Rekenen HBR

Herhaling
Er komt straks een QR-code in het scherm
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Herhaling
Er komt straks een QR-code in het scherm

Slide 1 - Tekstslide

Janine komt bij haar klanten die graag willen afrekenen. Zij hebben 2 koffie van €2,25 per stuk, 1 cappuccino van €2,50 en een chocolademelk van €2,55 besteld. Hoeveel moeten zij betalen?
A
€7,00
B
€9,55
C
€7,55
D
€9,00

Slide 2 - Quizvraag

Uitleg
Er is 2 koffie besteld van €2,25 per stuk, dus 2 x €2,25 = € 4,50
1 cappuccino van €2,50
1 chocolademelk €2,55
€4,50 + €2,50 + €2,55 = €9,55
 

Slide 3 - Tekstslide

De klanten betalen met €10,00 en Janine mag de rest als fooi houden. Het kostte €9,55. Hoeveel fooi krijgt Janine?
A
€1,45
B
€1,55
C
€0,45
D
€0,55

Slide 4 - Quizvraag

Uitleg
Janine krijgt €10,00 en zij moet €9,55 betalen. De rest is fooi.
Dus €10,00 - €9,55 = €0,45

Slide 5 - Tekstslide

Gemiddeld wordt er 10% fooi gegeven op het terras. Hoeveel fooi had Janine eigenlijk moeten hebben in dat geval, als de klanten €9,55 moesten betalen?
A
€0,96
B
€0,95
C
€1,00
D
€1,05

Slide 6 - Quizvraag

Uitleg
10% van €9,55 = €0,955.
Met geld rekenen wij met 2 decimalen en dit wordt dan €0,96 want wij ronden dit getal naar boven af.

Slide 7 - Tekstslide

John gebruikt voor een brood 450 gram meel. Hoeveel meel is John nodig voor 9 broden?
A
4500 gram
B
4000 gram
C
4050 gram
D
4450 gram

Slide 8 - Quizvraag

Uitleg
per brood heb je 450 gram meel nodig en er worden 9 broden gemaakt. Er zijn meerdere manieren hier worden er 2 gegeven.
9 is bijna 10, dus 10 x 450 =4500. dan moet er nog 450 gram af en dat geeft 4500 - 450 = 4050
Je kunt ook gewoon 9 x 450 doen. 9 x 50 = 450 en 9 x 400 = 3600. 450 + 3600 = 4050

Slide 9 - Tekstslide

Het brood weegt in totaal 500 gram. 450 gram hiervan is meel, de rest andere ingrediënten. Welk deel van het brood bestaat uit meel?
A
4/5
B
7/10
C
9/10
D
5/5

Slide 10 - Quizvraag

Uitleg
Als wij 500 gram verdelen in 10 gelijke stukken van 50 gram. Dan is 1/10 dus 50 gram. Wij kunnen dan 1/10 van 500gram afhalen en dan blijft er 9/10 en 450 gram over. 
2e mogelijkheid is om 450 gram te delen door 500 gram. Dus 450 / 500 = 0,9. 0,9 is hetzelfde 9/10

Slide 11 - Tekstslide

Sommen

Slide 12 - Tekstslide

1/4 =
A
0,20
B
0,40
C
0,25
D
0,30

Slide 13 - Quizvraag

3/10 =
A
0,33
B
0,30
C
0,25
D
0,35

Slide 14 - Quizvraag

40% =
A
1/4
B
1/2
C
2/5
D
2/10

Slide 15 - Quizvraag

1/2 + 1/3 =
A
5/6
B
1/6
C
3/6
D
2/3

Slide 16 - Quizvraag

1/2 X 1/4
A
2/4
B
1/8
C
2/8
D
3/4

Slide 17 - Quizvraag

0,125 =
A
0,125%
B
1,25%
C
12,5%
D
125%

Slide 18 - Quizvraag

499 + 387 =
A
786
B
886
C
787
D
887

Slide 19 - Quizvraag

512 + 324 - 112 =
A
724
B
948
C
300
D
76

Slide 20 - Quizvraag

7² =
A
49
B
14
C
42
D
21

Slide 21 - Quizvraag