Marktfalen en overheid (Economie havo), les 2: Examentraining

OVERHEID · MARKTFALEN

Examentraining

Marktfalen en overheid: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vragen over externe effecten herkennen, minimum- en maximumprijs, belasting, subsidie en quotum lezen in een grafiek, en surplus en welvaart in een tabel.

Onderdelen in deze les

OVERHEID · MARKTFALEN

Examentraining

Marktfalen en overheid: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Carolyn Parsons / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

OVERHEID · MARKTFALEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over marktfalen, overheidsingrijpen en surplus beantwoorden met grafieken en tabellen.

Deze slide heeft geen instructies

OVERHEID · MARKTFALEN

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: welke markt, welke maatregel en wat wordt gevraagd?

  • 2. Zoek: welke lijn verschuift of welke prijslijn is getekend, en lees E0 en E1 af.

  • 3. Redeneer: wat gebeurt er met prijs, afzet, tekort of overschot en surplus?

  • 4. Controleer: belasting geeft Qa naar links, subsidie Qa naar rechts, een maximumprijs onder E een tekort.

Deze slide heeft geen instructies

OVERHEID · MARKTFALEN

Vraagtype 1: externe effecten herkennen

  • Wie krijgt schade of voordeel zonder dat het in de prijs zit?

  • Schade voor anderen: negatief extern effect, dus te veel productie.

  • Voordeel voor anderen: positief extern effect, dus te weinig productie.

Noem altijd het effect en het gevolg voor de productie.

Een luchthaven geeft omwonenden geluidsoverlast die ze niet vergoedt. Wat klopt?

A

Negatief extern effect, dus te veel productie

B

Negatief extern effect, dus te weinig productie

C

Positief extern effect, dus te weinig productie

D

Marktmacht, dus een te hoge prijs

De overlast is schade voor derden die niet in de prijs zit: te veel vliegverkeer. Verwachte fout: het gevolg omdraaien.

Geef een negatief extern effect van verkeer.

Bijvoorbeeld uitstoot, geluidsoverlast of files. Verwachte fout: een kostenpost van de bestuurder zelf noemen, zoals benzine.

OVERHEID · MARKTFALEN

Graan: minimumprijs 250 geeft een overschot

Vraagtype 2: minimum- en maximumprijs

  • Boven E is het een minimumprijs, onder E een maximumprijs.

  • Lees Qv en Qa af bij die prijs.

  • Qa groter dan Qv: overschot. Qv groter dan Qa: tekort.

Graan: Qv = -0,2P + 80 en Qa = 0,2P. E: P = 200 en Q = 40. Bij 250: Qv = 30 en Qa = 50. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0

Graan (zie grafiek): minimumprijs 250 euro per ton. Wat ontstaat er?

A

Een tekort van 20 (x 1000 ton)

B

Een overschot van 50 (x 1000 ton)

C

Een overschot van 20 (x 1000 ton)

D

Een tekort van 30 (x 1000 ton)

Bij 250 wordt 30 gevraagd en 50 aangeboden: overschot 50 - 30 = 20. Verwachte fouten: tekort en overschot verwisselen, of alleen de aangeboden hoeveelheid noemen.

Maximumhuur 300 euro: 90 kamers gevraagd, 70 aangeboden. Wat ontstaat er?

A

Een overschot van 20 kamers

B

Een tekort van 90 kamers

C

Een tekort van 20 kamers

D

Een overschot van 70 kamers

Gevraagd 90 min aangeboden 70 is een tekort van 20 kamers. Verwachte fout: het woord overschot gebruiken.

OVERHEID · MARKTFALEN

Frisdrank: belasting verschuift Qa0 naar Qa1

Vraagtype 3: belasting, subsidie of quotum

  • Welke lijn verschuift? Belasting: Qa naar links. Subsidie: Qa naar rechts.

  • Lees de nieuwe prijs en afzet af bij E1.

  • Bij een quotum staat de aanbodlijn verticaal op het quotum.

Frisdrank: Qv = -20P + 140 en Qa0 = 20P + 20. E0: P = 3 en Q = 80. Met belasting van 1 euro: Qa1 = 20P, E1: P = 3,50 en Q = 70. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0

Frisdrank: belasting van 1 euro per fles. Nieuwe evenwichtsprijs (zie grafiek)?

A

3,50 euro

B

3,00 euro

C

4,00 euro

D

2,50 euro

Bij E1 ligt de prijs op 3,50 en de afzet op 70. De belasting is 1 euro, maar de prijs stijgt maar 0,50: de rest betalen de aanbieders. Verwachte fout: 4,00 (prijs plus de hele belasting).

Kostprijsverlagende subsidie op zonnepanelen. Wat verwacht je?

A

Qa naar links, hogere prijs, kleinere afzet

B

Qv naar rechts, hogere prijs, grotere afzet

C

Qa naar rechts, hogere prijs, grotere afzet

D

Qa naar rechts, lagere prijs, grotere afzet

Een subsidie verlaagt de kosten: Qa naar rechts, prijs omlaag, afzet omhoog. Verwachte fout: denken dat de prijs stijgt omdat er meer wordt gevraagd.

OVERHEID · MARKTFALEN

Surplus op de huurmarkt voor kamers, met en zonder maximumhuur

Vraagtype 4: surplus en welvaart

  • Tel CS en PS op: dat is het totaal surplus.

  • Vergelijk de som voor en na het ingrijpen.

  • Een daling is welvaartsverlies. Het blijft een beperkte indicatie.

Huurmarkt: zonder maximumhuur CS 60 en PS 40, som 100. Met maximumhuur CS 70 en PS 15, som 85. Image credit: LessonUp Studio (eigen tabel), CC0

Huurmarkt (zie tabel): verandering van het totaal surplus door de maximumhuur?

A

Een daling met 25 miljoen euro

B

Een daling met 15 miljoen euro

C

Een stijging met 10 miljoen euro

D

Een stijging met 15 miljoen euro

Voor: 60 + 40 = 100. Na: 70 + 15 = 85. Verandering: -15. Verwachte fouten: alleen naar PS kijken (-25) of alleen naar CS (+10).

Noem een beperking van het totaal surplus.

Bijvoorbeeld: externe effecten en schade voor het milieu tellen niet mee, of de verdeling tussen mensen blijft buiten beeld. Verwachte fout: zeggen dat surplus gelijk is aan winst.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Externe effecten herkennen

2

Minimum- en maximumprijs

3

Belasting, subsidie of quotum

4

Surplus en welvaart

Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen.

OVERHEID · MARKTFALEN

Tips voor op het examen

  • Noem bij een extern effect altijd het effect en het gevolg voor de productie.

  • Teken of zoek eerst de lijn die verschuift en kijk dan naar E0 en E1.

  • Een maximumprijs werkt alleen onder E, een minimumprijs alleen boven E.

  • Totaal surplus is CS + PS: tel eerst op en vergelijk dan voor en na.

Deze slide heeft geen instructies