2.4 Globalisering: ontwikkelingen na 1980

1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Vandaag
- actualiteit Venezuela
- aantekening Bi-polaire wereld
- lessonup 2.4 Globalisering: ontwikkelingen na 1980 (zelfstandig)
- opgaven werkboek



Slide 3 - Tekstslide

2.4 Globalisering: ontwikkelingen na 1980
Leerdoelen:
  • Je weet waarom het merendeel van de handels- en investeringsstromen zich afspeelt binnen en tussen het triadisch netwerk.
  • Je begrijpt dat door verandering van de internationale arbeidsverdeling ook de positie van landen in het wereldsysteem verandert.
  • Je begrijpt dat globalisering leidt tot eenwording en verbrokkeling en ook tot vergroting van de sociale en regionale ongelijkheid.

Slide 4 - Tekstslide

2.3 Globalisering tot 1980
een terugblik

Slide 5 - Tekstslide

Leg uit welke rol hegemoniale staten hebben gespeeld in de globalisering van de wereld vanaf de koloniale tijd.

Slide 6 - Open vraag

Wat is het verband tussen het centrum-periferiemodel en het koloniale verleden?

Slide 7 - Open vraag

Economische globalisering versnelt
Economische globalisering na 1980 in stroomversnelling door:
  • Mno’s omspannen de wereld en zijn verbonden via netwerken
  • Deregulering en liberalisering, de grenzen gaan open (onder andere China, India en voormalige Sovjet Unie)
  • Transport- en communicatietechnologie in stroomversnelling

Slide 8 - Tekstslide

Ruimtelijke gevolgen van globalisering
Ontstaan van een nieuwe internationale arbeidsverdeling als gevolg van uitschuiving en doorschuiving. Hoe ziet die nieuwe verdeling eruit?

Centrum
  • Commando (beslis)centra van de bedrijven
  • Research & Development (R&D)
  • Marketing

(Semi)periferie
  • Maakindustrie
  • Lagere dienstverlening  

Slide 9 - Tekstslide

Wat is het verband?

Slide 10 - Tekstslide

Wat heeft deze grafiek te maken met doorschuiving?

Slide 11 - Tekstslide

Nieuwe afzetmarkten
Mno’s gaan opzoek naar nieuwe afzetmarkten. Waarom zal IKEA zich vestigen in China?

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

De triade
Noord-Amerika, de EU en Oost-Azië beheersen de wereldhandel en worden samen de triade
genoemd.

De internationale goederen-
en kapitaalstromen verlopen
voornamelijk tussen
Noord-Amerika, de EU en
Japan.

Slide 14 - Tekstslide

Fast world, slow world en fragmentarisch modernisering

Slide 15 - Tekstslide

Verschillen binnen een regio
Regionale ongelijkheid kan optreden wanneer centrum-gebieden de armere regio’s afromen.
Het centrum onttrekt dan bijvoorbeeld arbeid, kapitaal en grondstoffen aan de periferie.

De periferie komt zo in een negatieve spiraal en krijgt te maken met backwash-effecten.

Het centrum ervaart juist positieve spread-effecten.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Wat is GEEN reden voor uitschuiving:
A
Lagere lonen
B
Minder milieuregels
C
Lagere belastingdruk
D
Betere infrastructuur

Slide 18 - Quizvraag

Welke combinatie is het beste:
A
Utrecht: fast world Tienhoven: slow world
B
Utrecht: fast world Steppe van centraal Azië: slow world
C
Tokyo: fast world Tienhoven: slow world
D
Tokyo: fast world Steppe van centraal Azië: slow world

Slide 19 - Quizvraag

Uit welke gebieden bestaat het Triadisch Netwerk?
A
Noord-Amerika, Noord-Europa, Zuid-Azië
B
Noord-Amerika, West-Europa, Oost-Azië
C
Noord-Amerika, Noord-Europa, Oost-Azië
D
Noord-Amerika, West-Europa, Zuid-Azië

Slide 20 - Quizvraag

Wat is de kern van de nieuwe internationale arbeidsverdeling?
A
Productieketen wordt uitgeschoven naar lagelonenlanden
B
De global shift en de opkomst van de 4de sector
C
NGO's versus MNO's
D
De tegenstelling tussen de fast en de slow world

Slide 21 - Quizvraag

Sleep de ruimtelijke gevolgen van globalisering naar de juiste plaats
Nieuwe afzetmarkten
Verplaatsen van de maakindustrie
MNO's zijn steeds weer op zoek naar de goedkoopste mogelijkheden.
MNO's doen alleen wat een ander niet kan.
Slow world en fast world
Uitschuiving
Klanten in opkomende landen
Doorschuiven
Core business
Verbrokkeling

Slide 22 - Sleepvraag

TIJDLIJN globalisering
va. 1975:
Steeds meer multinationale ondernemingen (MNO's)
va. 1980:
1. Productie wordt verplaatst naar arme landen (nieuwe int. arbeidsverdeling)
2. Welvaart verschuift in wereldsysteem (meer welvaart naar semi-periferie)

1990:
Handels-belemmeringen vallen weg:
- EU
- China en India openen grenzen
Steeds meer verbondenheid, door:
1. Transport
2. Communicatie

Slide 23 - Tekstslide

1.4 Globalisering: ontwikkelingen na 1980
Leerdoelen:
  • Je weet waarom het merendeel van de handels- en investeringsstromen zich afspeelt binnen en tussen het triadisch netwerk.
  • Je begrijpt dat door verandering van de internationale arbeidsverdeling ook de positie van landen in het wereldsysteem verandert.
  • Je begrijpt dat globalisering leidt tot eenwording en verbrokkeling en ook tot vergroting van de sociale en regionale ongelijkheid.

Slide 24 - Tekstslide

Hoe goed denk je dat je de stof van §3 nu begrijpt?
😒🙁😐🙂😃

Slide 25 - Poll

Waarover heb je nog vragen?

Slide 26 - Open vraag