Les 4

Criminaliteit
§4 - Nederland is een rechtsstaat
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijkundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Criminaliteit
§4 - Nederland is een rechtsstaat

Slide 1 - Tekstslide

Aangeleerd gedragtheorie
Neutraliserings-
theorie
Etikettentheorie
Anomietheorie
Rationele-keuze
theorie
Jongeren schakelen hun schuldgevoel uit als ze in een groep strafbare feiten plegen.
Het plegen van een misdrijf is een weloverwogen keuze. Er wordt afweging gemaakt van kosten en baten.
Als iemand steeds 'crimineel' genoemd wordt, kan de persoon zich hier naar gaan gedragen.
Crimineel gedrag wordt aangeleerd in contact met mensen uit je eigen omgeving
Criminaliteit is het gevolg van de botsing tussen het willen behalen, maar niet kunnen behalen van de door de samenleving gestelde doelen.

Slide 2 - Sleepvraag


Situatie: Timo heeft geen
goede relatie met zijn ouders, daarom is hij 's avonds
veel alleen buiten en is hij
crimineel gedrag gaan vertonen.
Situatie: Timo heeft geen goede relatie met zijn ouders. Daarom is hij 's avonds veel alleen buiten en is hij crimineel gedrag gaan vertonen. 
A
Anomietheorie
B
Aangeleerd-gedragtheorie
C
Rationele-keuze-theorie
D
Bindingstheorie

Slide 3 - Quizvraag

Situatie: Maaike wordt vaak uitgescholden voor asociaal. Ze vindt dat ze zich daar maar naar moet gedragen.
Bij welke theorie hoort deze situatie?
Situatie: Maaike wordt vaak uitgescholden voor asociaal. Ze vindt dat ze zich daar maar naar moet gedragen.      
Bij welke theorie hoort deze situatie?
A
Etikettentheorie
B
Bindingstheorie
C
Neutraliseringstheorie
D
Anomietheorie

Slide 4 - Quizvraag

Planning
Les 1
  • 4.1 Wat is een rechtstaat?

Les 2
  • 4.2 De scheiding der machten
  • 4.3 Knelpunten in onze rechtsstaat

Slide 5 - Tekstslide

4.1 Wat is een rechtsstaat?

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Wat is een rechtsstaat?
Rechtsstaat: een land waar de rechten en plichten van de burgers en van de overheid in de wet zijn vastgelegd.

De overheid heeft in de rechtsstaat 2 belangrijke taken:
  1. Rechtshandhaving: het handhaven van de rechtsorde
  2. Rechtsbescherming: burgers worden door de grondwet beschermd tegen een te grote overheidsmacht en tegen willekeur van de overheid.
Aantekening voor het examen

Slide 8 - Tekstslide

Noem een voorbeeld van rechtsbescherming.

Slide 9 - Open vraag

Kenmerken rechtsstaat
  1. Er is een grondwet: hierin staan alle rechten en plichten van de burgers en overheid omschreven.
  2. De burger heeft grondrechten die zijn opgenomen in de grondwet.
  3. De overheid moet zich houden aan wat in de wet staat. 
  • Rechtszekerheid
  • Rechtsgelijkheid
  • Legaliteitsbeginsel
    4.Er is een onafhankelijke rechterlijke macht.
Aantekening voor het examen

Slide 10 - Tekstslide

Filmpje (4 min): inzet politiehond.
- Is hier sprake van rechtshandhaving?
-Is hier sprake van rechtsbescherming?

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Legaliteitsbeginsel

Slide 13 - Tekstslide

Wat is rechtszekerheid?

Slide 14 - Open vraag

Wat is rechtsgelijkheid?

Slide 15 - Open vraag

Wat is het legaliteitsbeginsel?

