5.4 Remmen & Botsen

5.4 Remmen en botsen
Lesdoel:
De vertraging uitrekenen.
De stopafstand berekenen.
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

5.4 Remmen en botsen
Lesdoel:
De vertraging uitrekenen.
De stopafstand berekenen.

Slide 1 - Tekstslide

                De vertraging
D                                                  Een auto rijdt elke seconde 2 m/s
                                                          langzamer.  Je zegt dan dat de                                        vertraging 2 m/s2 is.

                                                    Dit noteer je als a = -2 

s2m

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Remkracht
De resultante op een remmend voertuig kun je berekenen met  F = m x a.  Dit is dan de remkracht.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Stopafstand
Stopafstand = reatie-afstand + remweg

Reactie-afstand: De afstand die je aflegt tussen het zien van het gevaar en het remmen.
Remweg: de afstand tijdens het remmen.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Slide 9 - Video

De reactie-tijd kan beïnvloedt worden door: alcohol, drugs, moe zijn, leeftijd en afleiding door bijvoorbeeld je mobieltje.
De remweg door: snelheid, remkracht, massa, wegdek, profiel banden.

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Botsen
De kreukelzone en riem verminderen de kracht bij een botsing.
Dit blijkt uit F = m x a en a = Δv/Δt.

De grotere afstand tijdens de botsing zorgt voor een langere remtijd en dus kleinere vertraging. Dit blijkt uit a = Δv/Δt.  De remkracht wordt dus ook kleiner volgens F = m x a

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Noteer de formule voor het berekenen van stopafstand.

Slide 16 - Open vraag

Noem drie dingen die de lengte van de reactieafstand kunnen beïnvloeden.

Slide 17 - Open vraag

Noem drie dingen die de lengte van de remweg kunnen beïnvloeden.

Slide 18 - Open vraag

Kate fietst 36 km/h en houdt op met trappen waardoor ze na 20 s stil staat. Wat is haar versnelling?
A
-1,8 m/s2
B
-18 m/s2
C
-5 m/s2
D
-0,5 m/s2

Slide 19 - Quizvraag

Bereken de vertraging van een auto als de remkracht 2 kN is en de massa 1000 kg bedraagt.

Slide 20 - Open vraag

Bereken de stopafstand.

Slide 21 - Open vraag