Psychologie van de adolescentie: biologisch perspectief

Biologisch perspectief
Tamar Schelling
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
OnderwijswetenschappenWOStudiejaar 3

In deze les zitten 38 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Biologisch perspectief
Tamar Schelling

Slide 1 - Tekstslide

Lichamelijke veranderingen

Vroege adolescentie
- menarche (eerste menstruatie)
- spermarche (mogelijkheid tot spermaproductie)

Slide 2 - Tekstslide

Start puberteit
Steeds eerder (maar nu gestopt):
- verbeterde voeding
- verbeterde hygiëne
- minder infectieziekten

Slide 3 - Tekstslide

Start puberteit
Factoren van invloed:
- Erfelijke factoren
- Voedingstoestand (eerder)
- Stress (later)
- Zittende leven (eerder)

Slide 4 - Tekstslide

Hormoonveranderingen
Hormonen in de hypothalamus:
- Gonadotropinreleasing hormoon (GnRH)
- Groeihormonen
- Cortisol

Wanneer geactiveerd: weten we niet

Slide 5 - Tekstslide

GnRH
GnRH wordt meer

FSH/LH wordt meer

Testosteron of oestrogeen/progesteron wordt meer

Slide 6 - Tekstslide

Groeihormoon
Verantwoordelijk voor de groeispurt

Slide 7 - Tekstslide

Cortisol
Zorgt voor afweer van infecties

Zorgt voor stressregulatie

Is in de ochtend hoog in de avond laag

Slide 8 - Tekstslide

Geslachtsrijping
Eerste kenmerk:
Meisjes: opzetten van tepel (of pubishaar)
Jongens: groeien van de testes en scrotum

Bij jongens hierna: Pubishaar & vergroting penis -> okselhaar & baardgroei -> baard in de keel

Slide 9 - Tekstslide

Groeispurt
Meisjes: begin 10-11
Jongens: begin 12-13

1. Handen en voeten
2. Armen en benen
3. Romp

Slide 10 - Tekstslide

Lichaamsverandering
Jongens: brede schouders & smalle heupen & veel spierweefsel, weinig vetweefsel

Meisjes: brede heupen & veel vetweefsel rond billen

Huid & zweetklieren
Talgproductie

Slide 11 - Tekstslide

Hersenontwikkeling
Witte stof (verbindingen zenuwcellen)

Grijze stof (cellichamen van zenuwcellen)

Slide 12 - Tekstslide

Grijze stof
Grootste verandering in hersenschors:
eerst toename productie (verslechtering functie)
daarna afname productie (verbetering functie)

4 cortexen: niet allemaal tegelijk ontwikkeling

Slide 13 - Tekstslide

Frontale cortex
Ontwikkelt als laatst

- cognitieve controle
- planning
- abstract denken
- doelgericht gedrag

Slide 14 - Tekstslide

Witte stof

Neemt lineair toe

Zorgt voor goede communicatie in de hersenen (door neurotransmitters)

Slide 15 - Tekstslide

fMRI

De activiteit van hersengebieden onderzoeken door de verhouding zuurstofrijke en zuurstofarme hemoglobine in kaart te brengen

Slide 16 - Tekstslide

Wat fMRI ons verteld
Opstandig gedrag: kwetsbaar balans werking hersengebieden

Frontale cortex meer activiteit vertoond tijdens:
- planning
- werkgeheugen
- inhibitie & selectieve aandacht

Slide 17 - Tekstslide

Vroegrijpheid
Bij jongens: positief effect op eigenwaarde
-> Kan leiden tot drankproblemen

Bij meisjes: negatief effect op eigenwaarde
-> meer risico op antisociaal gedrag

Vroegrijpheid veroorzaakt/vergroot problemen

Slide 18 - Tekstslide

Reactie op menarche

Wisselend, factoren:
- hinder of juist niet
- blij met kinderen kunnen krijgen of niet
- blij met hetzelfde als vriendinnen of niet

Slide 19 - Tekstslide

Effect hormonen
- testosteron -> agressie
- oestrogeen -> positieve stemming
- hersenen gevoeliger voor het effect van geslachtshormonen
- lage spiegel cortisol -> meer agressie
- jongens tevreden over lichaamsontwikkeling
- meisjes ontevreden over gewicht: anorexia
- jongens ontevreden over puistjes