Slide 16 - Open vraag

Opdracht Bilal Wahib

Slide 17 - Tekstslide

4.2 De scheiding der machten

Slide 18 - Tekstslide

Trias Politica
(Driemachtenleer)











Aantekening voor het examen

Slide 19 - Tekstslide

Trias Politica 
De politieke macht is in 3 delen gescheiden 
wetgevende macht
uitvoerende macht 
rechterlijke macht 
wie
ministers en parlement
ministers en ambtenaren
rechters
wat
stellen vast aan welke wetten burgers en overheid zich moeten houden 
zorgen dat wetten goed worden uitgevoerd
beoordelen of burgers en overheid zich aan de wet houden en oordeelt in conflicten
Aantekening voor het examen

Slide 20 - Tekstslide

4.3 Knelpunten in onze rechtsstaat

Slide 21 - Tekstslide

Dilemma van de rechtsstaat
Spanning tussen rechtshandhaving en rechtsbescherming.
Aantekening voor het examen

Slide 22 - Tekstslide

Klassenjustitie
Van klassenjustitie is sprake als politie, justitie of de rechter mensen uit verschillende sociale klassen en uit verschillende etnische groepen verschillend behandelen. Hierdoor is er een kans op rechtsongelijkheid bij aanhouding, vervolging en veroordeling.
Aantekening voor het examen

Slide 23 - Tekstslide

Ongelijke behandeling
Klassenjustitie: mensen uit verschillende sociale klassen en uit verschillende etnische groepen worden verschillend behandeld. Oorzaken:
  • Vooroordelen
  • Grotere pakkans
  • Zwaardere straffen
  • Gebrek aan kennis over culturen
  • Niet weten wat je rechten zijn
Aantekening voor het examen

Slide 24 - Tekstslide

Artikel 1 Grondwet

Artikel 7 Grondwet

Slide 25 - Tekstslide


Iemand oppakken voor rijden onder invloed:
A
Rechtsbescherming
B
Rechtshandhaving

Slide 26 - Quizvraag


De politie mag je niet zonder reden oppakken:
A
rechtsbescherming
B
rechtshandhaving

Slide 27 - Quizvraag

het feit dat je precies weet hoe hoog de maximumstraf is heeft te maken met:
A
Rechtsgelijkheid
B
Rechtszekerheid

Slide 28 - Quizvraag

Je moet erop kunnen vertrouwen dat alle verdachten dezelfde behandeling krijgen
A
rechtsgelijkheid
B
rechtszekerheid
C
rechtshandhaving

Slide 29 - Quizvraag



De overheid moet altijd handelen op basis van een wet
A
Trias politica
B
Grondrechten
C
Rechtsgelijkheid
D
Legaliteitsbeginsel

Slide 30 - Quizvraag


Je mag niet zomaar een telefoontap bij een verdachte plaatsen.
Welk begrip past bij bovenstaande situatie?
A
Rechtshandhaving
B
Rechtsbescherming
C
Rechtszekerheid
D
Rechterlijke macht

Slide 31 - Quizvraag

Lees de krantenkop.
"Christelijke school wil geen moslim-docent aannemen"
Welke grondrechten botsen hier?
A
Vrijheid van geloof en vrijheid van vereniging
B
Vrijheid van geloof en artikel 1 van de grondwet
C
Vrijheid van meningsuiting en vrijheid van seksuele voorkeur
D
Vrijheid van meningsuiting en vrijheid van onderwijs

Slide 32 - Quizvraag

De grondrechten van alle burgers zijn vastgelegd in het Wetboek van Strafrecht.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 33 - Quizvraag


De politie mag je niet zonder reden oppakken:
A
rechtsbescherming
B
rechtshandhaving

Slide 34 - Quizvraag

Kenmerken rechtstaat
grondwet​
grondrechten
rechtsbescherming
democratie
onafhankelijke rechters
(scheiding van de machten)​
volksvertegenwoordigers
iedereen is (voor de wet) gelijk
democratische besluitvorming (meerderheid beslist)​

Slide 35 - Sleepvraag

De Machtenscheiding
de Trias Politica
Bedenken van wetten
Beoordelen van conflicten over wetten
Onafhankelijke rechters
Regering
Oftewel ministers
Regering en parlement
Zorgen dat de wetten uitgevoerd worden
Wetgevende macht
Uitvoerende macht
Rechterlijke macht

Slide 36 - Sleepvraag

Examenvraag
Opdracht
Examenvraag

Slide 37 - Tekstslide

oefenen!

Slide 38 - Tekstslide

Examenvraag  2021 - I
Opdracht
Examenvraag

Slide 39 - Tekstslide

Antwoord
Opdracht
Examenvraag

Slide 40 - Tekstslide


Examenvraag
Opdracht
Je mag je device gebruiken
Je werkt zelfstandig.
Je werkt in stilte

Slide 41 - Open vraag