,

Lange en korte klank +mv 22 juni

1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Beroepsopleiding

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Meervoud maken
woorden met een lange klank        aa  ee  oo  uu 

Twee dezelfde klinkers en daarna één medeklinker?
Je schrijft 1 klinker in het meervoud.

raam   ra-men                  reep     re-pen
boot    bo-ten                   muur   mu-ren     

Slide 3 - Tekstslide

één schuur, twee ...
A
schuren
B
schuuren

Slide 4 - Quizvraag

Wat is het meervoud van raam?
A
ramen
B
raamen

Slide 5 - Quizvraag

Wat is het meervoud van muur?
A
muuren
B
muren

Slide 6 - Quizvraag

Wat is het meervoud van rook?
A
roken
B
rooken

Slide 7 - Quizvraag

Een schaar, twee ...

Slide 8 - Open vraag

Meervoud maken
Woorden met een korte klank        a  e  i o  u 
Eén klinker en daarna één medeklinker?

Je schrijft 2 medeklinkers in het meervoud.

vis  ->      vissen         kat ->   katten         rug -> ruggen
mes  ->  messen       zin ->   zinnen 

Slide 9 - Tekstslide

Eén gum, twee ...
A
gumen
B
gummen

Slide 10 - Quizvraag

Eén kip, drie ...
A
kipen
B
kippen

Slide 11 - Quizvraag

Wat is het meervoud van jas?
A
jassen
B
jasen

Slide 12 - Quizvraag

Daar staan 8 ...?
A
busen
B
bussen

Slide 13 - Quizvraag

Konijnen slapen in .....?
A
hoken
B
hokken

Slide 14 - Quizvraag

Let op!!       ->        f en s
Is de laatste letter van het woord een f?
In het meervoud schrijf je v:
brief -> brieven                 neef -> neven, 

Is de laatste letter een s? In het meervoud schrijf je z:
prijs -> prijzen                   kaas -> kazen

Slide 15 - Tekstslide

Eén druif, twintig ...
A
druiven
B
druifen

Slide 16 - Quizvraag

Eén doos, drie ...
A
doozen
B
dozen
C
dosen

Slide 17 - Quizvraag

Hier staan 3 .....
A
huisen
B
huizen

Slide 18 - Quizvraag

Welke woord met een korte klank ken je? 
korte klank

Slide 19 - Woordweb

Welk woord met een lange klank ken je?
lange klank

Slide 20 - Woordweb

<b>korte klank:</b><div><b>&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp;a</b></div><div><b>&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp;o</b></div><div><b>&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp;u</b></div><div><b>&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp;e</b></div><div><b>&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp;i</b></div>
<b>lange klank:</b><div><b>&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp;aa</b></div><div><b>&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp;oo</b></div><div><b>&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp;ee</b></div><div><b>&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp;uu</b></div>
<b>Tweeklank:</b><div><b>&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp;ui</b></div><div><b>&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp;oe</b></div><div><b>&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp;eu</b></div>

Slide 21 - Sleepvraag

<b>Enkelvoud</b><div><br></div><div>Hier is er één van.</div>
<b>Meervoud</b><div><br></div><div>Dit zijn er twee of meer.</div>
kast
stoel
tafels
kasten
bank
stoelen
bed
bedden
tafel
banken

Slide 22 - Sleepvraag

Eén brief, zes ...

Slide 23 - Open vraag

Een klok, twee ...

Slide 24 - Open vraag

Eén lokaal, vijf ...

Slide 25 - Open vraag

Wat is het meervoud van kip?
A
kippen
B
kipen

Slide 26 - Quizvraag

Eén huis, twee ...

Slide 27 - Open vraag

Wat is het meervoud van pan?
A
pannen
B
panen

Slide 28 - Quizvraag

Wat is het meervoud van
tomaat?
A
tomaaten
B
tomaten

Slide 29 - Quizvraag

Wat is het meervoud van aap?
A
aapen
B
apen

Slide 30 - Quizvraag

Wat is het meervoud van kaas?
A
kaazen
B
kazen
C
kaasen
D
kasen

Slide 31 - Quizvraag

Het meervoud van beer?
A
beeren
B
beren

Slide 32 - Quizvraag

Wat is het meervoud van vis?
A
visen
B
vissen

Slide 33 - Quizvraag

Wat is het meervoud van duif?
A
duifen
B
duiven
C
duiffen

Slide 34 - Quizvraag

Hoe ging het maken van meervouden?
😒🙁😐🙂😃

Slide 35 - Poll


Hoe ging de les?

Slide 36 - Poll

Hoe ging het leren in EOA1a?
😒🙁😐🙂😃

Slide 37 - Poll


Hoe vind jij de klas van EOA1A?

Slide 38 - Poll

Hoe vond jij de lessen in EOA1a?
😒🙁😐🙂😃

Slide 39 - Poll


Hoeveel zin heb jij in de vakantie?

Slide 40 - Poll

Slide 41 - Video