Comparisons2 MAVO

Comparisons
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
EnglishMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Comparisons

Slide 1 - Tekstslide

Goals
1. You know what comparisons are.
2. You know how to make them.
3. You know how to use them.


Slide 2 - Tekstslide

But first!
What do you remember about comparisons? (trappen van vergelijking).



Slide 3 - Tekstslide

Comparisons
Om mensen, dieren en dingen met elkaar te kunnen vergelijken. 
Je hebt hierin vier onderdelen:
1. -er / -est
2. more en most
3. Onregelmatige vormen
4. (not) as ... as

Slide 4 - Tekstslide

-er/-est
Bij één lettergreep
Bij twee lettergrepen die eindigen in een medeklinker +-y (easy)

That one is  bigger than this one
The third apple is the biggest

Je voegt -er toe aan een woord om te zeggen dat iets <....groter....> is dan iets anders. 
    (let hierbij op het woordje "than"). 


Je voegt -est toe aan een woord om te zeggen dat het het <....grootst....> is. 


Slide 5 - Tekstslide

Let op de spellingsregels!
Eindigt op een -e?
--> dan alleen nog maar -r/-st erachter
          nice - nicer - nicest

Eindigt op een klinker + medeklinker?
--> verdubbel de medeklinker
          Big - bigger - biggest

Eindigt op -y? 
--> verandert in -ier/-iest
         Pretty - prettier - prettiest

Slide 6 - Tekstslide

This question is ........ (easy) than the other one.

Slide 7 - Open vraag

He is the ....... (tall) boy in class.

Slide 8 - Open vraag

That's the...... (big) building in the neighbourhood.

Slide 9 - Open vraag

Lange woorden
Bij woorden van twee of meer lettergrepen gebruik je:

more.....(than)
en
(the) most ....

This engine is more powerful than the last one

That is the most interesting film ever. 

Slide 10 - Tekstslide

Your bike is ......(beautiful) than mine.

Slide 11 - Open vraag

This is the........(interesting) film ever.

Slide 12 - Open vraag

Onregelmatige vormen
Deze moet je leren zodat je ze uit je hoofd kent:

Good - better - best
bad - worse - worst
far-further-furthest
little-less-least

Slide 13 - Tekstslide

If you thought this case was bad, it's about to get much ...

Slide 14 - Open vraag

He had _____ mark in his class.

Slide 15 - Open vraag

(not) as....as
Om twee dingen met elkaar te vergelijken.

Deze jas is net zo zacht als die van mij
This coat is as soft as yours

Maar hij is niet zo zacht als die van mij.
But it is not as soft as mine



Slide 16 - Tekstslide

Exercise
5 and 6 page 72

Done?
Ex 8 page 74

timer
15:00

Slide 17 - Tekstslide

Writing
Using these expression or more, you will describe your friend next to you.
 (50–65 words) of him or her including:
- age and hometown;
- three interests;
- two things your classmate is not interested in;

timer
20:00

Slide 18 - Tekstslide

Mocktest
timer
50:00

Slide 19 - Tekstslide

timer
1:00
Bijvoeglijk naamwoord met één lettergreep
Bijvoeglijk naamwoord met twee lettergrepen&nbsp;<div>eindigend op -y, -er, -le, <br>-ow</div>
Bijvoeglijke naamwoorden met twee of meer lettergrepen
Een manier van vergelijken.<div>Net zo....als...</div>
-er/-est
-er/-est

more.../most...
(not) as....as

Slide 20 - Sleepvraag

Ricardo's big brother is ___ (tall) he is.

Slide 21 - Open vraag


That girl is ______(smart) her sister.

Slide 22 - Open vraag


My rabbit is the ____ (fast) rabbit in the world!

Slide 23 - Open vraag

That tail is the ____ (beautiful).

Slide 24 - Open vraag

Pictures of comparisons

Slide 25 - Open vraag

Did you get it?
A
I know what comparisons are and how to use them.
B
I know how to use comparisons but still need some practice.
C
I think it is difficult and need some help.

Slide 26 - Quizvraag

Exercise

Groupwork 3-4 people: Make 5 original sentences with comparisons and take a picture of one of them .
10 minutes


timer
10:00

Slide 27 - Tekstslide