Im = 800 : 230 = 3,5 A  
  • Ik = 300 : 230 = 1,3 A
  • Itot = 8,7 + 3,5 + 1,3 = 13,5 A
4/5. Vergelijk + Conclusie 
  • => Itot < Izekering => geen overbelasting

6: Of via extra tip => bereken Vermogen (totaal) en daarna I (totaal)
  • P (totaal) = 2000 + 800 + 300 = 3100 W
  • P = U x I  
  • I = P : U = 
  • I = 3100 : 230 = 13,5 A
 

Slide 28 - Tekstslide

Formules H5 (3de jaar)
P = U x I
Kosten E = E x kWh-prijs
E = P x t
Rendement = En/Et x 100%
C = I x t
U = I x R 
Rv,serie = R1 + R2 + ..
Rv,par = (R1 x R2) : (R1 + R2) 
P = Vermogen      [W]  of [kW]
U = Spanning       [V]
I = Stroomsterkte [A]
kWh-prijs =  € 0,25
E = Energie         [J]   of [kWh]
t = Tijd                 [s]   of   [h]
rendement           [%]
C = capaciteit       [Ah] (t in uur!)
R = Weerstand    [Ω]
Rv = vervangingsweerstand [Ω]

Slide 29 - Tekstslide

En nu aan de slag

Lees online de uitleg van H1.2 Elektriciteit
maak online H1.2 Begrijpen + Beheersen 

+ Nakijken opgaven => leren van je fouten!!!



Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Video

Slide 32 - Video