OVERHEID · MARKTFALEN
Examentraining
Marktfalen en overheid: zo pak je examenvragen aan
OVERHEID · MARKTFALEN
Examentraining
Marktfalen en overheid: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Carolyn Parsons / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
OVERHEID · MARKTFALEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over marktfalen, overheidsingrijpen en surplus beantwoorden met grafieken en tabellen.
Deze slide heeft geen instructies
OVERHEID · MARKTFALEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: welke markt, welke maatregel en wat wordt gevraagd?
2. Zoek: welke lijn verschuift of welke prijslijn is getekend, en lees E0 en E1 af.
3. Redeneer: wat gebeurt er met prijs, afzet, tekort of overschot en surplus?
4. Controleer: belasting geeft Qa naar links, subsidie Qa naar rechts, een maximumprijs onder E een tekort.
Deze slide heeft geen instructies
OVERHEID · MARKTFALEN
Vraagtype 1: externe effecten herkennen
Wie krijgt schade of voordeel zonder dat het in de prijs zit?
Schade voor anderen: negatief extern effect, dus te veel productie.
Voordeel voor anderen: positief extern effect, dus te weinig productie.
Noem altijd het effect en het gevolg voor de productie.
Een luchthaven geeft omwonenden geluidsoverlast die ze niet vergoedt. Wat klopt?
Negatief extern effect, dus te veel productie
Negatief extern effect, dus te weinig productie
Positief extern effect, dus te weinig productie
Marktmacht, dus een te hoge prijs
De overlast is schade voor derden die niet in de prijs zit: te veel vliegverkeer. Verwachte fout: het gevolg omdraaien.
Geef een negatief extern effect van verkeer.
Bijvoorbeeld uitstoot, geluidsoverlast of files. Verwachte fout: een kostenpost van de bestuurder zelf noemen, zoals benzine.
OVERHEID · MARKTFALEN
Graan: minimumprijs 250 geeft een overschot
Vraagtype 2: minimum- en maximumprijs
Boven E is het een minimumprijs, onder E een maximumprijs.
Lees Qv en Qa af bij die prijs.
Qa groter dan Qv: overschot. Qv groter dan Qa: tekort.
Graan: Qv = -0,2P + 80 en Qa = 0,2P. E: P = 200 en Q = 40. Bij 250: Qv = 30 en Qa = 50. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
Graan (zie grafiek): minimumprijs 250 euro per ton. Wat ontstaat er?
Een tekort van 20 (x 1000 ton)
Een overschot van 50 (x 1000 ton)
Een overschot van 20 (x 1000 ton)
Een tekort van 30 (x 1000 ton)
Bij 250 wordt 30 gevraagd en 50 aangeboden: overschot 50 - 30 = 20. Verwachte fouten: tekort en overschot verwisselen, of alleen de aangeboden hoeveelheid noemen.
Maximumhuur 300 euro: 90 kamers gevraagd, 70 aangeboden. Wat ontstaat er?
Een overschot van 20 kamers
Een tekort van 90 kamers
Een tekort van 20 kamers
Een overschot van 70 kamers
Gevraagd 90 min aangeboden 70 is een tekort van 20 kamers. Verwachte fout: het woord overschot gebruiken.
OVERHEID · MARKTFALEN
Frisdrank: belasting verschuift Qa0 naar Qa1
Vraagtype 3: belasting, subsidie of quotum
Welke lijn verschuift? Belasting: Qa naar links. Subsidie: Qa naar rechts.
Lees de nieuwe prijs en afzet af bij E1.
Bij een quotum staat de aanbodlijn verticaal op het quotum.
Frisdrank: Qv = -20P + 140 en Qa0 = 20P + 20. E0: P = 3 en Q = 80. Met belasting van 1 euro: Qa1 = 20P, E1: P = 3,50 en Q = 70. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
Frisdrank: belasting van 1 euro per fles. Nieuwe evenwichtsprijs (zie grafiek)?
3,50 euro
3,00 euro
4,00 euro
2,50 euro
Bij E1 ligt de prijs op 3,50 en de afzet op 70. De belasting is 1 euro, maar de prijs stijgt maar 0,50: de rest betalen de aanbieders. Verwachte fout: 4,00 (prijs plus de hele belasting).
Kostprijsverlagende subsidie op zonnepanelen. Wat verwacht je?
Qa naar links, hogere prijs, kleinere afzet
Qv naar rechts, hogere prijs, grotere afzet
Qa naar rechts, hogere prijs, grotere afzet
Qa naar rechts, lagere prijs, grotere afzet
Een subsidie verlaagt de kosten: Qa naar rechts, prijs omlaag, afzet omhoog. Verwachte fout: denken dat de prijs stijgt omdat er meer wordt gevraagd.
OVERHEID · MARKTFALEN
Surplus op de huurmarkt voor kamers, met en zonder maximumhuur
Vraagtype 4: surplus en welvaart
Tel CS en PS op: dat is het totaal surplus.
Vergelijk de som voor en na het ingrijpen.
Een daling is welvaartsverlies. Het blijft een beperkte indicatie.
Huurmarkt: zonder maximumhuur CS 60 en PS 40, som 100. Met maximumhuur CS 70 en PS 15, som 85. Image credit: LessonUp Studio (eigen tabel), CC0
Huurmarkt (zie tabel): verandering van het totaal surplus door de maximumhuur?
Een daling met 25 miljoen euro
Een daling met 15 miljoen euro
Een stijging met 10 miljoen euro
Een stijging met 15 miljoen euro
Voor: 60 + 40 = 100. Na: 70 + 15 = 85. Verandering: -15. Verwachte fouten: alleen naar PS kijken (-25) of alleen naar CS (+10).
Noem een beperking van het totaal surplus.
Bijvoorbeeld: externe effecten en schade voor het milieu tellen niet mee, of de verdeling tussen mensen blijft buiten beeld. Verwachte fout: zeggen dat surplus gelijk is aan winst.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Externe effecten herkennen
Minimum- en maximumprijs
Belasting, subsidie of quotum
Surplus en welvaart
Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen.
OVERHEID · MARKTFALEN
Tips voor op het examen
Noem bij een extern effect altijd het effect en het gevolg voor de productie.
Teken of zoek eerst de lijn die verschuift en kijk dan naar E0 en E1.
Een maximumprijs werkt alleen onder E, een minimumprijs alleen boven E.
Totaal surplus is CS + PS: tel eerst op en vergelijk dan voor en na.
Deze slide heeft geen instructies