It seems like ... is having a good time at the party.
Which word fits best?
A
adult
B
exciting
C
everyone
D
also
Slide 11 - Quizvraag
Which word doesn't fit?
A
exciting
B
have fun
C
enjoy
D
visit
Slide 12 - Quizvraag
I like pizza, but I like pasta.
She will to play that song on her guitar.
You can use any two colors — , red and yellow.
I couldn't her well, so I asked her to speak louder.
try
hear
also
for example
Slide 13 - Sleepvraag
New words: pronunciation
Listen to the English words (p.83)
repeat the English words
tick which words you already know
Slide 14 - Tekstslide
To do:
Reading
- Before reading: together
- ex. 44, 45 + 46
Slide 15 - Tekstslide
Slide 16 - Tekstslide
Slide 17 - Tekstslide
Task 1
Situatie
Uitleg
Doelen
Succescriteria
Slide 18 - Tekstslide
Task 1
What?
- Je gaat een presentatie maken waarin je informatie deelt over jezelf en iemand anders.
How?
1. Bekijk de wordlist en schrijf woorden op die je kunt gebruiken.
2. Maak in je schrift 2x een woordweb met woorden die je wilt gebruiken om jezelf en de ander te omschrijven. Eentje over jezelf en eentje voor de ander.
3. Check of je alles van de succes criteria hebt
4. Maak het visueel
5. Oefen in het Engels
Help:
- (theme)words p.82 - opdracht in Teams
- stone 1,2&3
Slide 19 - Tekstslide
Slide 20 - Tekstslide
To do:
- Welcome
- Who is it?
Part 2:
- task
Part 1:
Reading
- Before reading: together
- ex. 44 + 46
Finished: --> ex. 45
A1:
- Ik kan een tekst begrijpen waarin iemand voorkeuren en interesses deelt
- Je gaat een presentatie maken waarin je informatie deelt over jezelf en iemand anders.
How?
1. Bekijk de wordlist en schrijf woorden op die je kunt gebruiken.
2. Maak in je schrift 2x een woordweb met woorden die je wilt gebruiken om jezelf en de ander te omschrijven. Eentje over jezelf en eentje voor de ander.
3. Check of je alles van de succes criteria hebt
4. Maak het visueel
5. Oefen in het Engels
Help:
- (theme)words p.82 - opdracht in Teams
- stone 1,2&3
Slide 26 - Tekstslide
Who is it?
1. Kies 1 iemand uit.
2. Beschrijf deze persoon.
3. Gebruik de zin: he/she has (not) got ........
4. De ander raad wie het is.
Slide 27 - Tekstslide
A B C D E F G
Slide 28 - Tekstslide
Slide 29 - Tekstslide
Slide 30 - Tekstslide
This lesson:
- welcome
- check reading
- Who? --> oefenen
- task 1
A1 speaking:
- Ik kan mezelf en anderen voorstellen
Po do:
- work on task 1
Slide 31 - Tekstslide
am
is
are
Maak de zinnen af door de gele woorden op de juiste plek te zetten.
Schrijf de zinnetjes op het exit ticket.
maak zelf 5 zinnen met deze woorden.
1. My sister and I ..... best friends.
2. I ......... twelve years old.
3. She ...... curly hair
4. Nadia ..... very smart.
5. My friends and I ... Vans sneakers.
has got
have got
Slide 32 - Tekstslide
are
are
are
are
am
is
is
is
Slide 33 - Sleepvraag
Ik
jij
zij
hij
het
wij
jullie
zij
it
you
I
she
they
you
he
we
Slide 34 - Sleepvraag
What do you remember?
who?
Slide 35 - Tekstslide
I have something to tell ...
A
her
B
it
C
we
D
me
Slide 36 - Quizvraag
I really want to meet ...
A
she
B
he
C
us
D
him
Slide 37 - Quizvraag
Where is my phone? You're holding ...!
A
them
B
it
C
us
D
him
Slide 38 - Quizvraag
Wait for ...! We are going the same way.
A
we
B
you
C
us
D
I
Slide 39 - Quizvraag
I can see Ben. Ben can see
You can see Ben. Ben can see
She can see Ben. Ben can see
He can see Ben. Ben can see
It can see Ben. Ben can see
We can see Ben. Ben can see
You can see Ben. Ben can see
They can see Ben. Ben can see
it
you
me
her
them
us
you
him
Slide 40 - Sleepvraag
Task 1
Situatie
Uitleg
Doelen
Succescriteria
Slide 41 - Tekstslide
Task 1
What?
- Je gaat een presentatie maken waarin je informatie deelt over jezelf en iemand anders.
How?
1. Bekijk de wordlist en schrijf woorden op die je kunt gebruiken.
2. Maak in je schrift 2x een woordweb met woorden die je wilt gebruiken om jezelf en de ander te omschrijven. Eentje over jezelf en eentje voor de ander.