07A oefentoets

07A oefentoets

Leerdoelen: zie de update in Classroom!

1 / 32
volgende
Slide 1: Slide
newEditorLatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

07A oefentoets

Leerdoelen: zie de update in Classroom!

erat (r.1)

A

praesens

B

imperfectum

C

perfectum

habitavit (r.1)

A

praesens

B

imperfectum

C

perfectum

habuit (r.1)

A

praesens

B

imperfectum

C

perfectum

Noem het onderwerp in regel 1-2.

Noem de accusativus in regel 1-2.

Crudelis quoque erat (r.3)

Noem de infinitivus in r.3-4.

peccaverat (r.3)

De persoonsuitgang van deze vorm is:

A

-t

B

-at

C

-erat

D

-verat

solebat (r.4)

A

praesens

B

imperfectum

C

perfectum

eum (r.4)

Wie bedoeld?

sanguine (r.5)

A

Dit woord is van groep 1.

B

Dit woord is van groep 2.

C

Dit woord is van groep 3.

sanguine (r.5)


Noem naamval en getal.

De tekst in regel 5-6 is een:

A

gebeurtenis

B

situatiebeschrijving

Pollio imperatorem Augustum (r.7)

A

Pollio en Augustus zijn allebei onderwerp.

B

Pollio en Augustus zijn allebei lijdend voorwerp.

C

Pollio is onderwerp en Augustus is lijdend voorwerp.

D

Pollio is lijdend voorwerp en Augustus is onderwerp.

Wat in regel 7 en 8 gezegd over Augustus? Wees nauwkeurig!

cenam (r.8)


Leg uit waarom dit woord in de accusativus staat.

cenant (r.8)

A

praesens

B

imperfectum

C

perfectum

Pollionis (r.9)


Vertaal!

In regel 9 maakt een van de slaven van Pollio een fout. Wat verwacht de lezer nu?

allemaal bekende tekst!

Pollio, quia valde iratus erat, alios servos illum in vivarium inicere iussit.

in vivario (r.5)

in vivarium (r.10-11)

Verschil?

imperatoris (r.12)

A

Dit woord is van groep 1.

B

Dit woord is van groep 2.

C

Dit woord is van groep 3.

ad imperatoris pedes

Noem de vocativus in de woorden van de slaaf (r.12-13).

Noem de imperativus in de woorden van de slaaf (r.12-13).

verbis (r.12)

A

Dit woord is van groep 1.

B

Dit woord is van groep 2.

C

Dit woord is van groep 3.

Motus verbis ... (r.13)

Geef het juiste antwoord.

A

De slaaf krijgt genade.

B

De slaaf krijgt geen genade.

In regel 14-15 doet Augustus drie dingen. Welke drie?

de woorden van Augustus

"Cur poena gravis?

Si bonus servus crystallinum frangit, necesse est eum interficere?

Hominem necas, ubi imperator ipse adest?

Manumitte servum et cena gaudeamus!"


Augustus amicum (r.19)

A

Pollio en Augustus zijn allebei onderwerp.

B

Pollio en Augustus zijn allebei lijdend voorwerp.

C

Pollio is onderwerp en Augustus is lijdend voorwerp.

D

Pollio is lijdend voorwerp en Augustus is onderwerp.