DNA, mutatie en variatie (Biologie havo), les 3: Terugblik quiz

EVOLUTIE · DNA EN VARIATIE

Quiz

Terugblik: DNA, mutatie en variatie

1 / 13
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblik met tien vragen over genetische informatie, DNA-analyse, typen mutatie, oorzaken, recombinatie, gekoppelde genen, genetische variatie en transgene organismen.

Onderdelen in deze les

EVOLUTIE · DNA EN VARIATIE

Quiz

Terugblik: DNA, mutatie en variatie

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Gebruiker آرمین / Wikimedia Commons, CC0

Een bacterie met een menselijk gen maakt een menselijk eiwit. Conclusie?

A

Bacteriën en mensen hebben dezelfde chromosomen

B

Het menselijke gen is een bacteriegen geworden

C

De genetische code is in beide organismen hetzelfde

D

Bacteriën zijn nauw verwant aan mensen

De universele genetische code zorgt dat het gen in de bacterie werkt. Verwachte fout: concluderen dat bacterie en mens nauw verwant zijn.

Vul in

DNA is de universele drager van genetische informatie, bij alle organismen opgebouwd uit dezelfde bouwstenen.

DNA
genetische informatie
RNA
genoom

DNA draagt de genetische informatie. Verwachte fout: RNA invullen.

Vul in

Bij een puntmutatie verandert één of een paar basen in een gen; bij een genoommutatie verandert het aantal chromosomen.

puntmutatie
genoommutatie
recombinatie
gekoppelde genen

Puntmutatie: basen in een gen. Genoommutatie: aantal chromosomen. Verwachte fout: de twee termen omwisselen.

Hoeveel chromosomen heeft een lichaamscel van iemand met trisomie 21?

A

45

B

47

C

46

D

48

Drie chromosomen 21 in plaats van twee: 46 + 1 = 47. Verwachte fout: 46 kiezen, het normale aantal.

Welke factor kan een mutatie veroorzaken?

A

Het kruisen van twee ouders

B

Een tekort aan water

C

Het verdelen van homologe chromosomen

D

UV-straling van de zon

UV-straling is mutagene straling. Kruisen en meiose maken nieuwe combinaties, geen mutaties. Verwachte fout: meiose kiezen.

Wat betekent: mutaties ontstaan per toeval?

Een goed antwoord: een mutatie ontstaat niet gericht, ook niet omdat het organisme de verandering nodig heeft. Verwachte fout: zeggen dat de omgeving de mutatie kiest.

Mensen met één sikkelcel-allel overleven malaria vaker. Wat laat dit zien?

A

Een mutatie is altijd nadelig

B

Malaria veroorzaakt de mutatie

C

Een mutatie is altijd gericht op nut

D

Een mutatie kan de overlevingskans vergroten

In een gebied met malaria kan een mutatie gunstig zijn. Verwachte fout: denken dat mutaties altijd schadelijk zijn.

4 homologe chromosoomparen: hoeveel combinaties per geslachtscel?

A

8

B

16

C

4

D

2

Elk paar geeft 2 keuzes: 2 x 2 x 2 x 2 = 16. Verwachte fout: 8 of 4 kiezen door op te tellen of een paar te vergeten.

Wat zijn gekoppelde genen?

Genen die op hetzelfde chromosoom liggen en meestal samen worden doorgegeven. Verwachte fout: genen die op verschillende chromosomen liggen.

Welke twee processen vergroten de genetische variatie in een populatie?

A

Verwantschap en gekoppelde genen

B

Gekoppelde genen en DNA-analyse

C

Mutatie en recombinatie

D

Verwantschap en DNA-analyse

Mutatie maakt nieuwe allelen, recombinatie nieuwe combinaties. Verwachte fout: DNA-analyse kiezen, dat is een methode en geen proces in organismen.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EVOLUTIE · DNA EN VARIATIE

Goed gedaan!

Goed gedaan. Je kunt nu uitleggen hoe DNA, mutatie en recombinatie variatie in een populatie geven en hoe de mens met genetische modificatie gewenste genencombinaties maakt.

Deze slide heeft geen instructies