STAD · LEEFBAARHEID WIJKEN
Examentraining
Leefbaarheid in wijken: zo pak je examenvragen aan
STAD · LEEFBAARHEID WIJKEN
Examentraining
Leefbaarheid in wijken: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Marcel Douwe Dekker / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
STAD · LEEFBAARHEID WIJKEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over leefbaarheid beantwoorden met indicatoren, begrippen en dimensies.
Deze slide heeft geen instructies
STAD · LEEFBAARHEID WIJKEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: onderstreep het vraagwoord: geef, verklaar, beschrijf, beredeneer of beargumenteer.
2. Zoek: welke indicator staat in de bron: openbare ruimte, woning, bewoner of veiligheid?
3. Vergelijk: noem bij twee wijken steeds beide waarden en het verschil.
4. Schrijf: gegeven uit de bron, verband met leefbaarheid, oordeel.
Deze slide heeft geen instructies
Zwartewaalstraat in de Tarwewijk, Rotterdam
STAD · LEEFBAARHEID WIJKEN
Vraagtype 1: wijken vergelijken
Vraag: 'Vergelijk wijk A en wijk B op een woningkenmerk.'
Zoek in de bron de indicator en noem voor beide wijken de waarde.
Voorbeeld: in wijk A is veel sociale huur, in wijk B vooral koop.
Trek daarna de conclusie: wat zegt het verschil over de wijk?
Image credit: el ui / Wikimedia Commons, CC BY 3.0
Wijk A heeft veel galerijflats uit de jaren zeventig, wijk B vooral nieuwbouw-koop. Welke indicator?
Woningkenmerken
Bewonerskenmerken
Sociale cohesie
Toegankelijkheid
Goed: ouderdom, woningtype en eigendom zijn woningkenmerken. Verwachte fout: bewonerskenmerken, omdat de koopwoningen iets zeggen over inkomen. Dat is een gevolg, geen kenmerk van de woning zelf.
In wijk A heeft een groot deel een laag inkomen, in wijk B een klein deel. Welk kenmerk vergelijk je?
Goed: inkomen, een bewonerskenmerk. Eventueel de conclusie dat wijk A meer huishoudens met een laag inkomen heeft. Verwachte fout: leeftijd of huishoudenstype noemen.
Bilderdijkpark in Amsterdam Oud-West
STAD · LEEFBAARHEID WIJKEN
Vraagtype 2: leefbaarheid onderbouwen
Vraag: 'Beargumenteer of deze buurt leefbaar is.'
Kies minstens twee indicatoren uit de bron en geef een oordeel.
Voorbeeld: veel zwerfvuil, donkere hoeken en weinig toezicht wijzen op lage leefbaarheid.
Noem ook wat dit voor bewoners betekent: onveilig voelen of minder contact.
Image credit: Kaz Alting / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Een park heeft hoge struiken, kapotte lampen en veel zwerfvuil. Beoordeel de leefbaarheid.
Goed: lage leefbaarheid, met minstens twee criteria: onderhoud (vuil, kapotte lampen) en overzichtelijkheid (hoge struiken geven verborgen hoeken), met als gevolg een lager veiligheidsgevoel. Verwachte fout: alleen 'het is slecht' zonder criterium.
Bewoners voelen zich onveilig in een steegje. Welke verbetering raakt de overzichtelijkheid?
Het steegje afsluiten met een hek
Meer sociale huurwoningen bouwen
Het steegje beter verlichten en struiken weghalen
Een buurtfeest organiseren
Goed: verlichting en zicht verbeteren de overzichtelijkheid. Het hek raakt de toegankelijkheid, het feest de sociale cohesie. Verwachte fout: het hek.
Flats in de wijk Meeuwenplaat, Hoogvliet, gezien over de Oude Maas
STAD · LEEFBAARHEID WIJKEN
Vraagtype 3: processen herkennen
Vraag: 'Welk proces vindt hier plaats en wat verandert er?'
Kijk eerst: wordt iets opgeknapt, vervangen of krijgt het een andere functie?
Kijk dan naar de bewoners: komen er mensen met hoger inkomen en stijgen de prijzen?
Noem het begrip en het bewijs uit de bron.
Image credit: G.Lanting / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Een oud havenpand wordt appartementen en horeca. Welk begrip past het beste?
Stadsvernieuwing
Objectieve veiligheid
Transformatie
Bewonerskenmerken
Goed: de functie verandert van haven naar wonen en horeca. Verwachte fout: stadsvernieuwing, omdat het wordt opgeknapt. Hier verandert de functie, niet alleen de staat.
Een buurt wordt opgeknapt, de huren stijgen en bewoners met laag inkomen vertrekken. Welk proces?
Goed: gentrificatie, met als bewijs de stijgende huren en het vertrek van bewoners met laag inkomen. Verwachte fout: stadsvernieuwing zonder het bewijs van de verandering in de bevolking.
STAD · LEEFBAARHEID WIJKEN
Vraagtype 4: beleid evalueren
Vraag: 'Beoordeel dit wijkbeleid vanuit de sociaal-culturele dimensie.'
Gebruik de gevraagde dimensie: economisch, sociaal-cultureel, politiek of natuurlijk.
Noem het doel van het beleid, wat het bereikt en voor wie het goed of slecht uitpakt.
Sluit af met een oordeel: gelukt, deels gelukt of niet gelukt.
Deze slide heeft geen instructies
Een gemeente laat buurtbewoners meebeslissen over een nieuw plein. Welke dimensie?
De politieke dimensie
De economische dimensie
De natuurlijke dimensie
De demografische dimensie
Goed: politiek, het gaat om inspraak en besluitvorming. Verwachte fout: sociaal-cultureel, omdat het om bewoners gaat. Maar sociaal-cultureel zou gaan over contact en gewoonten.
Door herstructurering komen er duurdere koopwoningen. Geef een economisch nadeel voor de oude bewoners.
Goed: de woonlasten kunnen te hoog worden of er zijn minder betaalbare woningen, waardoor ze moeten verhuizen. Verwachte fout: een sociaal nadeel noemen, zoals het verdwijnen van buren.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Wijken vergelijken
Leefbaarheid onderbouwen
Processen herkennen
Beleid evalueren
Deze slide heeft geen instructies
STAD · LEEFBAARHEID WIJKEN
Tips voor op het examen
Noem bij leefbaarheid altijd minstens twee indicatoren en verbind ze met de beleving van bewoners.
Let op het verschil tussen stadsvernieuwing, herstructurering, transformatie en gentrificatie: zoek het bewijs in de bron.
Bij 'beoordeel' hoort een oordeel: voor wie is het goed of slecht, en op welk schaalniveau?
Deze slide heeft geen instructies