Slide 20 - Tekstslide

Cognitie & intelligentie

Cognitie: verzameling van denkactiviteiten
- redeneren, problemen oplossen, kennis verwerken
- presenteren, organiseren en transformeren van informatie

intelligentie: vermogen om kennis toe te passen
- resultaat van cognitieve processen

Slide 21 - Tekstslide

Benaderingen van cognitieve ontwikkeling

1. Piagetiaanse benadering
2. Informatieverwerkingsbenadering
3. Psychometrische benadering

Slide 22 - Tekstslide

Piagetiaanse benadering

Kwalitatieve veranderingen in redeneren
Bestudeert soorten denkprocessen

Slide 23 - Tekstslide

Piaget: basisprincipes

Cognitie is onderdeel van biologisch aanpassingsproces
Nieuwe cognitieve structuren door leeftijd
Ontwikkeling verloopt in vaste fasen

Slide 24 - Tekstslide

Piaget: basisprincipes
Adaptatie:

- assimilatie: nieuwe info inpassen in bestaande schema’s
- Accommodatie: schema’s aanpassen aan nieuwe info
- Equilibratie: zoeken naar nieuw evenwicht -> hoger niveau


Slide 25 - Tekstslide

Piaget: Fasen van cognitieve ontwikkeling

1. Senso-motorische fase
2. Preoperationele fase: egocentrisme
3. Concrete operaties: logisch redeneren
4. Formele operaties:
- abstract denken
- Contrafactisch denken

Slide 26 - Tekstslide

Kritiek & ontwikkeling na adolescentie

Jongere kinderen kunnen soms al formeel-operationeel denken
Adolescenten denken niet altijd formeel-operationeel
Na adolescentie: verdere ontwikkeling -> wijsheid

Slide 27 - Tekstslide

Wijsheid

Feitelijke en procedurele kennis
Rekening houden met context & waarden
Bewustzijn van onzekerheid en omgaan met complexiteit

Slide 28 - Tekstslide

Selma

Ontwikkeling perspectief nemen

Denken over wederkerigheid, structureel perspectief

Toenemend zelfbewustzijn

Slide 29 - Tekstslide

Elind
Cognitief egocentrisme:

- imaginair publiek: constant bekeken worden
- Overschatting van hun eigen uniek zijn

Slide 30 - Tekstslide

Informatieverwerkingstheorie
Cognitief systeem werkt als ‘verwerker’ van symbolische info

Werkgeheugen: beperkt
LTM: onbeperkt

Centrale besturingseenheid stuurt informatieverwerking

Slide 31 - Tekstslide

Informatieverwerking bij adolescenten

Belangrijke veranderingen:
- Grotere structurele capaciteit werkgeheugen
- Snellere verwerking
- Betere inhibitie (irrelevante info onderdrukken)
- Sterkere executieve functies
- Meer automatisering

Slide 32 - Tekstslide

Informatieverwerking bij adolescenten

Metacognitie:
- Comprehension monitoring
- Zelfregulatie
- Strategisch gebruik (herhalen, chunking, elaboreren)

Slide 33 - Tekstslide

Sociale informatieverwerking
1. Encode cues
2. Interpretatie
3. Doelen bepalen
4. Respons zoeken/construeren
5. Respons kiezen
6. Respons uitvoeren
Is anders bij agressieve en teruggetrokken kinderen

Slide 34 - Tekstslide

Psychometrische bepaling

Intelligentie is een relatief stabiel kenmerk, meetbaar via tests
IQ is de positie t.o.v. leeftijdgenoten
Intelligentie groeit tijdens adolescentie
Na ongeveer 26 jaar: piek in snelheid, daarna lichte afname

Slide 35 - Tekstslide

Sternbergs triarchische theorie
1. Componentiële intelligentie: Analytisch, logisch redeneren

2. Ervaringsintelligie: Creativiteit, leren uit ervaring

3. Contextuele intelligentie: Praktische intelligentie, aanpassen aan omgeving

Slide 36 - Tekstslide

Gardner: Meervoudige intelligenties

Acht intelligenties 
(o.a. taal, logisch, muzikaal, interpersoonlijk, intrapersoonlijk)

Slide 37 - Tekstslide

Gardner: Meervoudige intelligenties

Emotionele intelligentie (EI)
1. Accuraat waarnemen van emoties
2. Emoties gebruiken om denken te verbeteren
3. Begrip van emoties
4. Reguleren van emoties

Slide 38 - Tekstslide