Hoofdstuk 8 paragraaf 3 energieverbruik

Stern
Max
Zakaria
jehro
Viggo
Mishandro
Mikolaj
Wouter
jayden
Catalina
DOCENT
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo lwoo, bLeerjaar 4

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Stern
Max
Zakaria
jehro
Viggo
Mishandro
Mikolaj
Wouter
jayden
Catalina
DOCENT

Slide 1 - Tekstslide

Hoofdstuk 8 paragraaf 3 Energieverbruik

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
8.3.1 Je kunt uitleggen wat vermogen is.
8.3.2 Je kunt het vermogen van een apparaat berekenen.
8.3.3 Je kunt de verbruikte energie berekenen van een apparaat dat een bepaalde tijd aanstaat.
8.3.4 Je kunt de kosten van elektrische energie berekenen.

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Vermogen
Het vermogen is de elektrische energie die een apparaat iedere seconde verbruikt. 
De eenheid van vermogen is watt. 
De afkorting van watt is W.


De spanning waarop je deze lamp moet aansluiten is 12 V. 
Het vermogen van de lamp is 6 watt.

Slide 5 - Tekstslide

Formule

stroomsterkte = vermogen : spanning

Met daarbij:
• stroomsterkte in ampère (A);
• vermogen in watt (W);
• spanning in volt (V).

Slide 6 - Tekstslide

vermogen
stroomsterkte X spanning

Slide 7 - Tekstslide

Bereken de stroomsterkte.
Stroomsterkte= vermogen : spanning

Slide 8 - Open vraag

spanning = 230 V
vermogen = 575 W
Wat is de stroomsterkte?

Slide 9 - Open vraag

Energieverbruik
De hoeveelheid elektrische energie wordt gemeten in de eenheid kilowattuur (kWh). Daarom noem je zo’n meter een kilowattuurmeter (kWh-meter).

Slide 10 - Tekstslide

Piet betaald 0,23 euro per 1 KWh. In 2018 heeft hij met zijn gezin 4200KWh verbruikt.
Hoeveel moet hij betalen?

Slide 11 - Open vraag

Formule

Energie = vermogen x tijd

Met daarbij:
• Energie--> de hoeveelheid verbruikte elektrische energie in KWh;
• vermogen in kW;
• tijd in uur (h).

Slide 12 - Tekstslide

Huiswerk
Hoofstuk 8 paragraaf 3 
Opdracht 1 t/m 21
(BLZ 100 t/m 113)


Slide 13 - Tekstslide